Sabine van der Spoel
Sabine van der Spoel Ouderschap vandaag, 
Leestijd: 6 minuten

Steeds minder kinderen vinden school leuk: docent Ton ziet wat prestatiedruk met leerlingen doet

Hoge cijfers, toetsdruk en ambitieuze leerdoelen: op veel scholen draait het om presteren. Volgens docent Ton Langelaan is het echter beter om te focussen op wie het kind is en wat het wil. “Zodra we aansluiten bij hun eigen vragen en belevingswereld, zie je kinderen opbloeien tot zelfbewuste, creatieve mensen.”

Langelaan pleit voor onderwijs waarin niet cijfers en prestaties, maar de interesses en talenten van kinderen centraal staan. “Het draait altijd om de vraag: Wie ben ik, wat wil ik en hoe ga ik dat bereiken?”
Langelaan pleit voor onderwijs waarin niet cijfers en prestaties, maar de interesses en talenten van kinderen centraal staan. “Het draait altijd om de vraag: Wie ben ik, wat wil ik en hoe ga ik dat bereiken?” Bron: Eigen beeld

Kennis en vaardigheden zijn onmisbaar en waardevolle instrumenten om op te groeien, maar volgens Langelaan ligt de nadruk in het onderwijs nu te sterk op die aspecten. Volgens de docent zou het goed zijn om kinderen meer ruimte te geven om vanuit zichzelf te ontwikkelen. Langelaan gaf lange tijd les op de pabo en staat tegenwoordig als invaldocent voor de klas. Juist doordat hij op veel verschillende scholen komt, kan hij het systeem van een afstandje zien. “Ik zie op de scholen waar ik kom dat kinderen zich voortdurend conformeren en aanpassen.” Volgens Langelaan werkt het onderwijs nu van buiten naar binnen: de school bepaalt wat een kind moet leren en zijn. Hij pleit voor het omgekeerde: onderwijs dat uitgaat van het kind zelf en zich van binnen naar buiten ontwikkelt.

Presteren boven groeien

Kennis, vaardigheden en prestaties waren ooit bedoeld om kinderen te helpen opgroeien tot vrije, zelfbewuste mensen, legt Langelaan uit. “Inmiddels zijn die middelen het doel geworden.” Hij vergelijkt het met een fruitboom. “Het onderwijs is gefocust op de vruchten – op het resultaat van de kinderen – maar vergeet daarbij de wortels – de talenten en belangstelling van het kind – te voeden. Ik zie bij kinderen dat hun motivatie daardoor keldert.”

In de praktijk heeft hij vele voorbeelden van hoe dat zich uit. Zo gaf hij als docent bedrijfseconomie zijn leerlingen uit vijf havo eens de opdracht om een ondernemingsplan te maken, om zichzelf te presenteren als ondernemer. “Dat vonden ze veel te vaag. Ze wilden précies weten wat erin moest om een goed cijfer te halen.”

Ook had hij recentelijk nog een leerling uit vier vwo tegenover zich, die niet graag in de klas zat. “Er was een grote groep mensen die óver hem praatte, maar eigenlijk nooit mét hem.” Langelaan stelde de vraag die tot dan toe niemand had gesteld: wat wil je zelf? Hij bleek veel passie te hebben voor zijn bijbaantje in de evenementenbranche en toen hij hierover sprak ‘spatte de passie eraf.’ Langelaan stelde een stage voor, waarin de jongen kon doen en leren waar hij gemotiveerd voor was, maar dit bleek niet mogelijk. “En zo zie ik talloze kinderen die weer binnen het systeem moeten functioneren, waarbij niet geluisterd wordt naar wat het kind wil of wie het kind is.”

Gevolgen voor het kind

Volgens Langelaan zijn de gevolgen zichtbaar. Leerlingen kunnen volgens hem hun motivatie voor school verliezen en steeds minder goed weten wat ze zelf willen. “Op een gegeven moment raak je het gevoel kwijt van wat je wilt.”

Het tussenjaar na de middelbare school is daar volgens hem een voorbeeld van. “Veel kinderen nemen een tussenjaar. Waarom? Omdat ze geen idee hebben wat ze willen, daar is nooit naar gevraagd. Er wordt hun verteld wat ze moeten doen. Zij volgen slechts “

De oorzaak

Volgens Langelaan maken angst voor de onderwijsinspectie en financiële afhankelijkheid het voor scholen lastiger om genoeg ruimte te maken voor vernieuwing. “De manier van lesgeven is vaak gericht op wat de inspectie wil, want anders wordt een school niet bekostigd. Er is niet genoeg ruimte om met nieuwe ideeën te komen.”  Agora-onderwijs, waarin de nieuwsgierigheid van het kind leidend is, vindt hij een goed voorbeeld, maar ook die leerlingen moeten uiteindelijk weer door het hoepeltje kunnen springen.” 

