De kracht van dromen: zo help je jouw kind om intense dromen te verwerken

Dromen zijn geen onzinnige verzinsels, ze helpen je kind om de prikkels van de dag te verwerken. En door er met jou over te praten, kan je kind er nog veel van leren ook.

Thomas (6) droomde nacht na nacht van een gruwelijk monster. Wat zijn ouders ook probeerden, niets hielp. Tot ze hem zelf vroegen hoe hij het monster zou kunnen verslaan. “Met een toverstaf!” zei Thomas. Samen zochten ze een tak in het bos. Thuis beschilderden ze die en bespraken wat hij ermee zou doen. De droom kwam nooit meer terug.

Volgens droomcoach Nicoline Douwes Isema was het heel goed dat Thomas’ ouders zijn dromen serieus namen. Voor kinderen zijn dromen en verzinsels namelijk werkelijkheid. Zij denken nog primair in beelden. De prefrontale cortex, het gedeelte van de hersenen waarmee we rationeel denken, komt rond het 12e jaar goed tot ontwikkeling en is pas na de puberteit voltooid. Tot die tijd ontbreekt eigenlijk simpelweg de fysieke hardware om rationeel na te denken.

Dromen zijn eigenlijk werkelijkheid

Maar ook voor volwassenen zijn dromen eigenlijk werkelijkheid, zegt Douwes Isema. Een van de visies die ze beschrijft in haar boek Wat heb jij gedroomd vannacht?, stelt dat dromen een fase is in een continu doorgaand denkproces. Douwes Isema: ‘Je slaapt, maar het denken gaat door. Omdat we tijdens onze slaap in een andere biochemische staat verkeren dan als we wakker zijn, levert dit ook andere associatieve gedachten op: dromen. Het bijzondere is dat op hersenscans te zien is dat ons brein tijdens het dromen zelfs actiever is dan wanneer we wakker zijn.’ Niet voor niets krijgen we in dromen soms geniale invallen.

Verwerken prikkels

Voor kinderen is dromen vooral een manier om de enorme hoeveelheid prikkels te verwerken die ze dagelijks binnenkrijgen. Erover praten is een aanvulling op dat verwerkingsproces. Hierdoor leert een kind bij zichzelf te herkennen wat hij voelt en oefent hij om woorden te geven aan zijn innerlijke belevingswereld. Dat helpt hem om te vertrouwen op zijn innerlijk kompas, van zichzelf te weten wat hij wel en niet prettig vindt en nodig heeft. Dat is een handige vaardigheid in sociale contacten en bij het maken van keuzes in het leven.

Dromen: hoe zit dat eigenlijk bij kinderen?

Een andere belangrijke functie van praten over dromen is het ontwikkelen van het oplossingsgericht vermogen van kinderen. ‘Alle kinderen krijgen nachtmerries, vooral tussen hun 4e en 12e. Behalve wanneer nachtmerries zorgelijk worden omdat erover praten niet helpt – dan is het wel zaak om hulp in te schakelen – is dat niets om van te schrikken. Ze leren je kind om te gaan met het feit dat niet altijd alles makkelijk en leuk is, maar ook dat je geen slachtoffer hoeft te zijn. Dat je zelf iets kunt doen. Bijvoorbeeld door te bedenken hoe je een ander eind aan de droom kunt geven.’

Tips voor het verwerken van dromen

Praten over dromen helpt kinderen bovendien om verbanden te zien, wat eveneens het creatief denkvermogen traint. Associatief denken is een vaardigheid waar je veel aan hebt; of het nu om leren op school gaat, ruzies oplossen met vriendjes of – later – in je werk. Als je kind geen prater is of jij niet zo’n geduldige luisteraar, zijn er veel andere manieren om dromen te verwerken. Bijvoorbeeld kleien, toneelspelen of tekenen. Nicoline Douwes Isema geeft vier tips.

1. Samen praten

Laat merken dat praten over dromen mag. Je kunt er een ritueel van maken, door bijvoorbeeld standaard tijdens het ontbijt of het avondeten te vragen of iemand nog iets gedroomd heeft. Of voor het slapengaan, op de rand van het bed. Of je praat gewoon wanneer het zo uitkomt. Als je kind maar voelt dat er ruimte is. Komt het jou lastig uit, leg dan uit dat je het heel graag wilt horen, maar nu geen tijd hebt. Spreek af wanneer jullie er rustig voor gaan zitten.

