Psychosociaal therapeut: ‘Veel pubers vragen zich af of ze het later wel gaan redden’
“Ga ik het later wel redden?” Die vraag speelt bij veel pubers, zeker in een tijd van prestatiedruk, sociale media en grote maatschappelijke onzekerheden. Psychosociaal therapeut Meta Herman de Groot legt uit hoe toekomstangst ontstaat en wat ouders kunnen doen.
Wat is toekomstangst?
“Toekomstangst is de angst voor wat er later op je afkomt. Het gaat niet alleen over twijfels over studie, profielkeuze of werk, maar zit vaak dieper: ga ik het wel redden later als ik groot ben? Kan ik voor mezelf zorgen en volwassen verantwoordelijkheden dragen? Bij pubers komt toekomstangst vaak sterk naar voren, omdat zij voor het eerst echt ervaren dat keuzes gevolgen hebben voor later.
Kleine beslissingen kunnen voelen alsof ze de toekomst bepalen, terwijl jongeren zichzelf aan het ontdekken zijn. Zeker jongeren die nog geen richting hebben, kunnen daar last van hebben. Maar ook pubers bij wie de verwachtingen hoog liggen – door henzelf of door hun omgeving.
Bijvoorbeeld door social media. Jongeren zien daar vooral het succesvolle eindresultaat: de perfecte studie, het mooie leven, het lichaam, de relatie, het werk of de reis. Wat ze niet zien, is de weg ernaartoe: de twijfel, de omwegen, het proberen, mislukken en opnieuw beginnen. Maar ook prestatiedruk, perfectionisme, verwachtingen van ouders, schooldruk en onzekerheid over de wereld en het klimaat spelen mee. Jongeren voelen vaak dat ze alles tegelijk moeten kunnen: goede cijfers halen, sociaal sterk zijn, zelfstandig worden en ook nog weten wat ze later willen.
Van uitstelgedrag tot terugtrekken: dit zijn mogelijke signalen
Toekomstangst bij pubers uit zich zelden als uitgesproken angst, maar vooral als vermijding. Ouders herkennen toekomstangst vaak aan plotselinge veranderingen in gedrag, zoals school vermijden, uitstelgedrag, slecht slapen, somberheid of uitspraken als ‘laat maar’ en ‘het heeft toch geen zin’.
Ook terugtrekgedrag komt vaak voor: veel op bed liggen, weinig initiatief nemen, prikkelbaar of cynisch reageren en zich afsluiten van hun omgeving. Wat voor ouders kan lijken op luiheid of desinteresse, is vaak een manier om met innerlijke spanning om te gaan. Soms voelt de toekomst zo groot en onzeker dat niet kiezen veiliger lijkt dan verkeerd kiezen. En soms is minder moeite doen een manier om teleurstelling voor te zijn: als je niet echt probeert, kun je ook niet echt falen.
Wat ouders kunnen doen
Ouders kunnen toekomstangst bij hun puber vooral helpen verlichten door de druk te verlagen. Niet door te sturen op cijfers, keuzes of ‘je moet nu al weten wat je later wilt’, maar door de toekomst kleiner en behapbaarder te maken. Richt je op één volgende stap in plaats van het hele levenspad.
Praat open over onzekerheid, ook over je eigen. Deel dat jouw route ook niet recht liep en dat twijfels en omwegen normaal zijn. Geef vertrouwen zonder het probleem te ontkennen: niet ‘het komt wel goed’, maar ‘je hoeft het nog niet te weten, we kijken samen wat nu past’. Normaliseer fouten maken als onderdeel van leren, niet als bewijs van falen. En verbreed het idee van succes: niet status of prestaties, maar een leven waarin je jezelf leert kennen en kunt blijven groeien.
De beste gesprekken gaan daarom niet over wat iemand later moet worden, maar over wat nu nieuwsgierig maakt, wat je wilt proberen en welke kleine stap vandaag haalbaar is. Toekomstvertrouwen ontstaat wanneer een puber voelt dat hij mag zoeken, fouten mag maken en daarin wordt gedragen door een rustige, betrokken volwassene.”
Meta Herman de Groot is auteur van het boek Ik moet toch ook mijn Klootzakje kwijt.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F06%2FLotte-van-Zijl-1.jpeg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F06%2FDit-is-toekomstangst-onder-pubers-en-zo-ga-je-ermee-om.jpg)