Hechtingsexpert waarschuwt voor straffen bij onveilig gehechte kinderen: ‘Dit denken ze dan’
Je kind luistert niet, zoekt steeds de grenzen op of wordt boos om iets kleins. Een straf lijkt dan misschien een logische reactie, maar bij kinderen met een onveilige hechting werkt dat juist niet. Hechtingsproblematiekexpert Esther Jonker legt uit waarom.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F10%2FEsther-Jonker.jpg)
Wat houdt onveilig gehecht in?
Kinderen die onveilig gehecht zijn, vinden het moeilijk om anderen te vertrouwen en voelen zich niet altijd veilig in de relatie met hun ouders. Kinderen hebben dan niet aangeleerd om hun primaire zorgverleners te vertrouwen”, legt hechtingsproblematiekexpert Esther Jonker uit. Juist bij deze kinderen kan straffen daarom een averechts effect hebben.
Waar veilig gehechte kinderen weten dat hun ouders de mensen zijn bij wie ze horen, hebben kinderen met een onveilige hechting dat vertrouwen niet op dezelfde manier opgebouwd. “Ze willen bijvoorbeeld controle houden of worden snel agressief. Ze kunnen moeilijk regels volgen. Ook hun vermogen om zich in anderen te verplaatsen en de gevolgen van hun gedrag te overzien, is dan minder goed ontwikkeld, omdat ze heel erg ingesteld staan op mogelijk gevaar.”
Hoe ontstaat onveilige hechting?
Een onveilige hechting kan bij een kind op verschillende manieren ontstaan. “Het kan doordat de ouders niet veilig en goed voor het kind kunnen zorgen, maar dat is maar één risicofactor”, vertelt Jonker. Ook factoren waarop ouders geen invloed hebben, zoals een trauma rondom de geboorte, kunnen een rol spelen.
“Het kan ook een postnatale depressie van een moeder zijn of heel veel trauma in het leven van de ouders als de moeder zwanger is, bijvoorbeeld als de moeder een dierbare verliest. Maar ook medisch handelen na een belastende bevalling voor het kind of de ouder. Er zijn heel veel mogelijkheden.”
“Omdat er vaak zo’n negatieve en heftige lading rondom hechtingsproblemen hangt, is het mijn missie geworden om kinderen én hun ouders te onschuldigen. Kinderen zijn niet expres lastig en ouders zijn niet automatisch schuldig aan de problematiek van het kind.”
Straffen werkt niet
Onveilig gehechte kinderen kunnen anders op bepaalde situaties reageren dan veilig gehechte kinderen. Straf krijgen is daar een voorbeeld van. “Als een veilig gehecht kind een standje krijgt van de ouder, dan wil die de band zo snel mogelijk weer herstellen. Zij weten dat ze ertoe doen en dat de ouders er altijd voor ze zijn.”
Bij onveilig gehechte kinderen gaat het echter anders. “Als je een onveilig gehecht kind gaat straffen, dan hebben ze niet diezelfde behoefte of verlangen om de relatie met de ouder of primaire zorgverleners zo snel mogelijk weer te herstellen. Zij hebben heel andere gedachtes: ‘Niemand houdt van mij, of papa en mama vinden mijn broertjes en zusjes leuker, ik kan niets.’ Door te straffen, worden deze gedachten volgens Jonker alleen maar versterkt. ‘Ze denken, zie je wel, ik ben dom’.”
Het gedrag bekijken
Ouders van onveilig gehechte kinderen zitten vaak met de handen in het haar. Hoe stel je grenzen en corrigeer je gedrag als straffen niet werkt? Volgens Jonker begint het met begrijpen wat je precies probeert te corrigeren. “Het begint met snappen van wat loop ik nou te bestraffen? En als het kind ergens tegenaan loopt met bepaald gedrag, wat hebben de situatie en het kind dan nodig? Probeer opnieuw met een nieuwsgierige blik naar het gedrag van het kind te kijken, wat wil het kind met dit gedrag duidelijk te maken?”
Het kan namelijk dat ouders gedrag bestraffen omdat ze verwachten dat hun kind iets al kan, terwijl dat nog niet het geval is. “Bij onveilig gehechte kinderen kan de emotionele en mentale ontwikkeling achterlopen op de kalenderleeftijd. Een kind van bijvoorbeeld twaalf kan daardoor bepaalde vaardigheden nog niet beheersen, ook al verwachten volwassenen dat wel op basis van de leeftijd.”
Jonker ziet dat ouders hierdoor soms te veel van hun kind vragen. “We willen dat ze zich gaan gedragen en dat ze leeftijdsadequaat bepaalde dingen kunnen. Maar vaak kunnen ze dat nog niet en hebben we te hoge verwachtingen van ze.” Straffen helpt dan niet om een vaardigheid te leren.
