Bijna 40, een man en kinderen: ‘Wat een bevrijding om te zeggen dat ik niet gelukkig ben’Op vat gerijpt

Esther Ruijters Gisteren

‘Waaaatttt?’ De vraag van studievriendin T. komt nauwelijks boven de vunzige beat van DJ Riet uit. Of ik gelukkig ben? Ik hoor de vraag heus wel. Snel neem ik een te grote slok verschraald festivalbier.

Platte plastic bekers en peuken bedekken het grasveld van het festival. Afgedankt en gedeukt. Bij de Dixi’s staat een getint meisje. Dunne vlechtjes in haar lange haren, slank, kort topje, blote navel. Haar tong kronkelt langzaam uit haar mond. Dik en vlezig, met piercing. Ze doet het erom. Hop – in de mond van die jongen naast haar. En maar ronddraaien.

‘Konden wij dat nog maar,’ verzucht ik.T. knikt, haar blik smachtend gericht op de zoenende tieners. Wij zijn bijna veertig. Hebben een man. En kinderen. En
een vouwwagen.

‘Ik ben niet gelukkig.’ Wat een bevrijding om toe te geven. En doodeng. Nu komt er vast een overbezorgde preek: ‘Ik maak me zorgen om je. Jij hebt toch alles? Je moet dankbaarder zijn hoor! En in therapie.’

Maar dat zegt T. niet. Integendeel:
‘Ik ben ook ongelukkig.’

We lachen opgelucht onze zenuwen vrij. Fuck yeah, wij zijn ongelukkig! We proosten op onze mannen die nu thuis voor ons kroost zorgen. Goeierds. En we klinken op de kinderen. Die zouden we nooit willen inruilen voor een vluchtige tongzoen op een festival.

Ongelukkig zijn? Gedeeld is het ineens klein bier.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met onze mooiste verhalen.

Reacties