Bang voor ziektes

antwoord

Op zich is het niet gek dat kinderen van deze leeftijd zo nu en dan een periode meer bezig zijn met de dood, ziek zijn en bijvoorbeeld de ellende op de wereld. Ze zijn zich door school, door wat ze meemaken, horen en zien op televisie, door boeken (en als ze wat ouder zijn: door sociale media) steeds meer bewust van alles wat kan gebeuren en dat het leven eindig is. 

Door ze hun verhaal te laten doen, goed te luisteren en te helpen met relativeren lukt het meestal om deze gedachten en gevoelens in goede banen te leiden. Maar als je kind echt blijft hangen in zijn gedachten en gevoelens, en hij er echt last van heeft, is er wat meer nodig. Wel goed om te onderzoeken of er een aanleiding is geweest waardoor hij ermee begonnen is. Vanaf wanneer speelt het? 

Wat kun jij doen?

  • Ik zou het eerst nog eens rustig aankaarten en over een aantal dingen doorvragen bij je zoon. Vertel hem dat je merkt dat het hem erg bezighoudt en beangstigt, en dat het niet helpt als jullie hem geruststellen. Vraag of dat klopt. Check of hij er graag vanaf wil en vertel hem dat je hem er graag bij wil helpen. 
  • Bedenk samen waarom het fijn voor hem zou zijn als hij er minder mee bezig is. Wat is er dan anders?
  • Probeer samen te ontdekken op welke momenten hij erover gaat nadenken en op welke momenten het hem lukt er juist níet aan te denken. Noteer dat samen per dagdeel.
  • Vraag bij het opschrijven steeds hoe het hem is gelukt om uiteindelijk toch weer te stoppen met de nare gedachten, of hoe het hem lukte er helemaal niet aan te denken. Op welke momenten speelt het niet door zijn hoofd? Door hier heel goed bij stil te staan ontdekken jullie wat hem kan helpen om de gedachten te stoppen. Zo krijgt hij het gevoel dat hij er controle over heeft! Dat geeft vertrouwen en zo kun je zoeken naar dat wat werkt voor hem!
  • Samen kunnen jullie op basis hiervan een plannetje maken om het denken aan deze nare dingen te verminderen. Dat werkt voor iedereen anders. Dus observeer goed en praat er samen over om tot voor hem werkbare ideeën te komen. 
  • Een paar ideetjes van mijn kant:
    – Weet hij dat het irreële gedachten zijn? Of zou het hem helpen als de huisarts hem gewoon een keer goed nakijkt en wat dingen kan vertellen of uitleggen? Soms helpt het om het van een deskundige te horen. 
    – Als je merkt dat hij er een tijdje niet mee bezig is geweest of dat hij snel stopt na er even aan te hebben gedacht, vraag dan direct hoe hem dat gelukt is. Zo gaat hij op zichzelf vertrouwen!
    – Welke irreële gedachten spelen er op deze momenten door zijn hoofd? Verzin samen vervangende (ofwel: helpende) gedachten. Wat kan hij tegen zichzelf zeggen als de rot-gedachten weer opkomen? 
    – Maak op basis van de observaties en mogelijke oplossingen een helpkaart met vijf ideeën om aan te denken of te doen op het moment dat het weer speelt. Deze kan hij een tijdje bij zich houden of van jou horen als het weer begint. Als een reminder! 
    – Misschien helpt het volgende: spreek met hem een bepaald moment van de dag af dat hij dit soort dingen wel even met je mag bespreken. Door dat te kaderen tot een kort momentje overdag, haal je soms het denken eraan op andere momenten weg. 

Door te blijven bijhouden wanneer hij er niet (en wel) aan denkt kunnen jullie ook goed zien of het minder wordt. Blijft het doorgaan – ondanks jullie plannetje en aanpak – dan kan het hem misschien helpen er met iemand over te praten. Een goede kindercoach of een kinderpsycholoog boekt vaak na een aantal sessies al resultaat. 

Reageer op artikel:
Bang voor ziektes
Sluiten