Expert over hoogbegaafde kinderen: ‘Na de vakantie zie je soms pas wat school met ze doet’
De vakantie kan soms ineens laten zien hoe een kind zich écht voelt. Zodra school weer begint, verandert er mogelijk veel: de structuur, verwachtingen, sociale contacten en de druk om mee te komen. Kinder- en jeugdtherapeut Anne Hartmans (57), gespecialiseerd in de emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde, intens voelende en intens denkende kinderen, kijkt daarom verder dan wat een kind aan de buitenkant laat zien.
Een kind kan vriendjes hebben, gezellig meedoen in de klas en sociaal heel vaardig zijn, terwijl er vanbinnen iets heel anders speelt. “Ik spreek liever over emotionele eenzaamheid, en soms zelfs over existentiële eenzaamheid, dan over sociale eenzaamheid.”
“Het gaat niet zozeer om de vraag of een kind voldoende contacten heeft, maar om iets anders: kan ik met iemand delen wat er werkelijk in mij omgaat?” Bij hoogbegaafde kinderen kan er al jong een groot verschil bestaan tussen wat hen bezighoudt en wat leeftijdsgenoten interessant vinden of kunnen volgen. Ze kunnen intens denken en voelen, ingewikkelde verbanden leggen of vragen stellen over onderwerpen waar andere kinderen nog nauwelijks mee bezig zijn. Een hoogbegaafde kleuter kan al tussen andere kinderen staan en ervaren: ze begrijpen mij eigenlijk niet echt. Dat maakt hen niet per definitie eenzaam, maar kan het vinden van herkenning wel ingewikkelder maken.
Het kind mist dan niet per se vriendjes, maar kan wel de ervaring missen van werkelijke verbondenheid: dat wat het denkt, voelt en interessant vindt, door een ander wordt herkend en begrepen. “Wanneer een kind steeds opnieuw merkt dat zijn manier van denken, voelen of naar de wereld kijken weinig herkenning vindt, kan een dieper gevoel van alleen-zijn ontstaan. Niet alleen: niemand begrijpt wat ik bedoel, maar soms bijna: niemand beleeft de wereld zoals ik hem beleef.”
Waarom hoogbegaafde kinderen zich op school gaan aanpassen
Kinderen zijn van nature gericht op verbinding. Ze willen ervaren: zie mij, begrijp mij, laat mij voelen dat ik bij jou hoor. Vanuit dat verlangen kan aanpassen ontstaan. “Jonge kinderen zijn verbazingwekkend goed in het oppikken van de norm van een groep”, zegt Anne. “Ze kijken om zich heen en leren snel: zo doen we dat hier.” Ze gebruikt daarvoor graag een beeld van boterhammen.
Stel dat een kind thuis gewend is twaalf boterhammen te eten, maar op school ziet dat de andere kinderen er twee eten. Dan zal het waarschijnlijk niet iedere middag demonstratief twaalf boterhammen op tafel leggen. Het kijkt om zich heen en past zich aan. “Niet omdat twee boterhammen ineens voldoende zijn, maar omdat het heeft geleerd: zo doen we dat hier.”
Sociaal kan iets vergelijkbaars gebeuren. Juist een kind dat snel denkt, veel vragen heeft, intens enthousiast kan worden of andere interesses heeft dan leeftijdsgenoten, kan al jong ontdekken dat het soms gemakkelijker is om een deel daarvan voor zichzelf te houden. Misschien stelt het bepaalde vragen niet meer, houdt het een bijzondere interesse voor zichzelf of doet het mee met iets wat het zelf eigenlijk niet zo interessant vindt.
Aanpassen is op zichzelf niet verkeerd. Het hoort bij samenleven. Het wordt ingewikkeld wanneer een kind steeds meer wezenlijke delen van zichzelf moet inhouden om de verbinding met anderen te behouden. “We denken dat het goed gaat, juist omdat een kind zich zo goed heeft leren aanpassen. Wat een kind laat zien, vertelt echter niet automatisch wat het nodig heeft.”
Signalen dat aanpassen op school je kind veel energie kost
Hoe merk je als ouder dat een kind zich voortdurend aanpast? “Dat kan op verschillende manieren zichtbaar worden. Sommige kinderen trekken zich terug, worden stiller of willen na school vooral alleen zijn. Andere kinderen lijken overdag juist vrolijk en sociaal, maar komen thuis volledig leeg of overprikkeld binnen. Daar, op een plek waar ze zich veilig voelen, kan de spanning die ze de hele dag hebben vastgehouden eruit komen.”
Dat kan zich uiten in boosheid, verdriet of enorme vermoeidheid. Ook lichamelijke klachten of veel bezig zijn met wat anderen vinden, kunnen signalen zijn. Soms zegt een kind het zelf: ‘De meester snapt me echt niet.’ Of: ‘Ik zeg het maar niet meer.’ Voor ouders kan dat verwarrend zijn: hoe kan een kind dat op school ogenschijnlijk goed functioneert, thuis zo anders reageren?
Toch nodigt Anne ouders uit om niet te snel conclusies te trekken. “Niet ieder stil, moe of boos kind is een verborgen eenzaam kind. Gedrag vertelt ons dát er iets speelt, maar lang niet altijd wát.” Kijk daarom naar patronen. Is er een groot verschil tussen hoe je kind buitenshuis functioneert en hoe het thuis is? Kost school opvallend veel energie? Is het veel bezig met wat anderen van hem of haar vinden? Of lijkt het steeds moeilijker te kunnen vertellen wat het zélf vindt, wil of nodig heeft?
