Ruth Smeets
Ruth Smeets Mentale gezondheid vandaag, 
Leestijd: 7 minuten

Howard (65) groeide onveilig op en werd vader: ‘Ik dacht: wat doe ik nu? Knuffelen of slaan?’

Howard van Dodemont (65) groeide op in een onveilig gezin en durfde jarenlang geen vader te worden. Toen hij uiteindelijk twee dochters kreeg, ontdekte hij hoe diep zijn jeugd doorwerkte: ‘Soms voel ik me nog steeds een bedrieger.’

We worden gevormd door onze jeugd, maar dat hoeft niet de rest van ons leven te bepalen. In de voorstelling F*ck je jeugd vertelt Howard hoe zijn onveilige jeugd doorwerkte in zijn leven en vaderschap. Hij wil laten zien hoe lang de schaduw daarvan kan zijn én dat je ook opnieuw kunt beginnen.

“Ik was vijf toen ik naar een internaat ging. Een gezinsvervangend tehuis in een rijtjeshuis, midden in een woonwijk. We woonden er met ongeveer tien kinderen. De begeleidsters noemden we ‘tante’. Ik voelde me er veilig, omdat ik niet bang was. Ik kon met de andere kinderen spelen. De tantes waren aardig en lachten als ik iets grappigs deed of zei.

Hoe een onveilige jeugd doorwerkt in het vaderschap: ‘Ik wilde mijn eigen ervaringen bij mijn dochters weghouden’
Eigen beeld

Een klein gebaar dat bleef

Thuis was ik vaak bang voor mijn moeder. Ze kon onverwacht boos op me worden, dat zag ik nooit aankomen. Ik herinner me ook niet dat ze me knuffelde. Eén keer aaide ze met haar duim over mijn wang. Dat kleine gebaar heeft zo’n indruk gemaakt dat ik mijn kinderen en partner nog steeds vaak op precies die manier aai.

Thuis zat mijn lijf onder de blauwe plekken. Op het kinderdagverblijf zagen ze dat, en moest mijn moeder met mij naar het Medisch Opvoedkundig Bureau. Daar zei ik, drie jaar oud: ‘Mijn mama houdt niet van mij.’

Verlangen naar een thuis

Op mijn tiende kwam ik terug naar huis. Veilig was het nog steeds niet. Toch was het contact met mijn moeder tussen mijn vijftiende en achttiende best ontspannen. We praatten veel. Ik luisterde naar haar verhalen over haar jeugd en haar tijd in een Japans concentratiekamp. Als we boodschappen deden, dronken we daarna steevast koffie bij de Hema. Toch bleef ik gereserveerd.

Toen ik negentien was, ging ik de verpleging in en kreeg ik een kamer in de verpleegstersflat. Eindelijk een eigen plek. Op vrijdagavond gingen veel van ons naar hun ouders. Ik ook, maar meestal ging ik diezelfde avond weer terug. Ik verlangde naar een thuis, maar vond dat bij mijn ouders niet meer.

Belangrijk inzicht

Toen ik later naar Amsterdam verhuisde, kwam ik er steeds meer alleen voor te staan. Ik werd ongelukkig en depressief, voelde me een mislukkeling in mijn werk en deed mijn best om dat gevoel weg te drukken. Uiteindelijk kreeg ik een burn-out.

Bij het Riagg hoorde ik voor het eerst iemand zeggen dat ik verwaarloosd was. Zo had ik er zelf nooit naar gekeken. Mijn moeder deed alles om het ons materieel goed te laten hebben. Maar een kind heeft ook iets anders nodig.

Pas langzaam kon ik toelaten wat ik had gemist. Dat duurde jaren. In 1998, tijdens een training bij Essence in Amsterdam, voelde ik voor het eerst dat ik mijn leven zelf in handen kon nemen. Ik was niet verantwoordelijk voor wat er in mijn jeugd was gebeurd, maar wel voor wat ik ermee ging doen.

Wennen aan het vaderschap

Ik ben lang op mijn hoede geweest. Ik vertrouwde eigenlijk niemand en geen enkele situatie. Het was alsof ik wachtte op een klap die meestal helemaal niet kwam. Vaak had ik me uit voorzorg al teruggetrokken.

Doordat ik op het internaat had gezeten, voelde ik me anders dan anderen. Mijn moeder noemde me letterlijk ‘dien ander’. Verbinding was moeilijk voor me. Ik vertrouwde ook mezelf niet in relaties. Ik had weinig zelfvertrouwen, dacht dat ik liefde moest verdienen en overschreeuwde mezelf soms. Als iemand me daarop terugfloot, trok ik me weer terug.

Ik durfde lange tijd ook geen vader te worden. Pas tegen mijn veertigste voelde ik, na veel werk aan mezelf, de ruimte om samen met mijn toenmalige partner een kind te krijgen. Dat was geweldig. Mijn dochters zijn geweldig. Maar het heeft tijd gekost om rust te vinden in mijn rol als vader. Soms voel ik me daarin nog steeds een bedrieger.

‘Het was alsof ik wachtte op een klap die meestal helemaal niet kwam.’

De angst om her verkeerd te doen

Ik wilde mijn eigen ervaringen bij mijn dochters weghouden. Juist doordat ik het zo goed wilde doen, zette ik mezelf soms zo onder druk dat ik erg woedend kon worden. Ik heb al vroeg tegen ze gezegd: ‘Dat papa boos wordt, kan terecht zijn. Maar de manier waarop dat soms gebeurt, hoeven jullie niet te accepteren.’ Daar hebben we later vaak over gesproken.

