Waarschuwen zonder bang te maken

antwoord

Goed dat je hierover nadenkt. Het is belangrijk dat we onze (jonge) kinderen op tijd vertellen welke mogelijke gevaren er kunnen zijn in de grote buitenwereld. Die zijn er nu eenmaal en hoe eerder je hierover een aantal basisafspraken maakt met je kinderen hoe beter die in hun systeem verankeren. 

Daarnaast is het belangrijk dat we onze kinderen niet (onnodig) angstig of onrustig maken, waardoor ze minder zorgeloos door het leven zullen gaan of in van alles een gevaar zien. 
Hoe doe je dat?

  • Bedenk voor jezelf de belangrijkste basisafspraken die je over dit onderwerp met je kind wil maken. Bijvoorbeeld: 
    – niet met vreemden meegaan en niks aannemen van vreemden (snoep, cadeautjes)
    – alleen met bekenden meegaan na toestemming van ons
    – als wij zelf niet thuis zijn, voor niemand de deur opendoen 
    – altijd eerst aan ons vragen/vertellen als je ergens anders heengaat dan afgesproken
    – enzovoort
    Het is het mooist als je de afspraken positief verwoord; zeg dus wat je wél wil van je kind in plaats van niet. Het beste kun je standaard afspreken dat je kind áltijd eerst toestemming moet vragen aan jou, voordat het met wie dan ook meegaat (volwassene of kind).
    Bespreek deze afspraken met je kind. Maak het niet te beladen en hou het overzichtelijk.
     
  • Leg met een simpele uitleg uit wat de reden is van de afspraken.
    ‘Wij willen altijd weten waar en met wie je bent, zodat we je kunnen vinden als het nodig is. Als we niet weten waar je bent maken we ons zorgen.’ En: ‘Niet alle volwassenen zijn mensen die het goed bedoelen, daarom ga je nooit met iemand mee zonder dat wij ervan af weten. Dat is een heel belangrijke afspraak!’
     
  • Het is ook handig om met je kind te bespreken wat het kan doen in bepaalde situaties. Wat kan je kind zeggen als er iemand vraagt of het meegaat, als iemand hem op intieme plekken wil aanraken, enzovoort.
    ‘Ik heb een afspraak met papa en mama dat ik altijd vraag of ik met iemand mee mag, dus ik ga het even vragen.’ Als de ander zegt dat dat niet hoeft of nodig is, dan kan je kind erop rekenen dat het niet pluis is, anders vindt diegene dat altijd prima!
     
  • Herhaal de afspraken zo nu en dan. Zeker in het begin, en op momenten dat je kind alleen weggaat of alleen thuis is. Er zijn dan vast ook andere afspraken (bijvoorbeeld over het verkeer) die je even vers in hun geheugen wil hebben. In plaats van het zelf steeds (voor) te zeggen kun je je kind ook vragen: ‘Wat hebben we ook alweer voor afspraken als je alleen naar buiten gaat?’ Zo leren ze zelf nadenken en je voorkomt irritatie dat je steeds maar met je waarschuwingen komt. Laat ze ook af en toe vertellen wat de reden van die afspraak ook al weer is. Zo worden afspraken het snelst eigen en begrijpen ze de afspraak ook.
     
  • Het lastige is dat er ook altijd uitzonderingen zijn. Bijvoorbeeld: als je verdwaald of gevallen bent en iemand wil je helpen. Hier kun je het met je kind over hebben.
     
  • Probeer verder je eigen angsten niet te veel te projecteren op je kind en je kind er niet mee te overladen. Dat kan ze angstig maken. 
Reageer op artikel:
Waarschuwen zonder bang te maken
Sluiten