Eline (49) over de mentale schok van het moederschap: ‘Iedereen doet maar wat, dat had ik veel eerder willen weten’
Tijdens haar zwangerschap werkte Eline de Visser (49) fulltime, rende van afspraak naar afspraak en maakte zich eigenlijk weinig zorgen. De controles waren goed, de echo’s zagen er prima uit en behalve wat misselijkheid had ze nauwelijks klachten. Maar toen haar zoon eenmaal geboren was, werd ze overvallen door iets waar niemand haar op had voorbereid: de enorme verantwoordelijkheid voor een compleet afhankelijk mensje. De druk die ze zichzelf oplegde, het gevoel dat alles van haar afhing en de overtuiging dat ze voortdurend tekortschiet, leidden uiteindelijk tot een burn-out. Nu haar kinderen 18 en 14 jaar zijn, kijkt ze met meer mildheid terug op die periode. “Ik voelde me overal schuldig over.”
“Mijn eerste zwangerschap verliep eigenlijk heel voorspoedig. Geen gekke klachten, behalve misselijkheid. Ik werkte fulltime als vestigingsmanager en deed die zwangerschap er een beetje bij. Tijdens een evenement, toen ik twintig weken zwanger was, kreeg ik buikpijn en zei de verloskundige dat ik echt rustiger aan moest doen. Dat deed ik niet echt.
Ik kon in de boekjes lezen hoe het met mijn baby ging en tijdens de echo’s kwam er niets bijzonders naar voren. Maar al die informatie ging over de zwangerschap. Over wat er in mijn buik gebeurde. Ik heb eigenlijk nooit nagedacht over wat er zou gebeuren als die baby eenmaal geboren was.
Dat de bevalling pijn zou doen, wist ik wel. Maar verder? Daar dacht ik niet over na. Ook de bevalling zelf ging goed. Thuis bevallen, het deed flink pijn, ik ben ingeknipt, maar de baby had een prima Apgar-score. So far, so good.
En toen had ik ineens een kind. Een kind dat niet meer met mij opstond als ik opstond, zoals tijdens de zwangerschap. Een kind waarvoor ik daadwerkelijk moest zorgen. Dat stond niet in de boekjes. Tijdens de zwangerschap zorgde ik goed voor mezelf. Ik dronk niet, rookte niet, at gezond. Daarmee zorgde ik automatisch ook voor mijn kind. Maar nu hij geboren was, werkte dat niet meer zo. Nu moest hij zelf eten, slapen, groeien en leven. En ik was daar verantwoordelijk voor. Dat besef vond ik overweldigend. Ik dacht letterlijk: als ik het niet goed doe, overleeft hij het niet.”
Alles zelf doen
Ik gaf borstvoeding en dacht daarom dat alles automatisch mijn verantwoordelijkheid was. ’s Nachts was ik toch al wakker, dus waarom zou ik mijn vriend wakker maken? Achteraf gezien sloeg dat nergens op, maar toen voelde het logisch. De borstvoeding liep bovendien totaal niet lekker. De kraamzorg had gezegd dat borstvoeding geen pijn mocht doen. Als het pijn deed, lag de baby niet goed aan. Dus elke keer als het pijn deed, haalde ik hem van de borst. Met als gevolg dat hij gefrustreerd raakte omdat hij niet goed kon drinken, ik gefrustreerd raakte omdat het pijn deed en mijn stress ervoor zorgde dat de melkproductie achterbleef. Een perfecte vicieuze cirkel.
Omdat de borstvoeding niet goed liep, voelde ik me een slechte moeder. Zie je wel, dacht ik. Je kunt het niet. Je zorgt niet goed voor hem. En als hij huilde, vond ik dat ik het moest oplossen. Want anders deed ik het fout.
Checklist
Wat ik achteraf miste in alle boeken en cursussen, was aandacht voor de periode na de bevalling. Natuurlijk kun je leren hoe je een baby in bad doet. Maar ik was doodsbang dat ik hem zou laten vallen. Ik had een soort checklist in mijn hoofd als hij huilde. Schone luier? Check. Gevoed? Check. Geen vieze kleding? Check. En dan? Hij huilde nog steeds. Wat moest ik dan doen? Vaak gaf ik hem dan maar weer voeding. Vervolgens spuugde hij dat eruit en voelde ik me opnieuw tekortschieten omdat ik blijkbaar niet begreep wat er aan de hand was.
Ook had ik graag eerder willen horen dat borstvoeding geven in het begin gewoon pijn doet. Bij mijn tweede zoon zei een kraamverzorgende dat doodleuk tegen me. Ik weet nog dat ik dacht: wacht even, wat? Dat had niemand me de eerste keer verteld. Mijn tepels hadden toen echt enorm geleden. Ik trok zelfs huid van mijn borsten af na het kolven. Mijn lichaam had zoveel te verduren gehad. Bij mijn tweede kind verliep de borstvoeding daardoor veel relaxter. Minder stress, minder onzekerheid. Ook bleef ik toen echt acht dagen in bed tijdens de kraamperiode. Na mijn eerste bevalling deed ik veel te snel weer van alles. Ik ben zelfs flauwgevallen in die eerste dagen. Bij de tweede hoorde ik na acht dagen mijn oudste naar beneden roepen: ‘Breng de fruitsalade maar naar boven.’ Toen dacht ik: misschien wordt het tijd om weer eens uit bed te komen.”
