Ruth Smeets
Ruth Smeets Leeftijd vandaag
Leestijd: 6 minuten

Onderzoeker Havva over online pesten: ‘Ook een lachende emoji kan voor een slachtoffer veel betekenen’

Je kind hoeft niet zelf te pesten of gepest te worden om toch onderdeel te worden van pestgedrag. Een like, doorgestuurde screenshot of lachende emoji kan voor een slachtoffer veel betekenen. Hoe praat je hier als ouder over met je kind? J/M Ouders vroeg het aan Havva de Bruin, docent-onderzoeker aan Hogeschool Inholland.

De Week tegen Pesten begint maandag 21 en loopt tot en met 25 september 2026. Een nationale campagne gericht op het onderwijs, waar we samen pesten geen kans geven.

Havva de Bruin: “Veel ouders denken bij pesten vooral aan een situatie tussen dader en slachtoffer. Maar online pesten is een groepsproces. Ook als je zelf geen kwetsende reactie plaatst, kunnen liken, doorsturen, meelachen of stilzwijgen invloed hebben op hoe een situatie zich ontwikkelt. Voor de dader kan dat voelen als een vorm van goedkeuring.

Waarom is online pesten zo kwalijk?

Online pesten heeft extra impact, omdat berichten zichtbaar blijven, zich snel verspreiden en door grote groepen mensen kunnen worden gezien. Een lachende emoji onder een vernederend bericht lijkt misschien een kleine actie, maar voor het slachtoffer voelt het als steun voor de pester. Tegelijk geeft het omstanders het signaal dat niemand ingrijpt en dat dit gedrag blijkbaar normaal is. Juist daardoor kan pesten zich verder ontwikkelen.

Zó praat je met je kind over wegkijken bij online pesten: ‘Niets doen is niet neutraal’
Zó praat je met je kind over wegkijken bij online pesten: ‘Niets doen is niet neutraal’ Eigen beeld

Praat over wat je kind online ziet

Dat is niet altijd makkelijk te herkennen. Veel jongeren zien zichzelf niet als pester wanneer ze alleen een bericht liken, delen of reageren met een emoji. Tocht kunnen zulke acties bijdragen aan de verspreiding van kwetsende content.

Als ouder merk je dit vaak niet aan één los incident, maar eerder aan hoe een kind praat over anderen online. Wordt er lacherig gedaan over een vernederende post? Wordt buitensluiten gezien als iets onschuldigs? Dat kunnen signalen zijn dat iemand mogelijk onbewust meedoet aan pestgedrag.

Niet meteen oordelen

Ik wil ouders aanmoedigen om nieuwsgierig te zijn naar hoe hun kind online met anderen omgaat. Praat bijvoorbeeld over situaties die online voorbijkomen en vraag: ‘Wat deed jij toen?’ of ‘Hoe denk je dat die ander zich voelde?’

Moraliseren werkt vaak averechts. Jongeren zijn eerder bereid te praten wanneer ouders oprecht nieuwsgierig zijn en niet direct oordelen. Begin daarom niet met: ‘Jij pest toch niet online?’ maar stel liever open vragen, zoals: ‘Wat maak jij zoal mee in groepsapps?’ of ‘Zie jij weleens dat iemand online vervelend wordt behandeld?’

Waarom grijpen mensen niet in?

Veel mensen denken dat niet ingrijpen betekent dat iemand het niet erg vindt, maar dat is meestal niet zo. Er spelen verschillende psychologische processen mee. We denken vaak dat iemand anders wel zal ingrijpen. Dat heet ook wel het bystander-effect.

Ook kijken we naar de reacties van anderen. Als niemand iets zegt, ontstaat al snel het gevoel dat ingrijpen blijkbaar niet nodig is. Online komen daar nog factoren bij zoals anonimiteit, onzekerheid over wat je kunt doen en angst om zelf doelwit te worden van negatieve reacties. Veel omstanders willen wel helpen, maar weten niet goed hoe.

Kleine acties maken het verschil

Ingrijpen hoeft niet groot of confronterend te zijn. Juist kleine acties kunnen veel verschil maken. Een simpel berichtje als: ‘Hoe gaat het met je?’ kan voor een slachtoffer al veel betekenen. Ook helpt het als je kind een kwetsend bericht niet verder verspreidt, een screenshot bewaart als bewijs of samen met andere klasgenoten optrekt en de dader aanspreekt.

