Faalangst bij kinderen: 5 dingen die ouders volgens opvoedcoach vaak verkeerd doen (en wat wél helpt)
Het snijdt door je ziel. Zo’n prachtig kind, prima stel hersenen, levendig en vrolijk en dan soms zo geknakt door perfectionisme en faalangst. Het is nergens voor nodig, je vindt cijfers zelf echt niet het belangrijkste, je probeert haar zelfvertrouwen te geven en toch lijkt het haast van kwaad naar erger te gaan. Wat kun je als ouder doen wanneer je kind faalangst heeft? Opvoedcoach Femke Wester geeft 5 praktische tips.
Wat gebeurt er in het brein bij faalangst?
Je wéét dat er niks ergs kan gebeuren, je gaat niet dood, ‘er zit geen leeuw in de bosjes’. Je kunt best van alles beredeneren, maar het helpt helemaal niks. Je trilt, je wilt het liefst hard wegrennen, je kunt niet meer echt nadenken. Je hele systeem schiet in de vecht, vlucht of bevriesstand.
Je waarschuwingssysteem werkt! Zoals sommige gazelles al wegrennen als het gras net iets anders ritselt dan normaal, schieten jouw hersenen in de fff-stand (fight, flight, freeze). Sommige mensen zijn gevoeliger afgestemd dan andere mensen. De leerlingen schuifelen anders dan normaal voor de ingang van het lokaal. De tafels staan anders, de leraar is net even serieuzer, allemaal signalen van ‘Er klopt iets niet! Wegwezen!!!’
Mensen met gevoelige stress-systemen zijn hard nodig, ze zijn de ‘redders van de kudde’, maar vlak voor een toets heb je daar weinig aan.
Gezonde spanning of faalangst: zo herken je het verschil
Bijna iedereen is wel zenuwachtig voor een toets. Het is normaal dat je op een toets iets minder presteert dan thuis in alle rust. Geen probleem. Een beetje buikpijn kan geen kwaad. Dit soort gezonde zenuwen beginnen maximaal een paar uurtjes van tevoren en voelen irritant, niet misselijk makend. Je hebt er last van, maar ze verlammen je niet. Zodra je eenmaal goed en wel begonnen bent, zakt gezonde spanning meestal weg, of anders zodra je klaar bent.
Als je faalangst hebt, dan ben je soms dagen van tevoren al misselijk, lukt het je tijdens een toets ook niet best en blijf je achteraf vaak lang piekeren over wat je goed en fout deed en begin je alvast met je zorgen te maken over de volgende toets en hoe het ooit goed moet komen. Gezonde stress is irritant en elke keer ongeveer hetzelfde, faalangst werkt verlammend en wordt vaak steeds erger.
De 3 grootste oorzaken van faalangst bij kinderen
- Negatieve ervaringen: zo ontstaat de spiraal
De meest zelfverzekerde puber gaat aan zichzelf twijfelen als ze onvoldoende na onvoldoende haalt; één keer een vet laag cijfer kan al genoeg zijn om de neerwaartse spiraal van rotervaring – angst voor de toekomst – bevestiging van de angst – etc. aan te zetten. Het helpt als ze weten wat er mis ging. Misschien leren ze wel goed qua tijd, maar niet qua effectiviteit. (100 keer doorlezen is geen leren). Als ze weten wat er de volgende keer beter kan, krijgen ze de controle weer terug en is de angst op herhaling geneutraliseerd. - Perfectionisme: waarom ‘goed genoeg’ niet lukt
Perfectionisme is een uiting van angst of onzekerheid. Kinderen moeten nog leren hoe je hoofd- en bijzaken onderscheid, hoe je op toetsen maakt, hoe je onvoldoendes weer ophaalt. Ze mogen nog leren dat er niks ergs gebeurt als het af en toe niet perfect is en hoe je afweegt hoeveel energie je ergens wilt steken voor welk resultaat. Als ze al onzeker of angstig zijn, is het extra moeilijk om de controle los te laten en steken ze meer en meer tijd in het perfect doen.
