‘Hoogbegaafdheid is sowieso lulkoek’

redactie 22 jun 2018 Blogs

'Moeten we mensen die hun kind 'hoogbegaafd' noemen niet gedwongen laten opnemen? Zelfde geldt voor 'hypersensitief'en 'overactief'.'

Met deze zin startte een van mijn Facebook-vrienden een discussie over de huidige neiging kinderen van etiketten en diagnoses te voorzien. Inderdaad, de man houdt van provoceren, maar hij sneed wel een interessant onderwerp aan. En met succes. Binnen een mum van tijd had Facebook-vriend wat hij wilde: een van de moeders die hij gedwongen wilde laten opnemen, reageerde.

‘En als dat kind nu eens hoogbegaafd en/of overactief is?? Ik heb er hier zo eentje rondlopen en geloof me, dat is geen makkie!’

Facebook-vriend wilde deze discussie wel aan: ‘Hoogbegaafd is sowieso lulkoek,’ schreef hij terug. ‘Dat is iedereen die tegenwoordig nog de krant kan lezen. Overactief zijn kinderen altijd, maar de pillenindustrie heeft pas tien jaar terug ontdekt dat je daar dus pilletjes voor in moet nemen.’

Moeder liet zich niet uit het veld slaan: ‘Als je nu eens gewoon van mij aanneemt dat hoogbegaafdheid te meten is (in het geval van mijn zoon: IQ135); en er is een verschil tussen erg druk en hyperactief. Ik leef het, ik onderga het elke dag. Ga mij nou niet vertellen dat het kolder is! Fijn voor jou dat het kennelijk in jouw directe omgeving niet voorkomt maar ga niet zomaar alles voor onzin afdoen!’

De discussie ging nog even door en omdat het een onderwerp is dat mij hevig interesseert, deed ik ook een duit in het zakje.

‘Ik vraag me af wat het met een kind doet als het grootgebracht wordt met de wetenschap dat het hoogbegaafd is. Is het een zegen speciaal te zijn? Bestaat hoogbegaafdheid? Vast. Probleem is dat alle psychiatrische etiketten op afspraken berusten en dat veel aandoeningen (autisme, ADHD, depressie en ik denk ook hoogbegaafdheid) op een gegeven moment in de mode raken. Daarmee is het etiket aan inflatie onderhevig.’

Moeder reageerde: ‘Een goede IQ-test wordt in drie verschillende delen afgenomen, op verschillende dagen en op verschillende tijdstippen. Het gemiddelde van die drie testen bepaald [sic!] dan uiteindelijk wat het IQ is. En natuurlijk is dat enigszins voor discussie vatbaar. Officieel ben je hoogbegaafd als je een IQ van 135 of hoger hebt.’

Ik: ‘Een IQ-test is een beperkt meetinstrument: je gebruikt een gestandaardiseerde test in een klinische omgeving. Mijn dochter heeft een IQ van onder de 40 volgens de deskundigen. Ze heeft tijdens de test alleen maar met een rammelaar gezwaaid. Thuis weet ze echter hoe haar kinder-cd-speler werkt en hoe ze de tv aanzet. Wat zei de test dan? Hoe ze zich tijdens een gestandaardiseerde test in een klinische omgeving gedraagt. Dat is een indicatie van een slecht werkend verstand, maar het voert wat mij betreft echt te ver om daar een cijfer uit te toveren dat alles over haar zou zeggen.’

Deze discussie had geen zin, bedacht ik me direct na deze reactie. Voor de moeder was de hoogbegaafdheid van haar zoon een waarheid geworden, een vaststaand gegeven. Het was getest, dus was het waar.

Bleef de vraag of zoonlief geholpen was met de wetenschap dat hij hoogbegaafd was. Ook voor hem had het etiket waarschijnlijk de vorm van een persoonlijke waarheid aangenomen. Kijk, dat is dan weer het voordeel van een kind dat het label ‘ernstig verstandig gehandicapt’ heeft gekregen: het heeft er zelf geen flauw benul van.

Nu vind ik niet dat ouders van hoogbegaafde kinderen gedwongen opgenomen moeten worden. Maar ik vind het wel interessant dat er steeds meer hoogbegaafde kinderen bij komen. Wat is er aan de hand? Worden de kinderen steeds slimmer of is het begrip hoogbegaafdheid aan inflatie onderhevig? Heet een kind dat vroeger een makkelijke leerling was nu ineens hoogbegaafd? En is dat winst? Is het goed voor kinderen dat we ze hoogbegaafd noemen?

Die diagnose hoogbegaafdheid begint met het besluit van de ouders dat hij ‘daar maar eens op getest moet worden’. Dat is een bewuste keuze: ze zouden het ook kunnen laten. Maar de diagnose hoogbegaafdheid heeft misschien ook wel iets aantrekkelijks. Het is een min of meer officiële term voor héél erg slim. Ouders hebben onvermijdelijk de neiging zich met hun kinderen te identificeren. Als een kind heel erg slim is, zullen de ouders dat ook wel zijn en andersom. Ik kan hierover meepraten. Tijdens mijn zwangerschap fietste ik langs een gymnasium. Ik dacht: mooi, de middelbare school is lekker in de buurt. Ik was zelf nogal een makkelijke leerling, dus ging ik er gemakshalve van uit dat mijn kind ook een snelle leerling zou zijn. De arrogantie!

Maar goed, hoogbegaafd is natuurlijk een veel leukere diagnose dan verstandelijk gehandicapt. Hoogbegaafd zegt: alle grondstoffen zijn aanwezig, ze hoeven alleen nog gebruikt te worden, terwijl verstandelijk gehandicapt juist uitdaagt te denken: wat zit er nog meer in dit kind dan alleen maar een slecht verstand? Wat kan ze allemaal, los van de testuitslag? Dat is in Yaëls geval heel veel. Dus heb ik alle reden om verder te kijken dan het etiket.

Reageer op artikel:
‘Hoogbegaafdheid is sowieso lulkoek’
Sluiten