Clarine Corstens
Clarine Corstens Opvoeden vandaag
Leestijd: 7 minuten

GZ-psycholoog: ‘Broers en zussen van een kind met een eetstoornis verdwijnen vaak naar de achtergrond’

Wanneer een kind een eetstoornis heeft, gaat vrijwel alle aandacht begrijpelijkerwijs naar hem of haar. Maar volgens GZ-psycholoog Clarine Corstens, gespecialiseerd in het begeleiden van ouders van jongeren met een eetstoornis, betaalt vaak nóg iemand een hoge prijs: de broer of zus die zichzelf steeds kleiner maakt. In deze column laat ze ouders zien wat er vaak achter die stilte schuilgaat.

In dit artikel is voor de leesbaarheid gekozen voor de vrouwelijke vorm (‘zij’, ‘dochter’ en ‘zus’). Uiteraard geldt hetzelfde voor jongens, mannen en iedereen die met een eetstoornis te maken heeft.

Je vindt het shit voor haar. Echt waar. Je ziet dat ze worstelt en je wilt dat ze beter wordt. Je durft het bijna niet hardop te zeggen, maar soms word je er gewoon niet goed van dat thuis álles om haar lijkt te draaien.

Al voordat er wordt gekookt, voel je hoe de sfeer verandert. Je moeder loopt net iets te druk door de keuken. Je vader vraagt voorzichtig wat jullie zullen eten. Je zus zegt dat ze al iets heeft gegeten en niet mee hoeft te eten. En jij weet: daar gaan we weer.

Aan tafel praat je wat meer dan normaal. Over school, over een docent die iets stoms zei, over eigenlijk helemaal niets. Gewoon om de ijzige stilte op te vullen. Ondertussen kijkt iedereen naar het bord van je zus en doen ze alsof ze niet kijken.

Waarom de sfeer thuis al verandert voordat er gegeten wordt

Je eet snel je bord leeg, want je wilt voordat er gedoe is maken dat je wegkomt. Als er gedoe komt, kijk je gauw naar je telefoon. En zeg je dat een vriend vraagt om langs te komen. Je piept er tussenuit. Daar staat het eten ‘gewoon’ op tafel. Daar vraagt iemand of je nog wat wilt eten en maakt het eigenlijk niet zo veel uit wat je antwoordt. Daar wordt gelachen, geruzied over wie de vaatwasser moet uitruimen en hangen jullie gezellig op de bank.

Bij hun thuis hoef je tenminste niet op eieren te lopen. Je vertelt je ouders niet dat je het thuis soms niet meer trekt. Ze hebben al genoeg aan hun hoofd. Je ziet hoe moe ze zijn. Hoe je moeder schrikt van ieder geluid boven. Hoe je vader ’s avonds nog zachtjes even met je moeder praat in de keuken.

Hoe broers en zussen zichzelf langzaam wegcijferen

Als iemand jou op dit moment zou vragen hoe het met jou gaat, zouden ze een standaard antwoord kijgen: ‘goed’. Je zorgt dat je cijfers op orde zijn. Je vraagt niet of er iemand komt kijken bij je sportwedstrijd. Je blijft wat langer bij vrienden of op je kamer en probeert vooral geen extra gedoe te veroorzaken. Je wordt het kind om wie niemand zich zorgen hoeft te maken. Dat is voor iedereen het beste.

Stilletjes hoop je dat iemand even doorvraagt. Dat iemand zegt: “Ik zie dat jij je zo klein mogelijk probeert te maken. Maar je hoeft niet te verdwijnen omdat je zus ziek is.”

Waarom ouders zich voortdurend schuldig voelen

En jij als ouder? Jij weet dat dit in het hoofd omgaat van je kind. En bij iedere zin die je hierboven las, voel je je nog rottiger. Gevoelens van schuld, schaamte en falen buitelen over elkaar heen.

Je ziet dat je kind steeds vaker bij een vriend eet. Dat verhalen halverwege worden ingeslikt zodra er een deur dicht wordt gegooid, omdat de spanning oploopt. Dat er minder wordt gevraagd, minder wordt geklaagd en steeds vaker wordt gezegd: “Laat maar.” Je ziet een kind dat er wel is, maar steeds minder ruimte inneemt.

