Sabine van der Spoel
Sabine van der Spoel Opvoeden vandaag, 
Leestijd: 5 minuten

COC ziet acceptatie homoseksualiteit onder jongens halveren: ‘Begin al op de basisschool’

Kinderen mogen zichzelf zijn, vinden we dat niet allemaal? Toch daalde de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren flink. Het COC, de belangenorganisatie voor lhbti+ personen in Nederland, wil daarom dat scholen het onderwerp al op de basisschool bespreken. GSA-coördinator Rozanne Vleugel ondersteunt GSA’s (Gender & Sexuality Alliances) in de hele regio en legt uit waarom.

De acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren daalde de afgelopen jaar flink, het COC wil daarom dat het onderwerp al op de basisschool wordt besproken.
De acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren daalde de afgelopen jaar flink, het COC wil daarom dat het onderwerp al op de basisschool wordt besproken. Bron: Eigen beeld

Zorgwekkende daling

De acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren is sterk afgenomen, zo blijkt uit onderzoek. Op sommige scholen is die afname duidelijk merkbaar, zegt Rozanne Vleugel, GSA-coördinator bij COC Midden-Nederland. “Op Paarse Vrijdag komt een deel van de jongeren bijvoorbeeld uit protest in het zwart naar school, in plaats van paars. Er worden posters van de muur gescheurd en jongeren worden weer uitgescholden. Ook zie ik steeds minder scholen met een kraampje in de aula. Die scholen zijn bang voor onveilige situaties, omdat ze dat zelf hebben meegemaakt of van andere scholen hebben gehoord.”

Mogelijke oorzaken

Eén oorzaak aanwijzen is lastig, zegt Vleugel, maar er spelen wel een aantal factoren mee. “De manosfeer speelt een rol. Vooral jonge jongens zien video’s waarin hen heel erg verteld wordt hoe ze als man horen te zijn. Dat brengt een heel traditioneel denkbeeld met zich mee, waarin lhbti+ totaal niet past.” Daarnaast zijn jongeren conservatiever geworden. “We hebben te maken met de eerste generatie jongeren die gemiddeld genomen conservatiever denkt dan hun ouders. En sociale media werken als een echokamer: je krijgt je eigen mening alleen maar teruggekaatst.”

Het gevolg is schrijnend. “Het wordt op steeds meer scholen normaal om je weer te verstoppen. Ook wordt er weer meer met ‘homo’ gescholden en zeggen docenten daar te vaak niks van.”

Een norm stellen

Het COC wil dat scholen seksuele en genderdiversiteit al op de basisschool bespreken. “Kinderen moeten leren dat diversiteit erbij hoort”, stelt Vleugel, “en hoe je een goed gesprek voert. Het is normaal om van mening te verschillen, maar je gaat met respect met elkaar om.” Volgens de GSA-coördinator werkt wachten tot de middelbare school niet meer, want dan is het simpelweg te laat. “Voorheen was dat op tijd genoeg, maar doordat jongeren inmiddels zoveel van hun eigen mening teruggekaatst hebben gekregen, staan ze er op die leeftijd niet meer open voor.”

Juist op jonge leeftijd maken kinderen onbevangen kennis met het onderwerp: “Het maakt echt een groot verschil of je voorlichting geeft in groep 7, 8 of de brugklas, of pas in klas 3 van de middelbare school.” Ook kunnen ze zich snel aanpassen, vertelt Vleugel. “Een vriend van mij is non-binair en gebruikt die/diens en hen/hun als voornaamwoorden. Diegene heeft een jonger broertje, dat ongeveer zes was toen diegene open werd over diens identiteit. Iedereen had het er moeilijk mee, maar het broertje had maar twee weken nodig en heeft het daarna nooit meer verkeerd gezegd. Kinderen hebben een heel goed aanpassingsvermogen.”

