Eva ten Wolde
Eva ten Wolde School 6 mei 2023
Leestijd: 2 minuten

6 dingen die je nooit meer tegen de ouders van een kind met dyslexie moet zeggen

In Nederland heeft ongeveer 3 tot 5 procent van de leerlingen dyslexie. Als jouw kind ook moeite heeft met lezen en spellen, komen deze vervelende, soms betweterige, uitspraken je misschien bekend voor…

Dít willen we niet meer horen over kinderen met dyslexie

Hoe goed het misschien ook wordt bedoeld…

1. ‘Je kind moet meer boeken gaan lezen’

Boeken lezen heeft een hoop voordelen: het vergroot bijvoorbeeld de woordenschat, het inlevingsvermogen en de algemene kennis. Het is alleen geen oplossing voor dyslexie (oh, was het maar zo makkelijk). Zelfs de grootste boekenwurmen kunnen evengoed dyslectisch zijn…

2. ‘Is dit niet gewoon luiheid of gebrek aan motivatie?’

Is dit niet gewoon een gebrek aan tact? Het gaat bij dyslexie niet om onwil, maar om een kleine afwijking in de hersenen. De hersengebieden die letters en klanken aan elkaar koppelen, werken namelijk niet goed samen. Door dit probleem moeten dyslectici bij bepaalde vakken tien keer zo hard aan de bak, dus ze zijn ook allesbehalve lui.

Dyslexie: ‘De woorden vallen maar steeds uit mijn hoofd, mam’

3. ‘Tja, niet iedereen kan een uitblinker zijn’

Een kind met dyslexie is niet minder intelligent dan een kind zonder dyslexie. Deze dingen hebben niets met elkaar te maken. De hersenen van dyslectici hebben misschien iets meer moeite met woorden, maar voor de rest werken ze puikbest! Albert Einstein en Leonardo da Vinci kampten ook met dyslexie. En dat waren aardige uitblinkers, toch?

4. ‘Dat is eigenlijk een beetje valsspelen, hè’

Extra tijd, voorleessoftware of leeshulp: een dyslectisch kind kan hier veel baat bij hebben. Het is ontzettend fijn dat deze hulpmiddelen een kind de kans geven om zijn of haar leerprestaties in overeenstemming te brengen met zijn of haar cognitieve mogelijkheden. En tóch is er altijd wel iemand die het ‘oneerlijk’ vindt tegenover de rest van de klas…

5. ‘Oh ja, ziet je kind dan alles in spiegelbeeld?’

Dyslexie heeft te maken met taalverwerking en niet met zicht, dus: een dyslectisch kind ziet de wereld zoals ieder ander mens. Een kind met dyslexie kan af en toe de neiging hebben om letters en/of woorden te spiegelen (‘b’ of ‘d’), maar dat ligt niet aan zijn of haar ogen.

6. ‘Je kind moet zich gewoon leren focussen’

Zucht…

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met de mooiste verhalen van J/M Ouders.