‘Híj krijgt altijd alles en ik mag nooit wat’

redactie 19 jun 2018 Gedrag

Jaloezie speelt in vrijwel alle gezinnen weleens een rol. “Mam, hij krijgt altijd meer dan ik!” Hoe ga je met jaloezie en afgunst tussen je kinderen om als ouder?

Kinderen zijn tot een jaar of 4 heel egocentrisch ingesteld. Ze zijn nog niet in staat om zich in te kunnen leven in de gedachtenwereld van een ander. Laat staan in diens behoeften. De wereld direct om hen heen, is de hele wereld. Van alles wat zich daarbuiten afspeelt, hebben ze geen flauw benul. En het middelpunt van dat wereldje zijn zij, heel simpel.

Hoe jonger kinderen zijn, des te begrijpelijker is het voor de ouders dat hun spruit razend jaloers kan zijn. Hoewel het natuurlijk niet gezellig klinkt als een tweejarige peuter roept dat zijn babyzusje wat hem betreft de vuilnisbak in mag, zullen zijn ouders niet direct een diepgaande gezinstherapie aanvragen. Over het algemeen voelen zij instinctief aan dat de jaloezie van hun oudste in goede banen te leiden is door hem te laten merken dat ze nog altijd heel erg veel van hem houden en dat ze trots op hem zijn. Want hij kan al zoveel en zijn babyzusje nog helemaal niets. Een dergelijke jaloezieperiode komen de meeste ouders meestal zonder al te veel kleerscheuren door.

Redeneren vanuit eigen gezichtspunt

De sociale vaardigheden van een kind ontwikkelen zich door de gewone alledaagse contacten met ouders, broertjes en zusjes, vriendjes, de buren, opa en oma. Tot een jaar of 5 blijft een kleuter redeneren vanuit zijn eigen gezichtspunt. Hij vraagt zich bijvoorbeeld geen moment af waarom iemand zich op een bepaalde – andere – manier gedraagt. Het kunnen voelen wat je zelf voelt en het kunnen voelen wat een ander voelt, is een ingewikkeld proces, dat zich geleidelijk ontwikkelt.

Naarmate kinderen wat ouder worden, leren ze steeds beter onderscheid te maken tussen het eigen denken en het denken van een ander. Dus ook tussen hun eigen gevoelen en de gevoelens van een ander. Langzaam maar zeker leren ze begrip op te brengen voor anderen.

Jaloezie hoort bij ontwikkeling

Vanaf een jaar of 8 kan een kind zich voorstellen hoe een ander iets beleeft en dat dat niet synchroon hoeft te lopen met zijn eigen beleving. Hij moet zich bijvoorbeeld best kunnen voorstellen dat het voor zijn zusje veel erger voelt dat de cavia dood is dan voor hem. Hij was immers niet zo dol op de cavia als zij.

Ondanks het feit dat wat oudere kinderen zich dus kunnen inleven in de gevoelens van broertjes en zusjes, speelt jaloezie niet zelden een rol in de verhoudingen binnen het gezin. Daar kunnen ouders werkelijk horendol van worden. En helemaal als die jaloezie chronische vormen aanneemt. Er zijn kinderen die zich heel snel tekort gedaan voelen.

Een ietsepietsie meer limonade in het glas van de een, kan de ander al tot razernij brengen: 'Zij wordt altijd voorgetrokken'. Of een verjaardagsfeestje waar de één wel en de ander niet voor uitgenodigd is: 'Het is gemeen, want het is ook mijn vriendje'. Het feit dat de jongste net zo laat naar bed gaat als de oudste: 'Ik mocht dat niet toen ik zo oud was'. En dat de één al nieuwe schoenen krijgt en de ander nog niet: 'Ik krijg nooit iets'.

Conflicten

Veel interacties tussen broers en zussen gaan met conflicten gepaard. Hierbij speelt agressie vaak een rol. Soms lopen die conflicten zo hoog op, dat het op vechten uitdraait. Veel ouders maken zich hier zorgen over, terwijl dit gedrag juist een volkomen normaal ontwikkelingsfenomeen is. Bijna altijd is jaloezie het motief. Hoewel dat geen fraaie eigenschap is, heeft het wel een nuttige functie. Een kind leert er de sociale groepsregels door en leert bovendien voor zichzelf op te komen. Ook merkt hij dat zijn rechten en privileges gelijkwaardig zijn aan die van de anderen binnen het gezin. Geleidelijk aan groeit een kind zo uit tot een evenwichtig mens. Al gaat dat dus soms met het nodige gebakkelei gepaard. Meestal gedraagt de oudste zich dominant en bazig ten opzichte van het jongere broertje of zusje. Als er dan wrijving ontstaat, zal de oudste zich bedienen van verbaal agressief gedrag. 'Wat een stom kind ben je toch. Niemand wil met jou spelen'. De jongste is meestal degene die er direct op los timmert, slaat, knijpt of schopt. Vaak zijn ouders geneigd om de jongste in bescherming te nemen, waardoor de oudste natuurlijk weer extra jaloers wordt.