Verantwoordelijk
Dat verantwoordelijkheidsgevoel bleef niet beperkt tot de babytijd. Mijn zoon kreeg bijvoorbeeld een wat plattere kant aan zijn hoofdje. Het consultatiebureau maakte daar opmerkingen over en ik schoot direct in de stress. Zie je wel, dacht ik. Ik heb mijn kind verminkt. Achteraf bleek het nergens voor nodig. We hebben hem anders neergelegd en het trok vanzelf weer recht. Maar zo werkte mijn hoofd toen niet. Ik voelde me overal schuldig over. Ook als hij nog niet doorsliep.
Dan hoorde ik opmerkingen als: ‘Hij moet nu toch echt wel gaan doorslapen.’ En als dat dan niet gebeurde, voelde dat alsof ik had gefaald. Alsof ik iets verkeerd deed. Terwijl kinderen zich natuurlijk helemaal niet aan schema’s houden.”
Huilend in de auto
De combinatie van werk en moederschap vond ik ontzettend zwaar. De eerste keer dat ik hem naar de opvang bracht, heb ik daarna in de auto zitten huilen. Ik werkte vier dagen per week in een leidinggevende functie en voelde continu druk. Stress als ik in de file stond. Stress als ik te laat dreigde te komen bij de opvang. En als ik dan als laatste ouder binnenkwam, had ik het gevoel dat ik een verwijtende blik kreeg. Op mijn vrije woensdag voelde ik me ondertussen schuldig richting mijn werk omdat klanten dan normaal gesproken werden gebeld. Mijn manager liet ook merken dat dat belangrijk was. Dus overal had ik het gevoel tekort te schieten. Als moeder. Als werknemer. Als partner. Toen mijn zoon zes maanden oud was, meldde ik me ziek. Ik had spanningsklachten en uiteindelijk een burn-out. Ik heb een jaar thuisgezeten. Daarna ben ik weer gaan werken, maar toen de klachten terugkwamen, heb ik in goed overleg mijn contract beëindigd. En zelfs dat voelde weer als falen.
Camperreis
Mijn vriend en ik besloten vervolgens om viereneenhalve maand met de camper door Europa te trekken. Dat was zo’n fijne tijd. Ik had oorspronkelijk de opleiding tot goudsmid gedaan, maar was per toeval in de uitzendbranche terechtgekomen. Na die reis besloot ik terug te gaan naar mijn vak. Ik begon voor mezelf als goudsmid. Daardoor kon ik mijn eigen tijd indelen, er zijn voor mijn kind en keuzes maken zonder het gevoel voortdurend verantwoording af te leggen. Voor het eerst voelde ik minder schuldgevoel. Mijn bedrijf groeide langzaam. Net als mijn kinderen.
Nog steeds in leven
Mijn kinderen zijn inmiddels 18 en 14 jaar. En weet je? Ze leven nog steeds. Dat zeg ik vaak lachend, maar er zit ook iets serieus in. In het begin was ik er echt van overtuigd dat alles mis zou gaan als ik niet voortdurend oplette. Nu weet ik dat kinderen juist zelfstandig worden als je niet overal bovenop zit. Ik heb jarenlang aan huis gewerkt, deels omdat ik dat fijn vond, maar ook omdat ik altijd beschikbaar wilde zijn. Sinds anderhalf jaar werk ik op een andere locatie en dat geeft juist rust. Ik vind het bovendien bijzonder dat ik nu sieraden mag maken voor andere moeders. Voor vrouwen die midden in die grote verandering zitten. Ik herken zoveel van wat zij doormaken.
In de prullenbak
Aan jonge of aanstaande ouders zou ik vooral willen zeggen: wees je bewust van de verantwoordelijkheid die erbij komt kijken. Een baby is geen project, geen relatie-redder. En als hij er eenmaal is, stop je hem ook niet meer terug. Doe het samen. Overdag én ’s nachts. Als je borstvoeding geeft, kolf dan ook eens af zodat je partner een voeding kan overnemen. Gun jezelf rust. En vertrouw erop dat je het goed doet. Alles is nieuw. Je hoeft niet alles te weten. Jullie moeten elkaar leren kennen: jullie de baby en de baby jullie. Geef jezelf daar de tijd voor. Probeer te genieten van alle ontwikkelingen. En kijk niet voortdurend naar hoe het volgens de boekjes zou moeten gaan. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Gooi dat Oei, ik groei!-boekje desnoods in de prullenbak.
Kinderen zijn bovendien enorme spiegels. Je leert er ongelooflijk veel van over jezelf. Maar dan moet je wel bereid zijn om naar jezelf te kijken. Vraag hulp als dat nodig is. En vergelijk jezelf vooral niet met wat je op social media ziet. Dat is vaak helemaal niet de werkelijkheid. Iedereen worstelt. Iedereen doet maar wat. Dat had ik veel eerder willen weten. En als je net wilt vertrekken en je kind besluit op dat moment zijn hele luier vol te poepen? Dan ben je te laat. Kan gebeuren. De wereld vergaat echt niet.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F06%2FIMG_0184.jpg)