De eetstoornis krijgt aandacht, het andere kind verdwijnt

En natuurlijk wil je dat anders. Je houdt niet minder van je andere kind(eren). Je bent hem/haar niet vergeten. Niet je kind met de eetstoornis, maar de eetstoornis zelf dringt keihard voor. Iedere dag opnieuw. Tijdens het koken, aan tafel, in gesprekken, in je agenda en zelfs op de momenten waarop je had besloten dat het nu eens níét over de eetstoornis zou gaan.

Ondertussen probeer jij alle ballen in de lucht te houden. Je wilt er zijn voor je zieke dochter, haar broers en zussen, je partner, je werk, je vrienden en heel misschien ook nog een beetje voor jezelf.

En overal voelt het alsof je tekortschiet. Je wilt het delen met je partner, maar tot overmaat van ramp, zitten jullie ook niet meer echt op een lijn. Jullie zijn een soort van team rondom de eetstoornis, maar reageren logischerwijs ieder op je eigen manier in ‘standje overleven’. En dat vergroot alles uit en botst met elkaar. De een zit meer op de verbinding, de ander meer op ‘we moeten vooruit en dus grote stappen zetten.’ Je bent nog een team, maar de relatie zoals hij was, laat staan de intimiteit, is ver te zoeken.

Je kijkt naar andere gezinnen en denkt: kon ik maar even ruziën met m’n puber over te laat thuiskomen, spijbelen of dat eerste vriendinnetje. Natuurlijk hebben zij ook hun gedoe, maar dat haalt het niet bij dit. Misschien moet je daarom dit horen: je kunt de aandacht in een gezin waarin een kind ernstig ziek is niet eerlijk verdelen.

Wat broers en zussen eigenlijk hopen dat hun ouders zeggen

Dat maakt je geen slechte ouder. Het betekent dat jullie gezin onder enorme druk staat. Het is logisch dat jullie reageren zoals jullie nu reageren. Je reageert op jouw manier, om deze situatie te kunnen dragen en de spanning enigszins te verlagen. Je andere kinderen hebben overigens, ook niet alleen een gezellig uitje of precies evenveel één-op-één tijd nodig.

Ze hebben vooral nodig dat jij woorden geeft aan wat zij niet hardop durven zeggen: “Ik weet dat er veel aandacht naar je zus gaat. Ik kan me voorstellen dat dat verdrietig, irritant en soms ontzettend oneerlijk voelt. Je hoeft haar niet zielig te vinden. Je mag ook boos zijn op wat de eetstoornis met ons gezin doet. En mij hoef je niet te sparen, ook al snap ik dat je dat wel doet.”

Je hoeft het niet op te lossen, wel bespreekbaar te maken

Je hoeft en kan het niet meteen oplossen. Ondertitelen van gedachten en gevoelens in jullie gezin en luisteren naar wat er in de stilte wordt gezegd is een hele waardevolle stap. Laat merken: ik zie jou nog, ik hoor jou en ik ben er voor jou. Blijf een anker in je gezin. En dat gaat niet perfect: een moment, een stapje is het beste wat je nu kan doen. Houd moed, houd vol, je bent niet de enige, ook al voelt het verdomd alleen.

Wie is jouw anker om je aan vast te houden?

Verbonden expert
Clarine Corstens
Clarine Corstens
GZ-psycholoog, gezins- en relatietherapeut en trainer Verbindend Gezag
Clarine Corstens is GZ-psycholoog, gezins- en relatietherapeut en trainer Verbindend Gezag. Met haar bedrijf Corstens & Co ondersteunt zij ouders van tieners met psychische problemen, en traint zij professionals in het gedachtegoed Geweldloos Verzet | Verbindend Gezag. »

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Clarine Corstens
Geschreven door Clarine Corstens

Clarine Corstens is GZ-psycholoog, systeemtherapeut i.o. en gespecialiseerd in het begeleiden van ouders van jongeren met een eetstoornis. Ze is oprichter van Corstens & Co en host van de podcast Help, mijn kind heeft een eetstoornis. Voor ouders ontwikkelde zij daarnaast een gratis Vakantie Survival Gids met praktische tips om de zomervakantie met meer rust en vertrouwen tegemoet te gaan.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met onze mooiste verhalen.