Wil je als ouder steeds meer grip op je kind? Pedagoog: ‘Loslaten is minstens zo belangrijk’
Je kind voortdurend in de gaten houden, precies willen weten waar het is en bang zijn dat je iets mist. Veel ouders doen het uit liefde, maar volgens pedagoog Bert Wienen kan betrokkenheid ook doorschieten. ‘Opvoeden gaat niet alleen over vasthouden. Loslaten is minstens zo belangrijk.’
Een baby via een camera in de gaten houden. Willen weten waar je kind speelt. Meteen ingrijpen als iets moeilijk wordt. Voor ouders is het verleidelijk om steeds meer grip te krijgen op het leven van hun kind. Volgens Wienen heeft dat veel te maken met angst. “Het idee erachter is vaak dat ouders bang zijn dat ze iets missen.”
Maar opvoeden draait volgens hem om een voortdurend zoeken naar balans. “Opvoeden gaat over twee dingen: vasthouden en dingen voordoen. Maar net zo belangrijk is loslaten en kinderen de ruimte geven om op eigen benen te staan.” En juist dat laatste staat volgens Wienen onder druk. “De tendens van deze tijd is dat de focus heel erg ligt op het vasthouden. We willen alles meemaken en alles in beeld brengen. Dat beeld is nadrukkelijk aanwezig.”
Niet voortdurend onder toezicht
Wienen ziet regelmatig dat ouders moeite hebben met loslaten. “Ik hoor ouders weleens zeggen: ‘Mijn kind kan het alleen goed doen als ik erbij ben.’ Dan gaan bij mij alarmbellen rinkelen.” Niet omdat ouders te weinig betrokken zouden zijn, maar juist omdat kinderen ook zonder hun ouders moeten kunnen oefenen. “Er moet ook tijd voor het kind zijn zonder toezicht van de ouders. Op school, buiten spelen: daar leert een kind zichzelf te vermaken, tijd zelf in te vullen en zich te vervelen.”
Dat laatste is belangrijk. Wienen stelt dat een kind niet voortdurend beziggehouden hoeft te worden. “Het is belangrijk dat kinderen zichzelf leren vermaken. Dat ze zich vervelen.” Ook ouders kunnen elkaar daarbij helpen. Wienen ziet dat verschil bijvoorbeeld in de speeltuin. “Je ziet soms moeders bij een speeltuintoestel staan die alles in de gaten houden. Vaders zijn wat ontspannen. Als ze er samen zijn, ontstaat er gedoe. Je moet elkaar helpen in het loslaten.”
Tijd voor jezelf nemen is óók opvoeden
Veel ouders voelen zich schuldig wanneer ze tijd voor zichzelf nemen. Toch vindt Wienen dat niet nodig. “Schuldgevoel an sich is niet erg. Het is ook belangrijk dat je er veel bent. Je moet beschikbaar en aanwezig zijn. Maar dat schuldgevoel kun je wegnemen door te weten dat je óók goed voor jezelf moet zorgen en voor je partnerrelatie.” Sterker nog: het kan kinderen iets belangrijks leren. “Het is ook goed voor kinderen om te zien dat je voor jezelf kiest.” De vraag is dus niet hoeveel minuten per dag een ouder precies met een kind moet doorbrengen. “Dat is lastig om te zeggen. De tijd die ouders met kinderen doorbrengen, is toegenomen. Dat is mooi.” Het gaat volgens hem vooral om de ruimte die een kind daarnaast krijgt.
‘Je kind kan meer dan je denkt’
Wanneer ouders voortdurend beschikbaar zijn, kan volgens Wienen een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling worden overgeslagen: leren loskomen. “Het meest elementaire deel van opvoeden, het loskomen, gebeurt dan niet. Een deel van de ontwikkeling komt dan niet op gang.” Want het uiteindelijke doel van opvoeden is dat een kind zelfstandig de wereld in kan. “Opvoeden gaat erover dat een kind leert om zelf in de wereld te staan.”
Wienen wijst op een spel dat ouders overal ter wereld met hun kinderen spelen: kiekeboe. “Je ziet me niet, maar ik ben er wel. Dat is eigenlijk de manier waarop zowel ouders als kinderen leren dat iemand weg kan zijn en toch blijft bestaan.” Langzaam wordt die afstand groter. “Als je ruimte krijgt, kun je je eigen karakter ontwikkelen. Je kunt dingen gaan doen die je ouders niet leuk vinden. Je leert je staande te houden in een wereld die je nog niet kent.” Dat vraagt van ouders vertrouwen. “Ga ervan uit dat je kind altijd meer kan dan je zelf denkt. Geef het ook de mogelijkheid om je te laten verbazen.”
Angst is een slechte raadgever
De grootste valkuil is volgens Wienen dat ouders hun eigen angsten op hun kinderen projecteren. “Angst is een grote raadgever, en dat is niet goed. Vaak ben je te bang als ouder.” Dat ouders zich zorgen maken, vindt hij vanzelfsprekend. “Zorgen over een kind, dat is nooit anders geweest. Het is een uiting van liefde.” Maar tegenwoordig krijgen die zorgen volgens hem soms een andere vorm. “Om te voorkomen dat er iets gebeurt, willen mensen grip hebben en gaan ze hun kind monitoren.”
Daar moeten we voor oppassen, vindt Wienen. “We moeten heel erg oppassen dat we onze eigen angsten op kinderen projecteren. Ze kunnen heel veel aan, vaak meer dan je denkt.” En soms gaat het mis. Dat hoort volgens hem bij opvoeden. “Als het misgaat, is dat vervelend voor iedereen. Dan denk je misschien: had ik het anders moeten doen? Maar er is altijd weer een mogelijkheid.”
Opvoeden is geen kwestie van één perfecte aanpak, stelt Wienen. “Je past je elke keer weer aan. Dat is wat opvoeden is. Je stimuleert, maar je leert ook van je kind. Bij ieder kind is het weer anders, ook binnen één gezin.” Misschien is dat wel de lastigste opdracht voor ouders: steeds iets meer durven loslaten, terwijl je weet dat je kind altijd terug moet kunnen komen. “Het is belangrijk dat een kind altijd de ruimte heeft en voelt dat het terug mag komen.” Of, zoals Wienens oudste zoon het zelf droog formuleert: “Het is één inconsequente aangelegenheid.” En misschien is dat juist wat opvoeden is.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)