Hier helpt het niet om te zeggen ‘dat het allemaal niet zo perfect hoeft’. Ze moeten beetje bij beetje ervaren dat ze slim en sterk genoeg zijn om ongemak en tegenslag kunnen opvangen en problemen kunnen oplossen. Als ouder moet je ze eigenlijk juist faal-kansen geven en dan niet gelijk met oplossingen klaar staan. - Druk van buitenaf: wat kinderen écht horen
Een van de grote oerangsten is uitgestoten worden. Nou gaat niemand je uit je gezin knikkeren als je een keer een onvoldoende haalt, maar (onuitgesproken) teleurstelling of afkeuring komt, zeker bij pubers, hard binnen. Een leraar die zegt ‘Zelf M had een voldoende dit keer’ of een stel vriendinnen die allemaal hogere cijfers halen en zeggen ‘Joh jij bent ergens anders weer goed in’ en ouders die zeggen ‘Het cijfer maakt me niet eens wat uit, maar je had best wat harder kunnen werken’, dat zijn allemaal bedekte opmerkingen die kunnen worden opgevat als ‘je bent niet goed genoeg, je stelt teleur, je bent anders dan wij, je hoort er niet echt bij’.
Zorg dus dat je het meent als je zegt dat het je echt geen biet uitmaakt of iemand een 5.5 of een 9 haalt, en als het je wél uitmaakt, wat bijna altijd zo is, zeg dat eerlijk en leg uit waarom. Als je uitlegt dat je je zorgen maakt om overgaan, is het veel duidelijker dat je niet je kind ‘afwijst’ dan als je het in het ongewisse laat.
Wanneer is hulp nodig?
Er zijn zeker hele goede trainingen die het zelfvertrouwen van je kind versterken en die hen/haar/hem handvatten geven om stress te reguleren. Ik zou oppassen met een training die op school gegeven wordt, omdat het moeilijk is, zeker voor pubers, om zich op school kwetsbaar op te stellen en zo’n training echt op te pikken. Ik zou ook goed checken dat je kind met zo’n training niet het ‘faalangst’ label opgeprikt krijgt, daar kunnen ze hun hele leven last van houden. “Ik heb faalangst dus ik durf dat niet”. Dat idee. Dus liever ‘Omgaan met Toetsstress’ dat ‘Faalangsttraining’. Wees kritisch.
Angst gaat niet vanzelf over: tijd voor actie
Samengevat, als je puber last heeft van faalangst of toetstress en als dat verder gaat dan gezonde zenuwen, dan is het echt aan te raden om in te grijpen. Van veel problemen zeg ik “Gaat wel over voor ze 80 zijn”, maar angst is daar niet één van.
Als ouder begin je bij jezelf. Wat voor voorbeeld geef je, hoe ga je zelf om met perfectionisme, angst om fouten te maken en onzekerheid? Hoe los je je problemen op? En weet je kind dat?
Hoe geef je je kinderen het vertrouwen dat ze het aankunnen? Geef je ze ruimte om fouten te maken en dat zelf weer op te lossen? Of maai je ze het gras voor de voeten weg door zelf, zodra je kind een beetje ongelukkig is, in de actiestand te schieten en alles voor ze op te lossen? Dan leer je ze namelijk dat ze het níet zelf kunnen, dat jij het beter kan en dat ze het maar aan jou over moeten laten. Aangeleerde hulpeloosheid is geen versterkende eigenschap bij faalangst en andere onzekerheid.
Zelfvertrouwen halen uit sporten
Heb je goed naar jezelf gekeken? Help dan je kind door bewust hun zelfvertrouwen op te bouwen door ze verantwoordelijkheid te geven en (groei-mindset) complimenten. Zorg dat ze naast school ook sporten of een bijbaantje hebben of een hobby waar ze zelfvertrouwen uit kunnen halen.
