Lotte van Zijl
Lotte van Zijl Opvoedadviezen vandaag
Leestijd: 4 minuten

Onderwijsexpert: 2 bekende opvoedzinnen maken kinderen onbedoeld minder weerbaar en bijna iedereen gebruikt ze

“Ja, maar ik heb toch mijn best gedaan” en “Stop, hou op, ik vind het niet meer leuk” zijn bekende opvoedzinnen thuis en op school. Hoewel beide zinnen goed bedoeld zijn, kunnen ze er onbedoeld ook voor zorgen dat kinderen ergens onderuit komen, zonder dat ouders of leerkrachten dat doorhebben. Onderwijsexpert Marieke Ligtenberg legt uit hoe we dat voorkomen.

Marieke Ligtenberg over waarom goedbedoeld aanmoedigen averechts werkt
Bron: Pexels

‘Ik heb toch mijn best gedaan’

“Bij een werkstuk, training of toets roepen we massaal tegen onze kinderen: beter dan je best kun je niet doen. En eigenlijk is dat een mooie boodschap. Het gaat namelijk niet om het product – het cijfer, de winst, het resultaat – maar om het proces. Dat proces is ontzettend belangrijk: dat er geoefend wordt, dat er doorgezet wordt en dat er geprobeerd wordt.

Maar zodra een kind tegen weerstand aanloopt, iets niet meteen lukt of iets lastiger blijkt dan gedacht, wordt het op een gegeven moment makkelijker om te zeggen: “Ja, maar ik heb toch mijn best gedaan.” Dat kleine woordje ’toch’ doet daarbij veel werk. Het klinkt alsof daar verder niets meer over te zeggen valt. En daarmee stopt vaak het vragen naar het proces.

Iets soortgelijks gebeurt bij ruzie of wanneer een kind iets niet leuk vindt met de zin: ‘Stop, hou op, ik vind het niet meer leuk.’ Helpt dat niet, dan volgt stap twee: ‘Anders ga ik het tegen de juf of mama zeggen.’ Bedoeld als twee stappen: eerst zelf grenzen aangeven en pas daarna hulp inschakelen als dat niet werkt. Maar in de praktijk worden deze twee zinnen vaak in één keer uitgesproken. Niet als waarschuwing die ruimte laat om te stoppen, maar als afsluiting van het gesprek.

Zinnen die zorgen voor gemakzucht

In het onderwijs merkte ik steeds vaker dat kinderen deze zin gebruiken om ergens onderuit te komen. Daarom begon ik met doorvragen. Wat heb je precies geprobeerd? Waar liep je vast? Wat deed je toen? Al snel bleek dat het vaak een ontwijkende zin was. Onder de woorden zat van alles: het was te moeilijk, er was geen zin in, het ontbrak aan doorzettingsvermogen of een kind wist simpelweg niet hoe het verder moest. Met ‘Ik heb toch mijn best gedaan.’ leek de zaak gesloten.

Dat is deels ook een kwestie van duidelijkheid. Wie tegen een kind zegt dat het allerbelangrijkste is dat het zijn best doet, doet er goed aan om ook uit te leggen wat dat concreet betekent. Bij een zwemles, een voetbaltraining of een werkstuk kan dat bijvoorbeeld betekenen: je hebt het op meerdere manieren geprobeerd, je hebt om hulp gevraagd, je hebt laten zien dat je doorzette.

Ook bij de zin “Stop, hou op, ik vind dit niet meer leuk, anders ga ik het tegen de juf zeggen” geldt dat voor sommigen het uitspreken ervan het einddoel wordt. Wat ook opvalt: kinderen leren vaak niet om te benoemen waarmee de ander precies moet stoppen. Het blijft vaag. Een ander kind dat niet weet waarmee het moet stoppen, zet soms juist nog een stapje dichterbij. Niet uit onwil, maar om te testen hoe ver het kan gaan.

Zo ontstaat er ook een probleem dat wordt afgesloten voordat er echt iets is opgelost. Bij de ene zin gebeurt dat doordat verdere reflectie overbodig lijkt, bij de andere doordat het probleem wordt overgedragen aan iemand met gezag. Het kind leert dan niet zozeer: ik mag hulp vragen, maar eerder: een zin of een ander lost dit voor mij op.

Wat kinderen wél nodig hebben

Dit is geen pleidooi om deze zinnen nooit meer te gebruiken. Voor kinderen die ze gebruiken zoals ze bedoeld zijn, werken ze prima. Waar het om gaat, is dat de zinnen niet automatisch een eindpunt zijn, maar juist een opstap naar een gesprek. In plaats van tevreden te zijn met “Ik heb toch mijn best gedaan”, kun je vragen: Waar liep je precies tegenaan? Wat maakte dat je stopte? Kun je vertellen wat je hebt gedaan? En toen je vastliep, wat heb je toen gedaan?

Bij “Stop, hou op” helpt het om een kind duidelijk te maken, op zijn eigen manier, waarmee de ander precies moet stoppen. En voordat een kind naar een volwassene stapt, kun je vragen: Wat heb je er zelf al aan gedaan? Zulke vragen kosten iets meer tijd dan een geruststellende zin of een vaste formule. Maar ze leren kinderen dat doorzetten en opnieuw proberen geen straf zijn, maar een normaal onderdeel van iets leren.”

Verbonden expert
Marieke Ligtenberg
Marieke Ligtenberg
Onderwijsexpert
Marieke is onderwijsexpert en woont in Brabant. Al meer dan dertig jaar werkte ze in en met scholen, van leerkracht tot intern begeleider en onderwijsleider. Altijd met beide voeten in de klei, dicht bij kinderen en wat zij nodig hebben om echt te groeien. »

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Lotte van Zijl
Geschreven door Lotte van Zijl

Lotte van Zijl (1998) is freelance redacteur met een media- en communicatiediploma op zak en een onweerstaanbare liefde voor verhalen die mensen raken, of dit nu over psyche, lifestyle, reizen of een ander onderwerp gaat. Voor J/M Ouders spreekt ze ouders die de opvoeding net even anders doen en experts die ouders weer een stukje houvast en informatie geven. Ze houdt van zon, surfen en nieuwe culturen ontdekken en reist daarom met haar laptop in haar backpack de wereld over - van Rotterdam en Portugal tot Indonesië en Nieuw-Zeeland.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met onze mooiste verhalen.