Serhan (16) werd betrapt op winkeldiefstal, nu haalt hij twee negens en een tien op zijn examen
We zitten in de auto, op weg naar het winkelcentrum. Serhan, Erik en ik. Serhan moet vanmiddag praktijkexamen doen voor zijn ROC-diploma. Hij loopt stage bij een klein filiaal van een grote, landelijke drogisterijketen. Hij is drie dagen per week in de winkel: vakken vullen, spiegelen, goederen uit het magazijn halen, klanten helpen en aan de kassa afrekenen. Hij zit een dag per week bij mij in de klas op de praktijkschool, en een dag per week volgt hij een opleiding op het ROC: medewerker detailhandel, niveau 1. Z’n vriend Erik wilde vanmiddag mee voor de steun. Hij volgt dezelfde opleiding op het ROC en moet een week later praktijkexamen doen.
Serhan is nog jong, pas 16. Hij vertelde me dat hij vanuit groep 7 al bij ons op school was gekomen. Over de basisschool had hij een slecht gevoel. “De juffen en meesters waren niet behulpzaam”, zei hij. “En de kinderen ruïneren.” Dat eerste jaar op de praktijkschool was spannend, maar hij had al snel vrienden gemaakt.
‘Serhan (16) krijgt een winkelverbod na gestolen snoep’
Twee jaar geleden heb ik Serhan ook al eens begeleid op z’n stage. Hij moest in de derde klas één ochtend per week een oriëntatiestage lopen, maar hij wist niet waar hij dat graag zou willen doen. Ik stelde hem voor om het te vragen bij de supermarkt in het kleine winkelcentrum in de buurt van school. De winkelmanager laat zonder probleem onze leerlingen altijd kennismaken met het werk in de supermarkt. Maar Serhan wilde dat niet.
“Ik moet u wat vertellen, meester”, zei hij. “Ik heb daar een winkelverbod van een jaar.” Hijj vertelde me dat hij een paar weken daarvoor samen met twee vrienden was aangehouden door de beveiliger van de supermarkt. Z’n vrienden hadden snoep gestole, en het bij hem in z’n rugzak gestopt. Ze hadden alledrie een winkelverbod gekregen.
“Maar wat vind je ervan als je juist wel stage gaat lopen in die supermarkt?”, vroeg ik hem Hetet leek mij een goed idee. Hij zou een kijkje achter de schermen krijgen, leerde collega’s kennen en zou ervaren dat er in een winkel hard gewerkwordt. t.
“Goed meester, ik wil er wel weer naartoe. Ik heb daar zelf ook niegestolen;en, de jongens hadden het in m’n rugzak gesto” “MaarMaar dat wist je wel?” vroeghem. hem.
“Ja, ik wist het wel”, antwoordde hij.
Toen ik een jaar of 10, 11 was, hadden mijn buurjongen en ik snoep gestolen uit sigarenzaak Steinebach bij ons aan het pleintje. De winkel was van een alleenstaande man, die altijd vanachter de winkel uit een kamertje moest komen. Dat duurde geruime tijd, en in de tussentijd konden wij de spullen in onze zakken stoppen. Toen we de winkuitkwamen,men liet m’n buurjongen me in de steeg naast ons huis de reep chocola zien die hij gestolen had. Ik haalkauwgomgum uit m’n zak. Bubblicious. Ik weet nog precies hoe het smaakte. Heel zoet, en je kon er grote bellen mee blazen. Mar, de buit smaakte me niet. Ik voelde me schuldig en dat was meteen het einde van mijn carrière als winkeldief.
Toen ik later de supermarktmanager aan de telefoon had, vertelde hij me dat hij geen aangifte had gedaan tegen Serhan en z’n vrienden. De beveiliger had hun gedrag opgemerkt: op de camerabeelden was te zien dat ze snoep in een rugzak hadden gestopt, maar de rol van Serhan was onduidelijk gebleven. De filiaalmanager had de ouders van de jongens gebeld, dat ze hun kinderen moesten ophalen. Hij had ze een winkelverbod van een jaar gegeven. Maar hij vond het een goed idee om Serhan een stageplek te geven, voor een ochtend per week.
‘Ook zijn stage in de speelgoedwinkel loopt mis’
Dit jaar zit Serhan bij mij in de examenklas. Tijdens ons eerste gesprek aan het begin van het jaar, vertelde hij me dat hij vorig schooljaar twee dagen per week stage heeft gelopen, in een grote speelgoedwinkel. En in het weekend werkte hij er ook nog een paar uur, als bijbaantje. Hij had de plek zelf geregeld, maar hij mocht er niet meer terugkomen. En het bijbaantje was stopgezet. Serhan vertelde dat hij de spaarpunten van klanten op z’n eigen spaarkaart had gezet, als hij kassadienst had.