Misleidend gedrag

De grootste behoefte van kinderen is het krijgen van liefde en aandacht. Het is belangrijk dat in die behoefte rijkelijk wordt voorzien, want dat verschaft zekerheid en gevoel van eigenwaarde. Die eigenwaarde kunnen kinderen tot circa 8 jaar nog niet uit zichzelf putten, daarvoor zijn ze afhankelijk van hun ouders. Hoe meer een kind hierop kan rekenen, hoe steviger zijn persoonlijkheid zich zal kunnen ontwikkelen. Jaloerse gevoelens zullen dan minder snel de kop opsteken. Want het enige dat een jaloers kind wil, is net zo lief gevonden worden als zijn broertje of zusje. Maar juist door het gedrag dat een jaloers kind vertoont – dreinen, zeuren, schoppen, iets kapot maken, schelden – bereikt het meestal het tegendeel. Ouders worden boos om dat gedrag en dat maakt het alleen maar nog erger. Hopeloos voor de ouders, maar ook voor het kind dat er steeds meer van overtuigd raakt dat het minder meetelt dan de rest.

Achtergesteld voelen

Als een kind veel en vaak jaloers gedrag vertoont, kun je er donder op zeggen dat het zich werkelijk achtergesteld voelt. Dat hoeft natuurlijk niet altijd te betekenen dat dat ook inderdaad zo is. Bijna altijd gaat het bij jaloezie om het beeld dat het jaloerse kind van zichzelf heeft. Bijvoorbeeld:

  • 'Ik heb minder speelgoed dan mijn broertje'
  • 'Mama en papa vinden mijn zusje leuker'
  • 'Ik ben lang niet zo slim als mijn zusje'
  • 'Ik krijg geen nieuwe fiets, omdat papa meer van mijn broertje houdt'
  • 'We eten nooit wat ik wil'

Natuurlijk is het voor ouders, grootouders of leerkrachten ondoenlijk om ieder kind op identiek wijze te behandelen en precies dezelfde spullen te geven. Kinderen zijn immers geen eenheidsworsten. Daarom is het ook zo belangrijk dat ouders veel met hun kinderen praten, echt naar ze luisteren en proberen te achterhalen wat er aan hun jaloezie ten grondslag ligt.

En soms heeft een jaloers kind gewoon gelijk. Misschien worden er inderdaad nooit vissticks gegeten waar het kind juist zo dol op is, omdat de rest van het gezin ervan gruwt. Dan is het een goed idee om voor hem eens apart vissticks te bakken, terwijl de anderen aan een gehaktballetje zitten. Misschien klopt het dat de vader vaak memory speelt met zijn dochter en nooit met zijn zoon, omdat die wat trager is in het onthouden van de plaatjes. En wellicht heeft de oudste zoon inderdaad al twee keer een nieuwe fiets gekregen, omdat de oude te klein werd en kreeg de jongste dus steeds een tweedehands. Dan kan die oude fiets misschien een keer worden ingeruild bij de fietsenmaker, zodat de jongste ook eens een nieuw model krijgt.

Hoe herken je jaloezie?

Kinderen kunnen niet altijd uitleggen wat ze voelen en al helemaal niet waarom ze zich zo voelen. Daarom uiten ze hun jaloezie op andere manieren. Bijvoorbeeld door:

  • Ruzie te maken
  • Agressief gedrag, soms verbaal, soms fysiek
  • Spullen van broertjes en zusjes af te pakken
  • Te stelen
  • Te gillen, slaan en schreeuwen
  • Te gaan huilen als een ander kind aan hun spullen komt
  • Aandacht te eisen op onmogelijke momenten
  • Zich zwijgend terug te trekken
  • Soms terug te vallen in een vroeger ontwikkelingsstadium.

Wat kun je doen aan jaloers gedrag?

  • Negeer agressief gedrag zeker niet. Maak wel duidelijk dat dit onacceptabel is.
  • Geef geen straf voor jaloers gedrag. Dat bevestigt namelijk het gevoel van het kind dat z’n ouders niet van hem houden. En daar wordt het nog jaloerser van.
  • Geef het kind geen aandacht op het moment dat het zich jaloers gedraagt (behalve als het slaat of schopt). Daardoor wordt het duidelijk dat jaloers gedrag geen aandacht oplevert.
  • Accepteer het gevoel van jaloers zijn. Toon er begrip voor.
  • Vergelijk kinderen onderling niet. Ieder kind is immers uniek.
  • Een kind kan nooit te veel liefde krijgen, maar in alles toegeven is iets anders.
  • Als een kind vaak jaloers is, ga dan na of er meer aan de hand is. Trekt het soms werkelijk altijd aan het kortste eind?

Hoe help je je kind met jaloezie om te gaan?

  • Praat met je kind en en toon oprechte interesse.
  • Prijs het kind om alles wat hij kan. Laat zien dat je trots bent op hem.
  • Versterk z’n gevoel van eigenwaarde door hem zelfstandig dingen te laten doen
  • Probeer samen een oplossing te zoeken
  • Stimuleer hem om zijn gevoelens onder woorden te brengen.
  • Geef eigen fouten ruiterlijk toe.
  • Hou je aan gemaakte afspraken
Reageer op artikel:
‘Híj krijgt altijd alles en ik mag nooit wat’
Sluiten