Onderzoek naar omstanders laat zien dat mensen eerder handelen wanneer zij merken dat anderen hen steunen. Samen ingrijpen voelt vaak veiliger dan alleen. En het effect is groot: onderzoek naar offline pesten laat zien dat de dader in 60 procent van de gevallen stopt met het pestgedrag. Momenteel doen we verder onderzoek naar hoe dat zit met offline pestgedrag.

Wat zeg je wel en niet als ouder?

Het belangrijkste is dat je als ouder luistert en interesse toont. Bedank je kind dat het dit bespreekt en onderzoek samen welke mogelijkheden er zijn om te helpen. Vraag bijvoorbeeld wat er precies gebeurt, wie erbij betrokken zijn en wat volgens je kind haalbaar voelt.

Het helpt niet om meteen te zeggen dat je kind het moet oplossen of om juist alle verantwoordelijkheid over te nemen. Ook uitspraken als ‘bemoei je er niet mee’ kunnen onbedoeld bevestigen dat wegkijken de veiligste optie is. Denk liever samen na over kleine, haalbare stappen die passen bij de situatie en die veilig voelen voor je kind.

Let op subtiele signalen

Ben je bang dat jouw kind online wordt gepest? Ouders letten vaak op zichtbare signalen, zoals verdriet of teruggetrokken gedrag. Maar er zijn ook subtielere signalen die gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Denk aan plotselinge spanning bij meldingen op de telefoon, het vermijden van bepaalde groepsapps, weinig zin hebben om naar school te gaan of voortdurend controleren wat er online over hen wordt gezegd.

De impact kan groot zijn, juist omdat online pesten vaak dag en nacht doorgaat en niet stopt wanneer een kind thuiskomt. Daarom is het belangrijk om regelmatig een open gesprek te voeren over zowel online als offline ervaringen.

Een telefoonverbod lost het probleem niet op

Regels kunnen nuttig zijn, maar vormen geen concrete oplossing. Online pesten gaat uiteindelijk niet alleen over technologie, maar ook over groepsgedrag. Een telefoonverbod verandert bijvoorbeeld niet automatisch de sociale normen binnen een groep.

Dat betekent niet dat regels of afspraken geen waarde hebben. Ze kunnen helpen, maar lossen het probleem niet op. Groepsdynamieken verplaatsen zich tussen online en offline omgevingen. Daarom is het minstens zo belangrijk dat jongeren leren hoe zij kunnen reageren wanneer ze grensoverschrijdend gedrag zien.

Wat we kunnen doen tegen online pesten

Mijn belangrijkste boodschap is: praat met je kind niet alleen over daders en slachtoffers, maar ook over de rol van omstanders. De meeste jongeren zullen niet zelf pesten, maar bijna iedereen krijgt vroeg of laat te maken met situaties waarin iemand anders online wordt vernederd of buitengesloten.

Niets doen voelt dan misschien neutraal, maar geeft het signaal af dat het gedrag acceptabel is. Daarom zou de vraag niet moeten zijn: ‘Doe jij eraan mee?’, maar: ‘Wat kun jij doen als je het ziet gebeuren?’ Jongeren hoeven het niet alleen op te lossen. Juist wanneer meerdere jongeren laten zien dat ze online pesten niet accepteren, ontstaat er een sociale norm die pesten minder ruimte geeft. Daar moeten wij hen bij helpen.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ruth Smeets
Geschreven door Ruth Smeets

Ruth Smeets is freelance journalist met een voorliefde voor verhalen over gezond eten en mentale gezondheid. Ze schrijft onder meer over over voedingstrends en het ontwikkelen van een positieve relatie met eten. Voor J/M Ouders maakt ze de rubriek ‘Het eetdagboek van…’, waarin ze ouders bevraagt over eetgewoontes en tafelrituelen. Ruth woont in Frankrijk, waar ze haar dagen vult met schrijven, wandelen en (hoe kan het ook anders?) koken en bakken voor geliefden, het liefst tot het hele huis ruikt naar zelfgebakken bananenbrood of een zacht pruttelende stoof.

Reacties