‘Mijn dochter hoeft niet meteen vijf dagen naar school’: waarom wij juist daarom voor Spanje kozen
Toen mijn oudste steeds groter werd en mensen begonnen te zeggen: ‘Dan gaat ze bijna naar school’, merkte ik dat ik er niet meer omheen kon.
Niet omdat ik tegen school ben of omdat ik denk dat het onderwijssysteem volledig verkeerd is. Maar omdat er iets in mij bleef zeggen: wacht even… klopt dit eigenlijk wel voor háár?
Vier jaar, en dan vijf dagen per week ergens anders zijn. Hoe vaker ik daarover nadacht, hoe minder vanzelfsprekend het voelde.
Misschien juist omdat ik dagelijks met ouders werk. Achter de voordeur hoor ik verhalen die je niet altijd ziet. Kinderen die ’s ochtends met buikpijn opstaan of kinderen die op school “goed meedraaien”, maar thuis volledig ontploffen. Ouders die zeggen: “Ik snap het niet, ze deed het toch goed vandaag.”
Steeds vaker voelde ik dat dit geen losse verhalen zijn. Gedrag is informatie. Niet over wat er mis is met een kind, maar over wat een kind ons probeert te vertellen over zijn binnenwereld.
De eerste jaren van een kind zijn geen wachtruimte tot het ‘echte leren’ begint. Juist dan wordt de basis gelegd. Een kind leert wat veiligheid is, hoe het met emoties omgaat en hoe het zichzelf ziet in relatie tot anderen.
En toch verwachten we vaak dat een kind van vier zich aanpast aan een ritme dat zelfs voor veel volwassenen intens is.
Ik zag het ook in mijn eigen dochter. Ze gaat twee dagen naar de opvang en ze heeft het daar fijn. Ze lacht, speelt mee en doet het goed. Maar thuis zie ik ook hoe vol ze zit. Hoe alle spanning eruit moet en hoe haar gedrag eigenlijk zegt: het was veel. Je kunt denken: ze moet gewoon wennen. Maar ik kon dat niet meer. Want wat als dat gedrag niet iets is waar een kind doorheen moet, maar juist laat zien wat het nodig heeft?
Vanaf dat moment voelde ik steeds sterker dat ik het anders wilde. Niet omdat ik tegen school ben, maar omdat ik niet meer geloof dat vier jaar (of vijf jaar, wettelijk gezien) automatisch betekent: vijf dagen onderwijs. Niet voor haar.
En toen kwam Spanje. Niet omdat we ergens van weg wilden, maar mede omdat daar iets mogelijk is wat voor mij essentieel voelt. Kinderen zijn daar pas vanaf zes jaar leerplichtig. Dat geeft ruimte om te kijken naar het kind en om op te bouwen in een tempo dat past.
In mijn werk noem ik dat leven op Planeet Kind. Een wereld waarin kinderen alles via hun gedrag, lijf en emoties laten zien. Waar ontwikkeling niet volgens een vaste planning verloopt, maar voor ieder kind anders is.
Ik geloof niet dat er één juiste manier is. Er zijn kinderen die floreren in vijf dagen onderwijs en kinderen die meer rust of een andere opbouw nodig hebben. Voor mij gaat deze keuze daarom niet over Nederland of Spanje. Het gaat over luisteren. Luisteren naar wat mijn dochter mij laat zien. En mezelf de vraag durven stellen: als ik voel dat iets niet helemaal klopt voor mijn kind… durf ik daar dan ook naar te handelen?