“Juist een kind dat zich uitstekend heeft leren aanpassen, kan gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Hoe beter de aanpassing lukt, hoe minder zichtbaar soms wordt wat die aanpassing het kind kost.”
Wanneer raakt een hoogbegaafd kind zichzelf kwijt door aanpassen?
Aanpassen hoort bij opgroeien. Een kind hoeft niet alles wat in hem opkomt te kunnen zeggen of doen. Maar volgens Anne ligt er een grens. “Het wordt een probleem wanneer aanpassen betekent dat een kind zichzelf steeds buiten beeld plaatst. Bijvoorbeeld wanneer het zijn vragen niet meer stelt, interesses verbergt, zich bewust minder slim voordoet of voortdurend controleert hoe het overkomt.”
Als dat lang duurt, kan de verbinding met de eigen binnenwereld verzwakken. “Als je voortdurend bezig bent met: wat wordt hier van mij verwacht, wordt het moeilijker om te voelen: wat vind ík eigenlijk? Wat heb ik nodig?” Daar kan ook een diepe eenzaamheid uit ontstaan. Niet omdat er niemand is, maar omdat steeds minder van wat werkelijk in het kind leeft onderdeel is van het contact met anderen.
“Aanpassen helpt een kind om met anderen samen te leven. Het mag niet betekenen dat het daarvoor steeds verder van zichzelf vandaan moet bewegen.” Voor een kind is het belangrijk dat het zijn eigen binnenwereld niet alleen zelf leert begrijpen.
Juist in contact met volwassenen die nieuwsgierig blijven naar wat er vanbinnen gebeurt, kan een kind ervaren: wat ik denk en voel mag er zijn, ook wanneer het anders is dan verwacht. Een kind mag dus leren bij anderen te horen, zonder zichzelf daarvoor kwijt te raken.
Waarom de eerste schoolweken ineens veel zichtbaar kunnen maken
De overgang van vakantie naar school kan volgens Anne veel zichtbaar maken. Tijdens de vakantie vallen veel dagelijkse verwachtingen weg: minder presteren, minder groepsdruk en meer vrijheid. “Voor sommige kinderen is dat een verademing. Je ziet ze echt opbloeien. Ze worden creatiever, zoeken hun eigen interesses weer op en nemen meer ruimte in.”
Andere kinderen zijn juist eerst ontzettend moe of prikkelbaar en willen misschien een tijdlang weinig anders dan achter een scherm verdwijnen. “Dat betekent niet dat onbeperkte schermtijd de oplossing is, maar het kan wel iets vertellen over de behoefte om eerst even heel weinig te hoeven.”
Nu de schoolvakantie voorbij is en kinderen weer naar school gaan, kan het contrast opnieuw zichtbaar worden. Verandert de stemming van je kind? Slaapt het slechter, wordt het onrustiger of trekt het zich meer terug? “Kijk vooral nieuwsgierig naar het verschil: wat zie ik bij mijn kind wanneer er relatief weinig van hem wordt gevraagd, en wat verandert er zodra school en alle verwachtingen weer terugkomen?”
Wat kun je als ouder doen als je kind zich steeds aanpast?
Anne heeft voor ouders nog een belangrijke boodschap: probeer niet te hard om je kind ‘meer zichzelf’ te laten zijn. “Ook dat kan een opdracht worden. Kinderen hebben ruimte nodig waarin niet voortdurend iets van hen verwacht wordt. Lekker scharrelen, zich vervelen, zelf nieuwe plannetjes bedenken.”
Ouders hoeven ook niet voortdurend vragen te stellen om geïnteresseerd te zijn. Samen iets doen, lachen, wandelen of gewoon een beetje tijd verpozen kan genoeg zijn. “Als je wel iets vraagt, probeer dan werkelijk open te staan voor een antwoord dat anders is dan je had verwacht. Laat ook open wie je kind op dat moment wil zijn.” En misschien hoeft thuis ook niet alles uitgeplozen te worden. Een plek waar een kind niet voortdurend hoeft te presteren, verklaren of bewijzen wie het is, kan ontzettend waardevol zijn.
Voor Anne gaat het uiteindelijk niet om een kind dat overal volledig zichzelf moet kunnen zijn. “Het gaat erom dat een kind zich welkom voelt, zichzelf steeds beter leert kennen en ervaart dat het in verbinding met anderen niet steeds wezenlijke delen van zichzelf buiten spel hoeft te zetten.” Misschien is dat wel de mooiste vorm van erbij horen: ik mag bij jou horen én bij mezelf blijven.
Favoriete speelgoed van de redactie
Onze redactie is altijd op zoek naar speelgoed dat meer doet dan alleen vermaken. Wij selecteren met zorg de mooiste en hipste producten voor ons kroost. Speelgoed dat niet alleen kwalitatief en duurzaam is, maar ook bijdraagt aan de ontwikkeling en aansluit bij de principes van Montessori: zelf ontdekken, leren door te doen en spelen met aandacht. In dit overzicht delen we onze favoriete vondsten.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F08%2FAnne-Hartmans-e1786861044566.jpg)