Gezonde nachtrust, super belangrijk!

redactie 19 jun 2018 Gezondheid

Een gezonde nachtrust is essentieel, blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek. Slecht slapende kinderen zijn vaker ziek, gedragen zich drukker, hebben meer overgewicht en leren minder goed. Dat bijna een derde van de kinderen regelmatig slecht slaapt, is dus met recht zorgwekkend te noemen.

‘Laten we lekker níet uitgaan vanavond, maar nog even naar de slapende kinderen kijken,’ zegt TS Garp tegen zijn vrouw in de film The World According to Garp. Voor kinderlozen moet dit een gestoorde opmerking zijn. Heb je wél een kind, dan weet je precies waar hij het over heeft. Slapende kinderen – vooral je eigen – zijn niet alleen ontzettend fijn om naar te kijken, ze zijn in al hun serene onschuld ook nog eens heel nuttig bezig. Wie goed slaapt, wordt minder snel ziek. Amerikaans onderzoek toonde onlangs aan dat mensen die gedurende 14 dagen op tijd naar bed gingen en daarna druppels van het Rhinovirus in hun neus gedruppeld kregen, veel minder vaak verkouden werden dan degenen die dezelfde behandeling ondergingen maar te weinig sliepen. Een goede nachtrust, zo concluderen de onderzoekers, is een belangrijke pijler van een goed werkend immuunsysteem.

Los van een verminderde weerstand, verhoogt slaapgebrek ook de kans op overgewicht en daaruit voortvloeiende ziektes, zoals diabetes. Dat komt waarschijnlijk omdat de twee hormonen die de eetlust regelen (leptin en ghrelin) beïnvloed worden door het slaappatroon. ‘Er zijn allerlei aanwijzingen dat je door slaapgebrek meer gaat snacken en vooral meer zin krijgt in vette en zoete dingen,’ zegt psychofysioloog Eus van Someren. Hij is een internationaal erkend slaaponderzoeker en leidt de onderzoeksgroep Slaap en Cognitie van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (NIN).

Rustiger gedrag

Kinderen die genoeg slapen functioneren ook mentaal een stuk beter. Logisch misschien, maar het verraderlijke is dat slaapgebrek bij kinderen niet altijd als zodanig wordt herkend. Want in tegenstelling tot wat velen denken, worden kinderen bij te weinig slaap niet sloom en chagrijnig – zoals volwassenen – maar juist hyper en druk. En dus moeten ze niet láter naar bed – omdat zij dan hun energie nog even kwijt zouden kunnen – maar éérder. Van Someren: ‘Wat dat betreft denk ik dat er met slaap nog veel winst te behalen valt bij de steeds groter wordende groep kinderen met gedragsproblemen. Zeker omdat onderzoeken uitwijzen dat nogal wat kinderen met grote regelmaat soms wel twee uur minder slapen dan goed zou zijn.’

Slaaptekort doet nog meer met het brein. Zo is iemand die bijvoorbeeld twintig uur achter elkaar wakker is – niet ondenkbeeldig als een puber om zeven uur opstaat en ’s avonds nog een feestje heeft – goed te vergelijken met iemand die drie glazen wijn op heeft: het spraakvermogen vermindert, het geheugen werkt niet optimaal en het gedrag wordt ongeremder. Iemand met slaapgebrek kan ook minder goed plannen en heeft minder inzicht in het eigen kunnen. ‘Je kent vast wel van die mensen die zeggen dat ze heel goed tegen weinig slaap kunnen,’ zegt Peter Meerlo, die als neurobioloog en slaaponderzoeker verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Goede kans dat hier sprake is van een door slaapgebrek veroorzaakte zelfoverschatting.’

Beter leren

Wie goed slaapt, leert ook makkelijker. Dat werkt op twee manieren. Allereerst kan een uitgeslapen kind nieuwe leerstof beter opnemen. Daarnaast bestaat de zogenaamde ‘slaapbonus’. Als je de avond na het bestuderen van die nieuwe stof wéér op tijd naar bed gaat, kan die informatie veel beter worden toegepast. Dit effect werd mooi aangetoond in een experiment waarbij een aantal proefpersonen de opdracht kreeg om met behulp van een computerspel de weg te leren in een virtuele stad. Na een poosje geoefend te hebben, werd er een test afgenomen. De volgende dag, na een goede nachtrust, deden de deelnemers dezelfde test. Wat bleek? Iedereen maakte de test zo’n 20 procent beter dan de dag daarvoor: de slaapbonus.