Daarnaast kun je ze de trucjes leren om hun stress te reguleren, zoals: adem onder controle, 5-zintuigen oefening, spieren aanspannen en weer ontspannen, íets opschrijven (al is het maar 1 woord) etc.
En als het je als ouder niet lukt, wanhoop niet. Dé levensopdracht van een puber is om zich los te maken van hun ouders. Dat betekent dat ze bijna automatisch jouw geode adviezen in de wind kunnen slaan. Gelukkig zijn er best veel goede en betrouwbare coaches of trainingen voor je kind of voor jullie samen.
Faalangst gaat niet vanzelf over
Het is niet erg dat je kind nog moet leren om bepaalde dingen te durven. Iedereen is wel ergens bang voor. Van sommige angsten heb je alleen meer last dan andere. Ik gil wel als er een spin rondrent, maar die angst bepaalt niet een groot deel van mijn leven. Ik hoef van mezelf niet te leren om spinnen leuk te vinden. En er zijn dingen die je wel moet leren durven. Voor een groep spreken, toetsen maken, reizen met het OV, van alles.
Het hoeft niet in één dag, je kunt het rustig opbouwen. Ik denk dat dat het allerbelangrijkste is dat kinderen met faalangst beseffen: Je hoeft niet alles in één keer te durven. Je mag de tijd nemen om te leren omgaan met angsten en stress. Je bent een kind in de groei, duh dat je sommige dingen nog eng vindt. En het zou raar zijn als je dat in je eentje zou moeten leren. Hier heb je nou ouders, vrienden, kennissen, leraren en coaches voor. Het komt goed!
Favoriete speelgoed van de redactie
Onze redactie is altijd op zoek naar speelgoed dat meer doet dan alleen vermaken. Wij selecteren de mooiste en hipste producten voor ons kroost en die delen we graag met onze lezers. Speelgoed dat niet alleen kwalitatief en duurzaam is, maar ook bijdraagt aan de ontwikkeling en aansluit bij de principes van Montessori. Zelf ontdekken, leren door te doen en spelen met aandacht. In dit overzicht delen we onze favoriete vondsten.
Stapelstein
Redacteur Vera: “Die kleurrijke stapelstenen van Stapelstein zijn in ieder gezin een groot succes. Je kunt ze gebruiken om het evenwicht van je kind te trainen, ze kunnen erop zitten/tollen of ze kunnen ze op kleur sorteren. Alles is mogelijk en dat maakt het extra leuk.”
Magneettegels
Redacteur Lisette: “Het lijkt zo simpel: gekleurde magnetische tegels die je aan elkaar klikt. Maar mijn twee jongens (6 en 3) bouwen er de meest fantasierijke creaties mee, van kastelen tot metershoge knikkerbanen en autogarages. Ondertussen zijn ze ongemerkt bezig met ruimtelijk inzicht, creativiteit en probleemoplossend denken. En dat maakt het, tussen alle dino’s door, misschien wel het leukste speelgoed in huis.”
Kapla
Kapla
Hoofdredacteur Sofie: “Simpeler kan het niet: blankhouten latjes, Mijn kinderen (4 en 6) zijn er gek op en maken er de mooiste bouwwerken van. Van hekjes voor de boerderij tot de Eiffeltoren. En het stimuleert ook nog hun creativiteit en bouwkundig inzicht.“
Houten regenboog
Redacteur Amarins: “De houten regenboog lijkt op het eerste gezicht simpel, maar blijkt hier in huis een echte alleskunner. Mijn zoon (2) gebruikt de bogen voor van alles: als brug, tunnel, huisje voor poppetjes of zelfs als wieg voor zijn knuffels. Het nodigt uit tot vrij spel en hij oefent er ongemerkt zijn motoriek, ruimtelijk inzicht en creativiteit mee.”
Lichtgewicht fiets
Redacteur Sofie:“Op deze lichtgewicht kinderfiets hebben mijn beide kinderen heel snel leren fietsen.”