Weerstand

Er komt veel weerstand op het idee van het COC, maar dat heeft volgens Vleugel ook te maken met misinformatie. “Neem de Week van de Lentekriebels. We krijgen vaak te horen dat kinderen daar te jong voor zijn, maar het is heus niet zo dat ze leren hoe ze seks moeten hebben. Nee, ze leren over verschillende gezinsvormen: regenbooggezinnen, gezinnen met twee vaders of twee moeders, maar ook kinderen die bij één ouder wonen, bij een opa of tante, of in een pleeggezin. In feite leert het kind: o ja, mijn gezin hoort er ook bij. Deze lessen gaan nooit alleen over lhbti+-thema’s, maar dat is wel een makkelijke schietschijf.”

Ook over genderdiversiteit bestaan angstbeelden, bijvoorbeeld dat jonge kinderen die liever een jongen of een meisje willen zijn meteen hormonen of operaties zouden krijgen. “Natuurlijk niet. Maar als een kind zegt: ik ben eigenlijk een jongen, of ik ben eigenlijk een meisje, is het belangrijk om daar ruimte voor te laten. Laat kinderen in de verkleedhoek bijvoorbeeld gewoon aantrekken wat ze willen.”

Lesmateriaal

Wat kinderen op de basisschool over seksuele diversiteit leren, verschilt sterk per school. “In de kerndoelen staat dat ze moeten leren dat er diversiteit is, maar een school kan dat heel minimaal houden. ” Andere scholen doen juist veel: zij nodigen voorlichters van het COC uit, doen mee aan Paarse Vrijdag en de Week van de Lentekriebels en voeren een open gesprek.

Scholen die het bij weinig houden, doen dat om uiteenlopende redenen. Bij strenggelovige scholen zit de weerstand volgens Vleugel in het oneens zijn met de inhoud. Bij andere scholen speelt angst voor de reacties van ouders een rol: “Je wil niet weten hoeveel hoger het aantal ziekmeldingen is op Paarse Vrijdag, omdat ouders hun kind thuishouden.”

Het COC pleit er daarom voor dat het onderwerp structureel terugkomt, bijvoorbeeld tijdens wereldoriëntatie of biologie. Zo zal het onderwerp in de lessen heel natuurlijk aan bod komen, als gewoon onderdeel van de lesstof en zonder er een groot punt van te maken. “Zo wordt het weer een stuk normaler.”

Kleine stappen

Ook zonder groot lesprogramma kan een school al iets doen om diversiteit zichtbaar en normaal te maken. “Als er in lees- of taalboeken een stelletje voorkomt, wordt vaak een vrouwen- en een mannennaam genoemd. Maak er gewoon een keer twee mannen of twee vrouwen van, dat is al een stap.” Zelf had Vleugel op de middelbare school een docent die het hele jaar een Paarse Vrijdag armbandje droeg. “Daarmee gaf hij zijn leerlingen het signaal dat ze bij hem zichzelf mogen zijn.”

Ook ouders kunnen bijdragen. “Laat je kind zonder weerstand naar school gaan op Paarse Vrijdag. En kijk eens naar de leesboekjes thuis. Er zijn genoeg boeken waarin inclusiviteit voorbijkomt, ook zonder dat het expliciet benoemd wordt en erover gaat.” Het belangrijkst is volgens Vleugel dat kinderen weten dat ze altijd met hun ouders over het onderwerp kunnen praten. “Je kunt het beter een keer te vaak hebben gezegd dan een keer te weinig.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Sabine van der Spoel
Geschreven door Sabine van der Spoel

Ze zeggen dat je je nooit 100 procent kunt voorbereiden op het ouderschap, maar tegen beter weten in doet Sabine toch een poging. Wat zijn de voor- en nadelen van gentle parenting? En hoe houd je het ook een beetje leuk voor jezelf? Hoewel ze zelf nog geen kinderen heeft, blijkt haar zoektocht naar antwoorden een onuitputtelijke bron van inspiratie voor de artikelen die ze schrijft voor J/M Ouders. Als ze niet achter haar laptop zit om te schrijven, gaat ze graag naar concerten en de bioscoop, maakt ze een relaxte wandeling door het bos of is ze haar volgende reis aan het plannen.

Reacties