Cyberpesten: Do’s en don’ts voor ouders

redactie 21 jun 2018 Mediagebruik

Communicatiewetenschapper Niels Baas vroeg experts wat ouders wel en niet moeten doen aan online pesterijen. Het levert een lijstje do’s en don’ts op van de deskundigen bij uitstek: 11- en 12-jarige basisschoolleerlingen. Ook geschikt voor de middelbare school.

Do: luister naar je kind

Realiseer je dat je kind voordat hij jou inseint over zijn online problemen, er uit schaamte vaak al tijden mee rondloopt. Komt hij eenmaal met zijn verhaal, dan heeft hij over het algemeen een lang proces van afwegen, overwegen en toch maar stilhouden achter de rug. Het laatste waar hij op zit te wachten. zijn ouders die – met al hun goede bedoelingen – hals over kop actie ondernemen. Veel kinderen hebben in eerste instantie simpelweg behoefte aan steun, aan iemand die naar ze luistert en ze serieus neemt. In actie komen kan altijd nog.

Don’t: internet afnemen

Waar slachtoffers van cyberpesten vooral bang voor zijn, is dat hun ouders de internetverbinding afnemen. ‘Ik laat me nog liever door de hele klas in elkaar slaan dat dat ik mijn internet verlies!’ aldus een jongen uit het onderzoek. ‘Als je mijn computer afpakt, dan pak je mijn ziel af,’ zegt een ander. Voor veel kinderen is die angst zelfs een reden om maar helemaal niets te vertellen. Het lijkt misschien een oplossing, maar het betekent voor een tiener een zware straf. Hij onderhoudt immers een groot deel van zijn sociale contacten online en komt zonder internet letterlijk in een isolement terecht.

Do: verlaag de drempel om erover te praten

Maak je kind zo vroeg mogelijk – liefst als hij nog beperkt op internet zit – duidelijk dat hij altijd met zijn online problemen naar jou toe kan komen, dat het niet zijn schuld is als hij wordt gepest en dat je hem daarom dan ook nooit zult veroordelen. Geef ook expliciet aan dat je hem zijn internet echt niet zult afnemen. Is het internetgebruik van je kind de fase ‘beperkt’ al lang gepasseerd? Geen probleem: volgens kinderen is het nooit te laat om het onderwerp te bespreken.

Don’t: actie ondernemen voor je kind

Een tweede angst die kinderen hebben, is dat hun ouders allerlei onwenselijke acties gaan ondernemen. Een jongen geeft een voorbeeld: ‘Mijn moeder loopt toch meteen op hoge poten naar meneer en dat wil ik echt niet.’ Veelgenoemde andere schrikbeelden zijn: praten met andere ouders, de pester opzoeken, klasgenoten erop aanspreken en online tegen de pester in gaan.

Do: overleg met je kind

Bespreek met je kind hoe je hem kunt helpen. Geen overbodig advies want, zo geven kinderen zelf aan, ouders nemen hierin niet altijd de juiste beslissingen. Geef hem een grotere rol in dit beslissingsproces. Wil hij liever even geen actie? Probeer dat te respecteren, hoe moeilijk ook. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat hij zijn sores voortaan liever voor zich houdt.

Don’t: denken dat jij je kind niet kunt helpen

Een wijdverbreid misverstand onder ouders is dat zij hun kinderen alleen goed kunnen helpen als ze zelf volledig op de hoogte zijn van hun digitale wereld. Maar dat is voor kinderen helemaal niet zo belangrijk. Ze willen veel liever ‘dat mijn ouders naar me luisteren en me serieus nemen, dan dat ze me precies kunnen vertellen wat ik moet doen.’ Ze willen wel graag tips, maar dan niet zozeer technische tips als wel adviezen over hoe om te gaan met problemen in sociale contacten en waar hulp te zoeken. Opvoedkundige tips die ook al ver vóór de opkomst van de nieuwe media van belang waren.

Do: samen achter internet

Toon oprechte interesse en vraag je kind af en toe naar zijn ervaringen op het net. Dan kan het zomaar zijn dat hij je een klein stukje van zijn online wereld laat zien: ‘Oh ja, dat lijkt me echt leuk, om mijn moeder meer over internet te leren! Maar ze zegt toch dat ze er niks van snapt.’

Reageer op artikel:
Cyberpesten: Do’s en don’ts voor ouders
Sluiten