Als je kind over een droom vertelt, is het voor jou vooral zaak om aandachtig te luisteren, écht luisteren. Stel open vragen. Zoals: ‘Vertel eens iets over je droom? Wat deed je? Waar was je? Hoe zag het eruit? Wat gebeurde er precies? Wie waren er nog meer? Wat deden ze?’ En, voor wat oudere kinderen: ‘Wat dacht je toen? Wat voelde je daarbij?’ Als je kind niet weet hoe iets of iemand eruitzag, is dat prima; dan deed dat onderdeel er misschien gewoon niet zo toe. Ga dan niet doorvragen.

Je kunt ook vragen: ‘Wat was het belangrijkste moment?’ En: ‘Hoe eindigde het?’ Vaak zegt het belangrijkste moment iets over een wens of angst van een kind. Onderbreek je kind niet en vraag zeker nooit: ‘Wat denk je dat het betekent?’

Kinderen kunnen nog helemaal niet op dat niveau denken en het leidt alleen maar af. Meestal is alleen al het vertellen over de droom een hele opluchting. Als het een nare droom was, kun je vragen wat je kind een leuker einde gevonden zou hebben. Hoe vaker je over dromen praat, hoe makkelijker het gaat, en hoe meer dromen jullie bovendien zullen onthouden.

2. Laat ze het tekenen

Tekenen is ook een goede manier om dromen te verwerken. Voor heftige dromen kan het zelfs fijn zijn om meerdere tekeningen te maken. Met de eerste tekening tekent een kind de droom van zich af. De tweede tekening kan dan wat gedetailleerder zijn. Als je kind deze laat zien, heeft hij al wat meer afstand van de droom en kan hij er makkelijker over praten, met minder emoties. Met een derde tekening kun je hem wat helpen; vraag hoe hij de droom zo kan veranderen dat hij niet meer eng is. Een kind kan zichzelf groter tekenen, zodat hij het monster makkelijk kan verslaan. Of hij kan er een vriendje bijhalen.

Andere creatieve uitlaatkleppen zijn toneel- of poppenkast spelen of kleien. Je kind kan het monster uit zijn droom kleien en vervolgens platstampen. Of hem een belachelijk uiterlijk geven zodat de dreiging eraf is. Probeer het niet in te vullen. Kinderen hebben zelf vaak de meest inventieve oplossingen om hun monsters te slim af te zijn.

3. Niet invullen

Laat het vooral aan je kind over of hij iets over zijn dromen wil vertellen. Vraag niet door als hij weinig enthousiast reageert. Misschien is hij niet zo’n prater of heeft hij het gevoel ‘verhoord’ te worden. Kijk ook uit dat je de droom niet voorbarig gaat interpreteren of dingen suggereert. Als jij vraagt ‘was het monster in je kamer?’ terwijl je kind over een monster op straat droomde, kan jouw suggestie hem geschrokken doen denken: ‘O, kan hij dan ook in mijn kamer komen?’ Bedenk ook dat een monster niet per se op een problematische situatie hoeft te duiden. Je hoeft een kinderdroom niet figuurlijk uit te leggen. Zoals psycholoog Jung al beweerde: je kunt nooit andermans dromen uitleggen, dat kan alleen ieder voor zichzelf. Symbolen zijn niet algemeen, maar heel afhankelijk van wat iemand bezighoudt. Om dezelfde reden raadt Douwes Isema dromenverklarende boeken af. ‘Ze laten je op het spoor van de symboliek doordenken en blokkeren je eigen gedachten. Daarmee mis je misschien heel andere, persoonlijke betekenissen.’

4. Geef het voorbeeld

Wat voor zoveel zaken in de opvoeding geldt, geldt hier ook: geef het voorbeeld door zelf veel over je eigen dromen te praten. Je kunt ook je kinderen vragen om jou daarbij eens te coachen: laat hen aan jou vragen wat je precies deed en zag, voelde en dacht. Of zeg: ‘Stel me eens drie gekke vragen over mijn droom?’ Het kan je nog verrassende nieuwe inzichten geven!

Eerste hulp bij nachtmerries: zo help je jouw kind beter te slapen

Nicoline Douwes Isema is droomcoach. Samen met journalist Cathelijne Esser schreef ze het boek ‘Wat heb jij gedroomd vannacht? De kracht van denken in je slaap.’

Reageer op artikel:
De kracht van dromen: zo help je jouw kind om intense dromen te verwerken
Sluiten