“Ik wist niet dat dat niet mocht, meester. Die klanten wilden ze helemaal niet. De teamleider stond er ook weleens naast als ik het deed. En hij zei er niets van.” Op die manier had hij gespaard voor speelgoed. De bedrijfsleider en de teamleider hadden hem en z’n vader uitgenodigd in de speelgoedwinkel voor een eindgesprek. Serhan en z’n vader waren allebei boos geweest, omdat ze het niet eerlijk vonden dat z’n stage beëindigd was en z’n bijbaantje ook. Maar hij mocht niet terugkomen.
‘Na een nieuwe winkeldiefstal zegt Serhan: ik ben ermee gestopt’
Dit jaar, in de vijfde klas, moest hij drie dagen per week stage lopen. Hij wilde wel bij een drogisterij aan de slag. “Lekker rustig, in een kleine winkel, dat vind ik fijn”, vertelde hij me. We hadden een winkel gevonden, dicht bij school. Ze waren nopen;en, Serhan zou de eerste stagiaire worden. Mar, toen we samen het contract hadden getekend, werd ik ’s middags al door de winkelmanager gebeld. Ze wilde het contract meteen weer ontbinden, want een collega van haar had Serhan herkend. Hij was samen met een vriend in een ander filiaal betrapt op winkeldiefs.al, Ze hadden deodorant en een geurtje in hun zak gestopt, maar alles was vastgelegd op de beveiligingscamera’s en ze waren meteen aangehouden.
Er was geen aangifte gedaan, maar ze waren de winkel uitgezet en ze hadden ook in deze winkel een winkelverbod gekregen. Ik had Serhan gebld, om te zeggen dat de stage toch niet door zou gaan en had hem gevraagd of hij problemen had in nog meer winkels. “Meester, ik ben ermee gestopt. Ik steel niet meer. Die vriend wilde het, ik heb meegedaan, maar ik doe het niet meer.”
En vanmiddag zijn we op weg naar zijn praktijkexamen. Bij een winkel van weer een andere drogisterijketen. Serhan is er het hele schooljaar geweest. Drie dagen per week. Hij heeft zich één keer ziek gemeld. En z’n stagebegeleider heeft hem een keer naar huis gestuurd, omdat hij zich niet lekker voelde, maar toch was gekomen. We parkeren de auto en lopen samen naar de winkel. Erik wil de winkel ook al inlopen, maar hij mag van mij niet mee naar binnen. Serhan moet zich tijdens het examen kunnen concentreren. Erik knikt en zegt dat hij wel buiten blijft wachten. Serhan wordt ontvangen door z’n stagebegeleider en een examinator van de opleiding.
“Ben je zenuwachtig?” vraagt ze hem. Hij antwoordt dat hij niet zenuwachtig is. “Maar ik vind het wel spannend, omdat ik niet weet wat we precies gaan doen. De examinator vraagt hem of hij kan laten zien hoe een werkdag voor hem in de winkel begint. Serhan loopt zelfverzekerd naar het magazijn. De examinator, de stagebegeleider en ik lopen achter hem aan. Uitgebreid laat hij in het daaropvolgende halfuur zien wat hij allemaal op een dag doet en hoe alles in de winkel werkt. Hij gedraagt zich als een professionele medewerker, hij geniet van het examen en ik kan zien dat de examinator onder de indruk is.
Z’n begeleider kijkt me af en toe lachend aan. Ze schrijft aan het eind van het examen in zijn stagebeoordeling: “Serhan heeft in de periode dat hij hier stage liep zichzelf erg ontwikkeld. Hij is gegroeid. Hij is altijd op tijd en past prima in ons team. Alle collega’s zijn positief over hem, hij is vriendelijk en beleefd tegen de klanten.”
‘Twee negens en een tien voor zijn praktijkexamen’
De examinator geeft hem twee negens en een tien voor het examen. Ik maak een foto van hem voor z’n examendossier, waarop hij met een enorme lach op z’n gezicht voor de winkel staat. Duim omhoog. Erik komt eraan lopen en geeft hem een high five.
“Ga je volgende week ook met mij mee?”, vraagt hij.
“Natuurlijk”, antwoordt Serhan. Als ik hem op de terugweg in de auto vraag of hij eigenlijk nog wel eens wat gestolen heeft in een winkel, lacht hij.
“Nee hoor meester, dat doe ik niet meer. Ik ben ouder geworden en ik wil gewoon m’n diploma’s halen.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2Flocas-westerbeek-1.jpg)