Meester Jules werkte met kinderen in het speciaal onderwijs: ‘Achter boos gedrag zit vaak iets anders’
Als voormalig onderwijsondersteuner in het speciaal onderwijs ontdekte Meester Jules hoe vaak er achter boosheid, verdriet of lastig gedrag een heel ander verhaal schuilgaat. Aan J/M Ouders vertelt hij wat er gebeurt als we als ouders minder snel oordelen en écht luisteren naar wat een kind ons probeert te vertellen?
”Vind je het lastig dat je niet naar het reguliere onderwijs kunt?” Naast mij in de auto zit Steyn. Eerder vertelde hij dat hij voetbal leuker vindt dan school. Zijn reden bleef bij me hangen: bij voetbal mag iedereen meedoen. Daarom stel ik hem deze vraag.
”Ja, ik vind het wel moeilijk”, antwoordt hij. ”Want ik mag wel meedoen, maar ze begrijpen mij dan niet. Dus dat vind ik dan zo lastig.” Het is zo’n antwoord waar je als volwassene even over moet nadenken. Want meedoen is blijkbaar niet hetzelfde als je begrepen voelen.
Het verhaal achter gedrag
”Voordat ik mijn podcastserie ’Meester Jules brengt thuis’ begon, werkte ik als onderwijsondersteuner in het speciaal onderwijs. Een van mijn taken was kinderen begeleiden wanneer hun emoties hoog opliepen. Op zo’n moment zie je aan de buitenkant vooral gedrag. Een kind wordt boos, trekt zich terug, luistert niet meer of reageert heftiger dan je zou verwachten. Maar tijdens de gesprekken die ik daarna met kinderen voerde, ontdekte ik hoeveel erachter schuil kan gaan.
Ik hoorde verhalen over gebeurtenissen thuis en op school, over teleurstellingen en over het gevoel niet begrepen te worden. Sommige kinderen hadden op jonge leeftijd al ervaringen opgedaan die ik zelf als kind nooit heb hoeven meemaken. Juist daardoor begon ik ook anders naar mijn eigen jeugd te kijken. Ik realiseerde me hoe dankbaar ik mag zijn dat ik een zorgeloze kindertijd heb gehad. Wat voor mij normaal voelde, is dat niet voor ieder kind.
Wat gebeurt er als je gewoon luistert?
Tijdens mijn werk merkte ik hoe vaak volwassenen over kinderen praten. Ouders, leerkrachten en hulpverleners willen weten wat er speelt en hoe ze een kind kunnen helpen. Dat is logisch en belangrijk. Maar één stem dreigt daarbij soms naar de achtergrond te verdwijnen: die van het kind zelf.
Dat besef vormde uiteindelijk het idee voor mijn podcastserie. Ik haal een kind na een schooldag op en breng hem of haar naar huis. Onderweg praten we over school, over wat ze hebben meegemaakt en over hoe het is om je soms onbegrepen te voelen. De auto blijkt daarvoor een bijzondere plek. We hoeven elkaar niet voortdurend aan te kijken. Er zit geen bureau tussen ons en er hoeft geen probleem te worden opgelost. We hebben simpelweg een autorit en een gesprek. En juist dan vertellen kinderen soms dingen die mij nog lang bijblijven.
Als ik terugdenk aan Steyns woorden, vraag ik me af hoe vaak een kind wel meedoet, maar zich toch niet echt onderdeel voelt van de groep. Hoe vaak we zien dat een kind moeite heeft met school, zonder te weten hoe dat kind school eigenlijk ervaart.
‘Probleemkind’
Misschien is dat ook waarom ik steeds meer moeite heb gekregen met het woord ‘probleemkind’. Zo’n woord legt het probleem bijna automatisch bij het kind. We zien een boze reactie, een driftbui of een kind dat niet luistert en kijken naar wat er op dat moment gebeurt. Terwijl de reden voor dat gedrag ergens anders kan liggen.
Dat betekent natuurlijk niet dat je als ouder ieder gedrag moet accepteren. Grenzen blijven nodig. Maar er zit een verschil tussen gedrag begrenzen en proberen te begrijpen waar het vandaan komt. Een kind is meer dan het gedrag dat je op een moeilijk moment ziet. Misschien probeert het je iets duidelijk te maken, maar lukt het nog niet om de juiste woorden te vinden.
Een vraag voor thuis
Wat ik ouders vooral zou willen meegeven uit mijn gesprekken, is daarom eigenlijk heel eenvoudig: wees soms nieuwsgierig voordat je een conclusie trekt. Misschien vertelt je kind na school dat de juf stom is. Misschien smijt het zijn tas in de hoek, maakt het ruzie met een broer of zus of komt er alleen een kort ‘goed’ wanneer je vraagt hoe de dag was. We zijn als volwassenen snel geneigd om daarop te reageren. Maar probeer ook eens een vraag te stellen en daarna de stilte te laten bestaan. Vraag wat er is gebeurd, wat je kind moeilijk vond of wat het op dat moment nodig had. En luister naar het antwoord, ook als dat anders is dan je verwacht.
Steyn zei dat hij wel mee mag doen, maar dat ze hem niet begrijpen. Die woorden herinneren me eraan dat een kind niet alleen behoefte heeft aan een plek in de groep, maar ook aan het gevoel dat het er mag zijn zoals het is. Misschien begint begrijpen wel met iets heel eenvoudigs: niet meteen oordelen of oplossen, maar eerst luisteren. Want achter gedrag zit een verhaal. En ieder kind verdient de ruimte om dat zelf te vertellen.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F10%2FMeester-Jules-hoort-wat-veel-volwassenen-missen-%E2%80%98Ze-begrijpen-mij-niet2.jpg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F10%2FMeester-Jules-hoort-wat-veel-volwassenen-missen-%E2%80%98Ze-begrijpen-mij-niet-e1792669478927.jpg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F10%2FMeester-Jules-hoort-wat-veel-volwassenen-missen-%E2%80%98Ze-begrijpen-mij-niet3.jpg)