Lucas Westerbeek
Lucas Westerbeek Columns vandaag, 
Leestijd: 6 minuten

Brandon (17) komt altijd te laat: stagebegeleider is het zat, maar docent geeft hem een kans

Brandon (17) Op maandagochtend krijg ik een berichtje van de manager van het hotel waar Brandon stage loopt. “Helaas heeft Brandon zich gisteren en vandaag weer afgemeld. Ik kreeg een berichtje dat hij misselijk is. Vorige maand ging het zo goed, maar deze maand veel afwezig en te laat.”

Brandon (17) is altijd te laat, maar waarom eigenlijk?

Brandon is structureel te laat. Altijd en overal. Als ik hem erover spreek, gaat het weer een paar dagen goed. En daarna komt hij weer te laat. Soms een paar minuten, soms een kwartier, maar meestal een halfuur of zelfs meer dan een uur.

Toen ik op de middelbare school zat moest ik iedere ochtend ongeveer tien minuten fietsen. De eerste les begon om 8.05. Ik was altijd te laat. Ik stond vroeg op, om 6.45. Eerst liet ik de hond uit, daarna smeerde ik m’n brood en dronk een kopje thee. Tijd genoeg. Maar toch was ik iedere dag te laat. Het lukte gewoon niet om op tijd te vertrekken van huis. Gelukkig deden ze niet zo moeilijk op school. Ik hoefde nooit na te blijven, ik kreeg wel eens een waarschuwing. Tegenwoordig ben ik altijd te vroeg, of op tijd.

Ik antwoord de hotelmanager dat ik begrijp dat ze het vervelend vindt, dat Brandon zo vaak te laat is. Maar, we zijn aan het einde van het schooljaar, en vorige maand ging het erg goed, toen was hij vaker op tijd, en hij wil graag doorleren.

Een uur reizen naar school, terwijl Brandon veel dichterbij woont

Brandon wil verder met een opleiding in de mode. Op een ROC in de stad en niet meer zoals dit schooljaar in de richting Dienstverlening Luchthaven, op een locatie minstens dertig kilometer van z’n huis. Hij moet nu meer dan een uur reizen ’s ochtends.

Brandon is een grote, zachtaardige jongen, met vriendelijke ogen. Zwarte krullen, heel kort geknipt. Hij woont samen met z’n moeder aan de rand van de stad. Toen ik hem eens thuis bracht na een stagegesprek, had ik het gevoel dat ik aan het einde van de wereld was beland. Een flatgebouw, op een opgespoten stuk land. Aan het eind van hun straat een nieuwe brug, met daarachter de contouren van nog weer een nieuwe wijk. Hijskranen, bulldozers, flats in aanbouw van beton en staal.

Op dinsdagochtend moet hij een uur reizen naar onze praktijkschool: eerst met de bus, daarna overstappen op de metro en dan weer met de bus een paar haltes. Aan het begin van het schooljaar vroeg ik hem, waarom hij bij ons op school zit, zo’n eind reizen van z’n huis. Hij vertelde me dat hij samen met z’n moeder naar Nederland is gekomen, vanuit het westen van Afrika, nadat z’n vader was overleden.

Brandon woonde eerst bij een pleeggezin, in de wijk achter school. Hij kon weer bij z’n moeder gaan wonen, toen ze zelfstandige woonruimte kregen. Z’n moeder vertrok van de opvanglocatie, hij ging weg bij het pleeggezin.

De hotelmanager heeft nog nooit zo’n stagiair meegemaakt

Een paar dagen na het bericht van de hotelmanager, hebben we een eindevaluatie bij het hotel. We bespreken met elkaar het afgelopen jaar. Aan het begin van het schooljaar wilde de manager Brandon graag in haar team opnemen. Ze heeft een leuke, diverse groep jonge medewerkers, waarin ze hem ook een plekje gunde.

Maar, hij komt veel te vaak te laat, en is vaak afwezig. Hij is rond de kerstperiode zelfs weken weg geweest, naar z’n familie in Afrika. Zijn opa was ernstig ziek. Op de terugweg is hij met z’n moeder gestrand op het vliegveld van Marokko. Zonder hotel, zonder vlucht. Ze waren meer dan een maand weg. De school was inmiddels alweer begonnen. Hij had me een aantal spraakberichten gestuurd. “Meester, ik ben nog steeds niet in Nederland, ik ben nog steeds in Marokko.” “Zitten jullie in een hotel?” “Nee.” “En waar slapen jullie dan?” “Ik slaap niet.” “Dan word je gek hoor!” “Maar m’n moeder slaapt op een stoel.”

