Mijn peuter noemt appelmoes ‘appelpoep’ en pasta ‘slakken’: ik wou dat ik de wereld zo kon zien
Sinds ik moeder ben, kijk ik anders naar de wereld. Niet omdat ik ineens bijzonder filosofisch ben geworden, maar omdat ik een peuter in huis heb die mij dagelijks leert dat de werkelijkheid een stuk grappiger in elkaar zit dan ik dacht.
Neem appelpoep, oftewel: appelmoes. Geen idee hoe hij op die benaming is gekomen, maar inmiddels weten we precies wat hij bedoelt. En dan de fussili. Zodra die gedraaide pastasliertjes op zijn bord liggen, zijn het geen pasta’s meer, maar slakken. Ik zie avondeten, hij ziet een bord vol kruipende tuindieren.
Het is bijzonder hoe weinig er nodig is om zijn fantasie aan het werk te zetten. Een plas water is een zee, een kartonnen doos wordt een auto en een wandeling naar de supermarkt verandert in een ontdekkingstocht waarbij iedere steen, vogel en grasspriet uitvoerig bekeken moet worden.
Soms probeer ik hem uit te leggen hoe iets werkelijk heet. Maar waarom eigenlijk? Wie heeft bepaald dat appelmoes appelmoes moet heten en geen appelpoep? En waarom zouden fussili geen slakken mogen zijn? Het mooie is dat hij nergens over twijfelt. Hij noemt de dingen zoals hij ze ziet en verwacht dat de rest van de wereld hem begrijpt. Meestal lukt dat nog ook.
Wij volwassenen zijn misschien een beetje verleerd om zo te kijken. We weten hoe dingen heten, waarvoor ze dienen en waar we naartoe moeten. We lopen langs een slak zonder op te kijken, terwijl een peuter er het liefst uitgebreid kennis mee maakt.
Ik dacht altijd dat ik mijn kinderen de wereld zou leren kennen. Maar ondertussen leren zij mij dat die wereld een stuk leuker wordt als je niet alles meteen wilt begrijpen. En een bord slakken met appelpoep klinkt eigenlijk helemaal niet verkeerd.