Ruth Smeets
Ruth Smeets Kinderen vandaag
Leestijd: 7 minuten

Eva en haar gezin wonen in Valencia: ‘Emigreren maakt je leven niet rustiger, maar vaak wel leuker’

Eva (40) en haar gezin verruilden Nederland voor Valencia, op zoek naar meer ruimte, zon, buitenleven en cultuur. Inmiddels woont ze er al jaren en weet ze: emigreren voelt niet als vakantie, maar kan je leven wel leuker maken.

In de rubriek Ons leven in het buitenland vertellen ouders over hun keuze om Nederland achter zich te laten en met hun kinderen een nieuw bestaan op te bouwen in het buitenland.

“Tijdens de hele coronaperiode gingen we anders kijken naar ons leven en onze omgeving. Ik besefte dat we in Nederland best afhankelijk waren van dingen die ‘open’ moesten zijn, zoals een kinderboerderij. Met een kind van twee jaar is het lastig om de hele dag thuis te zitten, zeker als je niet heel groot woont en het buiten vaak slecht weer is.

We verlangden naar meer ruimte, meer buiten kunnen zijn, meer tolerantie en respect tussen mensen en ook gewoon meer fiesta. Valencia tikte al die eisen aan. Vanwege ons leven in Amsterdam waren we gewend aan de faciliteiten van een grote stad. Valencia heeft een prachtige stad, maar ook een strand, een groot expatnetwerk en een fijn klimaat. Daarom kochten we er een appartement, dat we verhuren, en een huis in een dorp net buiten de stad, waar we wonen. Een metroverbinding maakt het reizen makkelijk.

Meteen naar school

Onze dochter was drie toen we emigreerden, ze is nu acht. We verhuisden op een vrijdag en op maandag begon ze meteen op haar nieuwe school. In Nederland had ze alleen nog op het kinderdagverblijf gezeten, dus vond ze het heel spannend en leuk om ineens naar de grote school te gaan. Wij moesten zelf ook meteen werken, dus dat kwam mooi uit.

Achteraf vind ik drie jaar een mooie leeftijd om te emigreren. Ze was nog niet zo gehecht aan haar omgeving, routines of vrienden in Nederland. Ook waren er op school geen wenochtenden of dagen waarop we maar een paar uurtjes ging: het was meteen vijf dagen per week van negen tot vijf. Dat ging gelukkig supergoed. In de middag hadden ze in de kleuterklas nog siësta. Dan lagen ze met z’n allen op kleine stretchertjes in het klaslokaal. Heel schattig.

Wennen aan het Spaanse tempo

In het begin liepen we ertegenaan hoe lang alles duurt en hoe moeizaam dingen soms gaan in Spanje. Je hoort veel over Spaanse bureaucratie, maar je kunt je pas voorstellen welke vormen dat aanneemt als je erin zit. Inmiddels ga ik er bij voorbaat vanuit dat iets niet de eerste keer lukt.

Ook moet je hier veel geduld hebben. Als iemand zegt iets nu te gaan doen, kan dat alsnog betekenen dat het over een uur gebeurt. We moesten de Nederlandse haastmentaliteit echt loslaten. En in de omgeving waar wij wonen, sprak bijna niemand Engels. Daardoor liepen we soms vast, want ons Spaans was na aankomst nog niet goed genoeg.

Leren door te doen

Ik doe zelf geen moeite om Valenciaans, de lokale taal, te leren en ik vind het voor mijn dochter ook niet belangrijk. Op openbare scholen kun je daar echter niet omheen en wordt het onderwijs grotendeels gegeven in deze taal. Mede daarom kozen we voor een privéschool.

Op haar huidige school is ongeveer tachtig procent van de kinderen Spaans, dus zit ze alsnog tussen locals. Ze krijgt één uur Valenciaans per week, het minimum in deze regio, en ze krijgt verder les in het Engels en Spaans. Die twee talen zijn voor ons de belangrijkste focus. Vanwege de slechte arbeidsmarkt in Spanje vind ik het belangrijk dat ze zo internationaal mogelijk wordt opgeleid.

Zelf deed ik voordat we verhuisden een basiscursus Spaans. De rest leerde ik doordat ik hier werd gedwongen om de taal te spreken. Ik zoek dingen op, leer nieuwe woorden en pas die vervolgens toe in het dagelijks leven. Inmiddels spreken we goed genoeg om alles te kunnen regelen wat nodig is.

Kinderen horen erbij

Opvallend is dat kinderen in Spanje veel meer onderdeel zijn van de maatschappij. In Nederland moesten we voor van alles een oppas regelen. Als ons kind van drie ’s avonds om negen uur nog buiten was, kregen we soms al vreemde blikken. Hier neemt iedereen kinderen gewoon overal mee naartoe, soms tot diep in de nacht. Dat vind ik veel gezelliger.

Kinderen mogen herrie maken en erbij zijn. Tegelijkertijd worden ze in Spanje minder snel alleen gelaten. In Nederland zie je kinderen vanaf een jaar of vijf al zelfstandig buiten spelen. Dat is hier niet aan de orde. Bij een speelafspraak komen de ouders gewoon mee. En op verjaardagsfeestjes drinken ouders samen iets terwijl de kinderen spelen.