Dromen is niet belangrijk

Lange tijd werd gedacht dat dromen het belangrijkste onderdeel van de slaap was. Het zou het moment zijn waarop gedachten en gevoelens van de dag ervoor verwerkt worden. Maar deze theorie vinden slaaponderzoekers steeds minder geloofwaardig omdat ook dieren een REM-slaap (Rapid Eye Movement) hebben: dit is de slaapfase waarin mensen dromen. ‘Het kan toch niet zo zijn dat een egel moet dromen om zijn lustgevoelens te kanaliseren,’ aldus Peter Meerlo. En dus wordt dromen gezien als een restproduct van de slaap. Ze zijn er waarschijnlijk omdat het brein niet goed in staat is om dingen te laten zoals ze zijn.

Van Someren: ‘Ik denk dat slaap in zijn algemeenheid een soort organiserend principe heeft. Er zijn allerlei cellen in het lichaam waarmee iets gedaan moet worden: afvalproducten verwijderen, zenuwverbindingen herstellen, informatie verwerken, dat soort zaken. En omdat het nou eenmaal niet handig is om te reorganiseren en tegelijkertijd actief bezig te zijn of informatie te verwerken, zijn deze processen gescheiden.

Toch roept de opmerking dat dromen alleen gezien moeten worden als restproduct nog wel vragen op. Want hoe kan het dan dat we vaak dezelfde soort dromen hebben? Zo schijnen veel mensen te dromen over het verliezen van tanden (de dood?) of over ‘willen maar niet kunnen vluchten’. ‘Over die tanden kan ik niet veel zinnigs melden,’ zegt Eus van Someren. ‘Maar over dat niet kunnen vluchten wel. Iedereen die wel eens bang is geweest, weet dat het lichaam daar op twee manieren op kan reageren: vechten of vluchten. Als je slaapt en je droomt iets naars, sturen de hersens deze boodschap ook naar je lichaam. Het verschil is alleen dat tijdens de REM-slaap dat signaal niet aankomt bij je spieren. Dat komt omdat wij een soort knop in ons brein hebben die ervoor zorgt dat de boodschap onderbroken wordt. Je kunt daardoor niet handelen naar wat je droomt. Dit weten we uit experimenteel onderzoek met katten, waarbij die knop werd uitgeschakeld. Het gevolg: de katten maakten allerlei rare vechtbewegingen. Een mogelijke verklaring voor de zogenaamde vluchtdromen is dat je lichaam aan de ene kant het signaal krijgt om in actie te komen, maar aan de andere kant dit niet kan doen omdat het wordt tegengehouden door die eerdergenoemde knop.’

Nachtangst en nachtmerries

Nachtangst en nachtmerries bij kinderen zijn een verhaal apart. Nachtangst vindt vooral plaats in het begin van de nacht. Het gaat hierbij om realistische enge dromen waarvan kinderen wakker worden. Daarna zijn ze vaak ontroostbaar. Nachtmerries slaan vaak toe in de vroege ochtend. In tegenstelling tot nachtangst herinneren kinderen zich deze dromen meestal wel. Waarom het ene kind meer last heeft van enge dromen dan het ander, is niet helemaal duidelijk. Uit onderzoek van het Sleep Disorder Center in Canada blijkt dat het voor een deel genetisch is bepaald.

Andere mogelijke verklaringen zijn een laag geboortegewicht en te weinig nachtrust. Soms heeft het te maken met te hoge eisen die aan een kind worden gesteld. Eus van Someren relativeert dit laatste door erop te wijzen dat nachtmerries vaak leeftijdgebonden zijn. ‘Veel kinderen hebben angstige dromen rond hun 5e levensjaar. Maar dat wordt naarmate ze ouder worden weer een stuk minder.’

Eén op de drie slaapt slecht

Uit onderzoek dat J/M dit najaar onder bijna 240 ouders (zie kader) hield, blijkt dat ongeveer 30 procent van de kinderen met enige regelmaat moeite heeft om in slaap te komen. De verklaringen hiervoor zijn zeer uiteenlopend. Zo lijkt het erop dat volwassenen die heel slecht slapen op een bepaalde plek een dunnere hersenschors hebben. Of dat voor kinderen ook geldt is niet duidelijk, maar lijkt wel aannemelijk. Wel is bekend dat kinderen met ahhd vaak minder makkelijk in slaap komen. Ook zijn er kinderen – en dit geldt zeker voor pubers – die pas laat melatonine gaan aanmaken, het stofje dat nodig is om in slaap te komen. Sommige ouders lossen dit probleem op door hun kinderen een melatoninepilletje te geven. Maar volgens Eus van Someren moeten we daar voorzichtig mee zijn.

‘Melatonine lijkt weliswaar een veilige stof, maar we weten eigenlijk te weinig over de effecten op lange termijn. Bij erg oude mensen zie je bijvoorbeeld dat ze niet goed in staat zijn om die melatonine af te breken en dat ze bij langdurig gebruik overdag wat slaperig blijven. Verder weten we dat die melatoninespiegels gedurende de puberteit gaan veranderen. Daar moet je volgens mij niet te veel mee rotzooien.’
 

Reageer op artikel:
Gezonde nachtrust, super belangrijk!
Sluiten