Het bleek dat de vlucht naar Marokko vertraging had waardoor ze hun vlucht naar Nederland hadden gemist. In Marokko was er chaos op de luchthaven, door een sneeuwstorm. Ze moesten dagen wachten op een nieuwe vlucht. Hij had de hotelmanager van z’n stage nog niet op de hoogte gesteld. Een week later was hij nog steeds niet op school.

De hotelmanager had ook nog niets van hem gehoord. Ik belde hem om te vragen waar hij was, maar hij nam niet op. Even later stuurde hij me een berichtje. “Ik ben heel erg ziek” “Ach wat naar, wat heb je?” “Griep en ik voel me heel erg slap” De hotelmanager vertelde, dat ze dit nog nooit heeft meegemaakt. Een medewerker of een stagiair die zo vaak te laat komt of afwezig is. “Ik had het je graag willen leren om op tijd te komen”, zegt ze tegen Brandon, “Maar het is mij ook niet gelukt.” Bij een betaalde baan zou hij al lang ontslagen zijn. “Daar kom je niet mee weg,” zegt ze.

Eigenlijk begrijpt ze van zichzelf ook niet, waarom ze Brandon niet al maanden geleden heeft weg gestuurd. “Ik was er echt wel klaar mee. Er is altijd wel wat waarom je er niet bent. Een bruiloft, een pakketje weg brengen naar je tante, zere voeten na het schoolreisje. Maar, ik heb je in ons team gehaald, en we gaan je wel de kans geven om hier je stage af te ronden. Ik ga je ook geen onvoldoende geven. Want er zijn ook dingen die wel heel goed gaan.”

Ze vertelt dat kamers controleren en foto’s maken voor de housekeeping, heel goed gaan. Ze prijst hem voor zijn oog voor details. Ze zegt dat hij er altijd erg verzorgd uit ziet en dat de communicatie met haar heel goed verloopt. Brandon zegt tijdens het gesprek nauwelijks iets, hij is stil. Als we weg gaan, zegt hij, dat het fijn is dat hij toch mag blijven om z’n stage af te maken.

Om 12.00 uur begint Brandons examen. Zal hij op tijd zijn?

Een paar weken later, na het praktijkexamen op het ROC, dat hij zonder problemen aflegt, heeft hij nog een afsluitend examengesprek bij ons op de praktijkschool. De dag ervoor stuur ik hem een bericht. “Brandon, goedemiddag. Je hebt examengesprek morgenmiddag! Het begint om 12.00 uur. Je moet om 11.45 aanwezig zijn.” Ik krijg geen antwoord.

De volgende ochtend, om 8.30, bel ik hem. Hij neemt niet op. Ik stuur hem een bericht. “Brandon, goedemorgen! Vandaag examen, leuk! Bedenk alvast een onderwerp waar je het over wilt hebben. Stage? Vakantie? Toekomst? Tot straks!” Ik krijg geen antwoord. Om 11.40 stuur ik hem weer een berichtje. “Brandon, ben je op tijd zometeen?” Ik krijg meteen antwoord. “ik bn er al”

We hebben een ontspannen examengesprek. De examinator is verbaasd over het gemak waarmee Brandon vertelt over z’n stage in het hotel, en z’n studie op het ROC. Ook vertelt hij over het te laat komen: het geeft hem een heel naar, schuldig gevoel, maar het lukt gewoon niet, ook al wil hij wel. Hij legt uit dat hij weken afwezig was, omdat z’n opa in Afrika ernstig ziek was. Met de kerst is hij afscheid gaan nemen, nadat hij hem negen jaar niet gezien had.

En hoewel hij zich wilde inschrijven voor een Mode opleiding, gaat hij toch verder met Hospitality komend studiejaar. Want hij heeft bedacht dat werken in een hotel eigenlijk toch wel erg leuk is. Hij kijkt mij lachend aan, als hij ziet dat ik verbaasd ben. Vervolgens schudt hij ons vrolijk de hand, als de examinator hem na afloop van het examengesprek vertelt dat hij glansrijk geslaagd is voor z’n praktijkschooldiploma.

Verbonden expert
Lucas Westerbeek
Lucas Westerbeek
Docent, mentor en stagebegeleider op een praktijkschool
Lucas Westerbeek stond jarenlang voor de klas als docent Nederlands in de ‘betere buurten’ van de grote stad. Een groot verschil met waar hij: als mentor en stagebegeleider op een praktijkschool. Lucas is al meer dan 30 jaar samen met documentairemaakster Silvia Bromet en heeft twee zoons van 26 en 22. »

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reacties