We hebben goed contact en kunnen alles bespreken, maar ik blijf me afvragen hoe mijn vaderschap hen heeft beïnvloed. Verder heb ik sinds zeven jaar een relatie. Daarin groeit langzaam het vertrouwen: in mijn partner, in onze relatie en in mijn eigen vermogen om lief te hebben.

Terugkijken met mededogen

Na de dood van mijn ouders, de scheiding van de moeder van mijn kinderen en een burn-out rond mijn vijftigste ben ik onder begeleiding van coach Geraldine Pontenagel mijn levensverhaal opnieuw gaan bekijken. In die tijd speelde ik in Hij gelooft in mij. Ik stond bijna dagelijks in het theater, voelde erkenning voor wat ik kon en had mijn dochters veel om me heen. Er kwam weer vertrouwen.

Door de gesprekken met Geraldine ging ik anders naar mijn jeugd kijken. Ik kon ook met mededogen naar mijn moeder kijken. Ik ben dankbaar dat ik vlak voor haar dood nog een paar eerlijke gesprekken met haar heb gehad. Geraldine hielp me om mezelf en mijn kwaliteiten weer te zien. Mijn jeugd heeft me gevormd, maar hoefde niet alles te bepalen wat daarna kwam. We spreken elkaar nog steeds één of twee keer per jaar.

Een allesbepalende keuze

Nu ik 65 ben, weet ik wat in je jeugd gebeurt een leven lang doorwerkt. In hoe je liefhebt, hoe je vertrouwt en hoe je vader wordt. Daarom maak ik de voorstelling F*ck je jeugd, waarmee ik niet alleen mijn verhaal het theater inbreng, maar ook dat van zovelen die opgroeiden in een onveilig huis. Ik wil de lange schaduw van een onveilige jeugd zichtbaar maken. Theater laat je voelen wat cijfers betekenen in het leven van een mens.

In de voorstelling vertel ik over een nacht waarin ik als jonge vader bij de commode stond met mijn jongste dochter. Ik speelde toen in The Lion King en kwam laat thuis. Net als ik in bed lag, begon ze te huilen. Een schone luier, een flesje… Ik was zo moe dat ik mijn rust en geduld maar net kon bewaren. En zij lag daar naar me te lachen.

Ik dacht: wat doe ik nu? Knuffelen of slaan? Ik voelde dat die keuze bestond. Daardoor voelde ik ook iets van de onmacht die mijn moeder misschien heeft gekend. Gelukkig koos ik er telkens voor mijn dochter op te pakken en dicht tegen me aan te drukken. Misschien troostte ik daarmee mezelf nog wel meer dan haar. Ik ben blij dat dat lukte.

Opnieuw beginnen in het vaderschap

Dat vasthouden ben ik blijven doen. Ik bracht mijn dochters overal naartoe en haalde ze overal op, soms diep in de nacht. Het huis waar we met z’n drieën woonden, was echt van ons drieën. Nu zijn ze volwassenen en wonen ze op zichzelf, maar ik probeer nog steeds beschikbaar te zijn. Inmiddels ben ik ook bonusvader van drie tienerjongens. Dat brengt weer nieuwe vragen en ervaringen met zich mee.

Door de voorstelling kijk ik met enige afstand naar mezelf als zoon én als vader. Ik zie hoe patronen kunnen doorwerken, maar ook dat je keuzes kunt maken. Dat geeft me soms bijna een overwinningsgevoel. Ik heb iets van mijn leven gemaakt. En ik kon vader zijn voor mijn kinderen.

In een lied zing ik: ‘Kon je ooit nog een keer moeder zijn, kon ik ooit nog een keer jouw kind zijn, en dan samen opnieuw beginnen.’ Met mijn moeder kon dat niet meer. Maar in mijn eigen vaderschap heb ik wel opnieuw kunnen beginnen.

Eerlijke gesprekken

Ik hoop dat de voorstelling gesprekken verdiept die gelukkig al worden gevoerd. Dat ouders, kinderen, hulpverleners, beleidsmakers en ervaringsdeskundigen eerlijker met elkaar kunnen spreken over wat lukt en wat niet lukt.

We dragen allemaal iets van onze jeugd mee. Ik voel nog steeds het verlangen naar geborgenheid en liefde, en ik denk dat ik daarin niet alleen ben. Dat vind ik ook een hoopvolle gedachte: we kunnen elkaar daarin herkennen.

Beleid is nodig en kan veranderen. Maar kinderen en ouders hebben ook mensen nodig die hen werkelijk zien en die durven luisteren naar wat er achter de voordeur gebeurt. Als mijn voorstelling daaraan iets kan bijdragen, heeft het verhaal een plek gekregen buiten mezelf.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ruth Smeets
Geschreven door Ruth Smeets

Ruth Smeets is freelance journalist met een voorliefde voor verhalen over gezond eten en mentale gezondheid. Ze schrijft onder meer over over voedingstrends en het ontwikkelen van een positieve relatie met eten. Voor J/M Ouders maakt ze de rubriek ‘Het eetdagboek van…’, waarin ze ouders bevraagt over eetgewoontes en tafelrituelen. Ruth woont in Frankrijk, waar ze haar dagen vult met schrijven, wandelen en (hoe kan het ook anders?) koken en bakken voor geliefden, het liefst tot het hele huis ruikt naar zelfgebakken bananenbrood of een zacht pruttelende stoof.

Reacties