Daarnaast speelt volgens Langelaan mee dat scholen kinderen voortdurend controleren en monitoren. “We controleren kinderen daarbij continu. Ik noem het weleens mijn leerling-achtervolgsysteem.”

Ruimte voor dromen en eigen regie

Volgens Langelaan is het beter om niet alleen te sturen op het behalen van cijfers, maar om ook het échte gesprek met de leerling te voeren. Door te vragen naar wat hen drijft en waar hun interesses liggen, ontdekken jongeren waar hun passie ligt en wie ze zijn. Dat maakt ook de stap naar een vervolgopleiding of desnoods een tussenjaar een bewustere keuze.

“Het bedrijfsleven en de maatschappij vragen om creatieve, innovatieve en zelfstandige geesten,” zegt Langelaan. “Dat zijn precies de eigenschappen die naar boven komen als we kinderen uitdagen zelf de leiding te nemen over hun leerproces.”

Vertrouwen als fundament

Volgens Langelaan vraagt vernieuwend onderwijs vooral om vertrouwen. Waar scholen nu vaak nog sterk gericht zijn op controle en vaste kaders, is er een wereld te winnen als we meer durven los te laten. Vernieuwende onderwijsvormen zoals het Agora-onderwijs laten volgens Langelaan zien wat er mogelijk is wanneer je uitgaat van de nieuwsgierigheid van het kind.

“Vroeger leerden we bij het buitenspelen in groepen met alle leeftijden door elkaar. We ontdekten, probeerden uit en regelden het samen,” vertelt hij. “Kinderen bezitten van nature veel veerkracht en oplossingsgerichtheid. Als wij als volwassenen weer durven te vertrouwen op hun eigen vaardigheden, geven we ze het mooiste cadeau mee.”

Kijken naar de toekomst

De sleutel voor verandering ligt bij een positieve onderwijsbenadering. “Wanneer we uitgaan van de innerlijke kracht van het kind en hen echt de ruimte geven om te ontdekken, zie je hun zelfvertrouwen en motivatie groeien.”

Daarbij kunnen we slim gebruikmaken van hedendaagse middelen. Kennis is overal voorhanden, stelt Langelaan. Als voorbeeld noemt hij digitale tools en AI. “Waar het in deze tijd om gaat, is de toepassing: kinderen begeleiden om die kennis te benutten voor hun eigen doelen en dromen, bijvoorbeeld in de vorm van meesterproeven en praktische eigen projecten.”

Inspiratie in de praktijk

Langelaan brengt deze visie niet alleen over in het voortgezet onderwijs, maar geeft er ook vorm aan via het zogenoemde Gelukstheater voor het basisonderwijs, waarmee hij met vrolijk theater en workshops Geluksdagen organiseert op basisscholen. Daarmee helpt hij kinderen ontdekken waar hun kracht ligt. Hierbij komen bijvoorbeeld onderwerpen als dankbaarheid, vertrouwen en complimenten op vrolijke wijze aan de orde.

Met zijn Gelukstheater wil hij kinderen op het hart drukken dat in ieder van hen een superman of superwoman schuilt.
Met zijn Gelukstheater wil hij kinderen op het hart drukken dat in ieder van hen een superman of superwoman schuilt. Bron: Eigen beeld

“Het draait altijd om de vraag: Wie ben ik, wat wil ik en hoe ga ik dat bereiken?” besluit Langelaan. “Als we in het onderwijs niet alleen kijken naar de vruchten, maar vooral naar de voedende wortels, ontstaat er een leeromgeving waarin ieder kind op zijn eigen manier mag uitblinken.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Sabine van der Spoel
Geschreven door Sabine van der Spoel

Ze zeggen dat je je nooit 100 procent kunt voorbereiden op het ouderschap, maar tegen beter weten in doet Sabine toch een poging. Wat zijn de voor- en nadelen van gentle parenting? En hoe houd je het ook een beetje leuk voor jezelf? Hoewel ze zelf nog geen kinderen heeft, blijkt haar zoektocht naar antwoorden een onuitputtelijke bron van inspiratie voor de artikelen die ze schrijft voor J/M Ouders. Als ze niet achter haar laptop zit om te schrijven, gaat ze graag naar concerten en de bioscoop, maakt ze een relaxte wandeling door het bos of is ze haar volgende reis aan het plannen.

Reacties