Column Maria #11: mijn kleuter is ondervoed en hij krijgt een provocatietest (deel 2)

Maria Lee is de trotse moeder van de vierjarige tweeling Tom en Fien. Het leven met haar twee kinderen gaat niet altijd over rozen, vooral nu niet, want Tom is gestopt met eten en daardoor ondervoed. Haar verhaal kun je de komende weken volgen op J/M Ouders.

Column provocatietest deel 2

In het vorige deel vertelde Maria hoe Tom een dubbele dosis walnoot kreeg, om te kijken hoe hij hierop zou reageren. 

‘Het lijkt goed te gaan, Tom fietst op ‘zijn’ bakfiets door de ruimte. Af en toe hoor ik een ‘agggggg’ en zie ik Tom op zijn hoofd krabben. Ik vraag Tom even naar me toe te fietsen. Onderweg komt hij Frans Jan tegen ‘en hoe gaat het met jou?’ Vraagt Frans Jan.

Tom staat stil en krabt aan z’n armen en hij schraapt z’n keel. ‘Volgens mij gaat het niet zo goed’, zeg ik. Frans Jan knikt naar me en wijst naar het noodbed. ‘Kom maar even mee Tom’, zegt Frans Jan rustig. ‘Ik wil even kijken hoe het met je gaat’.

Naar het noodbed

Als Tom naar het noodbed fietst worden zijn klachten erger. In een mum van tijd ligt mijn kleine man aan de monitor. Op zijn kleine lijfje heeft hij verschillende rode plekken, hij heeft jeuk in zijn keel, zijn gezichtjes is bleek en gevlekt, hij voelt zich zichtbaar ziek. Tom moet medicijnen slikken, het pilletje krijg ik er met veel moeite in maar de helft van het drankje vliegt uit het bekertje en de rest spuugt Tom uit. Tom raakt in paniek, zwaait wilt met zijn armen om zich heen.

Het is ook wat voor hem, ineens ligt hij in een bed met allerlei snoertjes en plakkers op zijn lijf, terwijl hij net nog op de fiets zat. Ik doe mijn schoenen uit en ga naast Tom liggen. Ik sla mijn arm om hem heen en druk hem stevig tegen me aan. ‘Kom maar lieffie’ fluister ik. Ik voel aan alles dat ik even met Tom alleen moet zijn. Crisis of niet, Tom moet eerst rustig worden.

Filmpjes kijken

Ik vraag aan de verpleegkundige en aan Frans Jan of wij heel even met z’n tweeën kunnen zijn zodat ik Tom weer rustig krijg. Frans Jan knikt begrijpend en trekt samen met de verpleegkundige de gordijnen dicht. ‘Kijk eens Tom, fluister ik, we hebben hier gewoon onze eigen hut’.  Tom snikt in mijn armen en langzaam voel ik de spanning in zijn lijfje afnemen. Als Tom enigszins bedaart is leg ik hem uit wat er gebeurt is en waarom we nu samen in dit bed liggen. Ik beloof Tom dat ik bij hem blijf liggen en dat we samen zijn. ‘We kunnen dit, Tom’. En Tom knikt.

Ik probeer hem verder af te leiden met een filmpje op mijn telefoon. Frans Jan en de verpleegkundige komen ‘onze hut’ binnen en vragen wat Tom aan het kijken is. Trots verteld Tom over de man in het filmpje ‘Die meneer kan álles maken’ vertelt Tom met een lach. Nu laat Tom het toe om onderzocht te worden. Gelukkig klinken zijn longen schoon en is zijn zuurstof gehalte goed.

Langer blijven

Ik slaak een zucht van opluchting. Want om eerlijk te zijn voel ik me wel schuldig. Die laatste portie met walnoot heeft deze reactie uitgelokt. Ik heb daarvoor toestemming gegeven en daardoor ligt hij nu in het noodbed aan allerlei toeters en bellen. Mijn hoofd draait overuren. Mijn gedachtes razen door mijn hoofd. Eigenlijk is het onmacht wat ik voel en ik weet dat dit nodig was om te weten of Tom medicatie nodig heeft als hij onverhoopt walnoten binnenkrijgt. En dit is hét antwoord!

Tom staart voor zich uit terwijl ik door zijn haren strijk. ‘Wat doe je het goed lieverd’, zeg ik hem. Tom kruipt nog verder in me weg en zegt dat hij me lief vind. Hij is moe en gaapt.  Frans Jan komt af en toe even bij ons langs om te checken hoe het gaat. De verpleegkundige legt uit dat we nu een aantal uur langer moeten blijven om verdere reacties uit te sluiten. Ik begrijp het en leg Tom uit dat we samen nog langer in het bed mogen blijven van de dokter, omdat we zo moe zijn. Tom vind het prima, samen met mama knuffelen én een filmpje kijken, dat is fijn.

De oranje kamer

Van Rita krijgen we een iPad in bruikleen. Samen kijken we naar gekke kattenfilmpjes, Tom ligt dubbel van het lachen om de rare fratsen die de katten allemaal uithalen. Na een paar uur mogen we uit het bed, Toms klachten zijn afgenomen en hij heeft zelfs al een ijsje gegeten. We gaan weer bij ons plekje bij de ‘springzakken’ zitten. Aan het einde van de middag hebben we zo ongeveer met al het speelgoed van de dagopvang gespeeld en komt Frans Jan ons ophalen voor een gesprekje in de oranje kamer.

Met een bakfietsje fietst Tom achter ons aan naar de oranje kamer. Frans Jan verplaatst de oranje onderzoekstafel zodat Tom rondjes kan fietsen. Ondertussen bespreken wij zijn laatste reactie. ‘Tom reageert goed op de antihistamine en hij heeft voor de lange werking prednison gekregen. Naar ons inziens heeft hij geen epi-pen nodig. ‘Wel willen we hem over twee weken nog even terug zien op de poli en horen jullie de definitieve uitslag van het onderzoek’, zegt Frans Jan.

Terug naar huis

Ik knik en ben zo opgelucht dat hij zo goed op de antihistamine reageert. Er valt een last van mijn schouders af. Frans Jan gaat verder. ‘Het is fijn dat je Tom zo voorbereid hebt en weer rustig hebt kunnen maken, dat vergemakkelijkt ons werk’.

Ik bedank hem voor het compliment en ergens had ik het ook even nodig om het te horen. Want ik heb toch nog steeds een dubbel gevoel. Ondertussen is Tom er klaar mee, hij wil zijn ziekenhuisbandje af en fietst de oranje kamer uit. ‘Wat een mooi kereltje. ’zegt Frans Jan lachend.

Als we in de auto zitten op weg naar huis zegt Tom ‘Mama, ik houd niet van noten, doe mij maar gewoon chocolade taart’.
‘Dat is goed lieverd’.

Meer lezen?

Reageer op artikel:
Column Maria #11: mijn kleuter is ondervoed en hij krijgt een provocatietest (deel 2)
Sluiten