Hoge eisen op Spaanse scholen

Op school ligt de lat een stuk hoger. Ik stond ervan te kijken hoeveel kinderen op jonge leeftijd al moeten kunnen. Als ze vier zijn, wordt er eigenlijk al verwacht dat ze een beetje kunnen lezen en kleine zinnetjes kunnen schrijven. Ik heb meerdere keren met de leerkracht om tafel gezeten omdat mijn oren klapperden toen ik hoorde wat van mijn dochter werd verwacht. Dan zei ik: ‘In Nederland eten ze op deze leeftijd nog zand, hè.’

Huiswerk hoort er hier ook al bij vanaf het vierde levensjaar. Dat had van mij niet per se gehoeven. Inmiddels krijgt ze ook toetsen om haar niveau te bepalen. Daar staat tegenover dat de leraren ontzettend lief zijn. Ze geven echt om de kinderen en zijn heel betrokken en begripvol.

Familie op afstand

De meeste mensen reageerden goed op onze emigratie. Mijn moeder en haar man wonen deels in Frankrijk en mijn schoonouders wonen daar volledig. Zij waren zelf dus ook al vertrokken. Mijn oma vond het wel heel moeilijk. Zij is nu 96 en dacht dat ze me nooit meer zou zien. Omdat ik bijna nooit meer in Nederland ben, zag ik haar onlangs voor het eerst in vier jaar.  We waren zó blij om elkaar weer te omhelzen.

Verder mis ik mijn moeder enorm, omdat ik haar vaker zou willen zien dan nu lukt. Zij heeft zelf ook een druk leven met een camping in Frankrijk. We appen veel en bellen af en toe, maar dat is niet hetzelfde. Gelukkig komen mijn schoonouders regelmatig langs en hebben we in Spanje een grote vriendengroep met allerlei nationaliteiten. En vrienden uit Nederland zijn natuurlijk ook altijd welkom om langs te komen.

Haast en ruzie in de supermarkt

Wat ik echt mis aan Nederland? De supermarkten. Het assortiment in Spaanse supermarkten wisselt bijna nooit en dat gaat op een gegeven moment vervelen. In Nederland spelen winkels veel meer in op actualiteiten en vind je meer kant-en-klare hapjes en gemaksproducten. Eigenlijk zijn Nederlandse supermarkten een feestje.

Helaas wordt dat vaak verpest door alle haast. In Nederland werd ik bijna met het karretje van degene achter me vooruitgeduwd omdat iedereen zo’n haast heeft. En ik kreeg er veel sneller woorden met mensen over stomme dingen, omdat ze sneller snauwen en ik me niet de kaas van het brood laat eten. Hier heb ik eigenlijk nooit ruzie.

De realiteit van wonen in Spanje

Wat mij betreft zouden Nederlanders wat relaxter mogen zijn, ook in de opvoeding. Ik had altijd het gevoel dat er sneller werd vergeleken en dat er sneller paniek ontstond. Hier is dat veel minder. Waarom zouden we ons druk maken over kinderen die lawaai maken, spelen of ’s avonds nog buiten zijn? Kinderen mogen gewoon een plek innemen in de samenleving.

Na onze verhuizing voelde het in eerste instantie alsof we op vakantie woonden, maar inmiddels registreer ik de palmbomen niet meer. Ik geniet nog steeds heel erg van alles hier, maar ik ben er ook aan gewend. Leven in Spanje is normaal geworden.

Ook hier moeten we hard werken en ons kind op tijd naar school brengen. Ik spreek vaak mensen die willen emigreren om uit de ratrace te komen, maar zo ervaar ik emigreren niet. Eigenlijk ken ik niemand die door emigreren een rustiger leven heeft gekregen. Wel vaak een leuker leven. Dat vind ik een belangrijk verschil.

Belangrijkste advies bij emigreren

De grootste uitdagingen blijven de taal en geld verdienen in het buitenland. Sommige vrienden verhuisden terug naar hun land van herkomst vanwege financiële problemen. Ze verloren hun baan, konden ondanks goede taalbeheersing, ervaring en diploma’s geen werk vinden of hun bedrijf liep niet goed.

Daarom vind ik het belangrijk om een goede inkomstenbron te hebben, het liefst met nog iets naast een baan. Mijn advies aan gezinnen die dromen van emigreren is: wees realistisch en wil niet te veel dingen tegelijk. Emigreren is niet hetzelfde als met pensioen gaan. In het buitenland kan het juist lastiger zijn om je geld te verdienen. Bedenk goed waaróm je wilt emigreren en of die redenen echt worden opgelost door in een ander land te gaan wonen.”

Meer lezen over emigreren met kinderen?

In onze rubriek Ons leven in het buitenland delen we regelmatig verhalen van gezinnen die de stap wagen en emigreren. Vaak zijn dat inspirerende succesverhalen, maar emigreren kent ook uitdagingen, zeker voor kinderen. Wat doet zo’n grote verandering met hen? En waar moeten ouders rekening mee houden? Deze experts vertellen wat emigreren voor een kind kan betekenen.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ruth Smeets
Geschreven door Ruth Smeets

Ruth Smeets is freelance journalist met een voorliefde voor verhalen over gezond eten en mentale gezondheid. Ze schrijft onder meer over over voedingstrends en het ontwikkelen van een positieve relatie met eten. Voor J/M Ouders maakt ze de rubriek ‘Het eetdagboek van…’, waarin ze ouders bevraagt over eetgewoontes en tafelrituelen. Ruth woont in Frankrijk, waar ze haar dagen vult met schrijven, wandelen en (hoe kan het ook anders?) koken en bakken voor geliefden, het liefst tot het hele huis ruikt naar zelfgebakken bananenbrood of een zacht pruttelende stoof.

Reacties