Eerst tot rust komen, daarna een consequentie
Ook wanneer een kind anderen pijn doet of iets kapotmaakt, is straffen volgens Jonker niet de oplossing. Wel is het belangrijk om grenzen te stellen, maar voordat je een passende consequentie aan het gedrag verbindt, moet de situatie eerst veilig zijn. “Als ze anderen pijn doen, jou pijn doen of iets kapotmaken in de omgeving, is er eerst een crisissituatie”, legt Jonker uit. “En die moet eerst veilig gemaakt worden.”
Ouders, zorgverleners of professionals moeten dan eerst helpen om het kind tot rust te laten komen. “Onveilig gehechte kinderen hebben vaak niet geleerd om zichzelf tot rust te brengen. Bij het minste of geringste schieten ze daardoor in hun overlevingsstrategie.”
Pas wanneer het kind weer rustig is, kunnen ouders terugkomen op het gedrag en een passende consequentie verbinden aan wat er is gebeurd. Niet straffen betekent immers niet dat alles zomaar mag. “Natuurlijk moet je een kind niet met elk gedrag laten wegkomen, maar het is niet nodig om te straffen, wél om er een consequentie aan te verbinden.”
Een herstelklusje
Wanneer het kind tot rust is gekomen, kun je terugkomen op het gedrag met een consequentie die daarbij past. “De consequentie is dat een kind dan iets voor een ander doet. We noemen dat ook wel een herstelklusje of een act of kindness.”
“Kinderen met hechtingsproblemen hebben vaak een verlaagd vermogen om empathisch gedrag en oorzaak-gevolgdenken te laten zien. Ze vinden het daardoor lastig om te reflecteren: wat voor gevolgen heeft mijn gedrag gehad op de ander?” Door een zogenoemd herstelklusje aan hun gedrag te koppelen, oefenen kinderen op een concrete manier met het goedmaken van iets en het herstellen van de gevolgen van hun gedrag.
“Onveilig gehechte kinderen leren niet van woorden, maar van gedrag. Als zij dus onaangenaam gedrag laten zien, weet dan dat hun brein in een andere modus staat. Zij beleven de wereld op een heel andere manier.”
Een kind schiet in de overlevingsmodus
De uitleg van Jonker klinkt heel duidelijk: eerst een kind kalmeren en daarna een consequentie verbinden aan het gedrag, in plaats van te straffen. In de praktijk loopt het echter lang niet altijd zo. Want wat als een kind echt niet te kalmeren is? De hechtingsproblematiekexpert raadt aan om dan niet met het kind in gesprek te gaan. “Ik zeg altijd voor de grap #houdjemond, maar wat ik ouders daarmee wil uitleggen is dat ze op zo’n moment moeten stoppen met praten.”
“Als ouders gaan schreeuwen, preken, uitleggen en herhalen, dan komt daar niets van binnen in het brein.” De gebieden in het brein die nodig zijn voor de verwerking van informatie werken op dat moment voor het kind al minder goed. “En dan komt er alleen maar meer overbelasting.”
Volgens Jonker is het daarom belangrijk dat ouders leren herkennen wanneer hun kind richting de overlevingsmodus gaat. Dat kan zich uiten in agressief, claimend of manipulatief gedrag, maar ook in angstig of teruggetrokken gedrag. “Vaak kun je aan hun gezicht wel zien wanneer het gedrag escaleert. Je ziet bijvoorbeeld dat hun pupillen groter worden of dat hun oren rood worden.”
Als het kind boos is, heeft praten dus geen zin, maar soms komt er nog wel een korte boodschap binnen. “Je kunt dan nog wel een korte opdracht geven. Zeg bijvoorbeeld: we gaan nu eerst een rondje lopen, of we gaan nu eerst een kop thee drinken. Zo haal je het kind uit de situatie en geef je het de kans om tot rust te komen.”
Werken aan vertrouwen
Schiet een kind toch uit zijn slof, dan helpt het om te beseffen dat het op dat moment moeite heeft om met de situatie om te gaan. Door het gedrag niet als onwil te zien, maar te proberen te begrijpen wat erachter zit, kunnen ouders hun kind op een andere manier benaderen. Dat vraagt tijd en oefening. “Dan kun je stap voor stap bouwen aan vertrouwen, aan een veilige en fijne hechtings- en liefdesband. Maar dat is keihard werken. Bij kinderen met een hechtingsprobleem is opvoeding topsport.”
Daarbij wil Jonker ouders vooral meegeven om verder te kijken dan het gedrag dat hun kind laat zien. “Kinderen met hechtingsproblemen zijn niet lastig, ze hebben het lastig. Natuurlijk zijn ze lastig in hun gedrag, maar dat komt doordat ze het lastig hebben in hun brein.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2024%2F11%2FSabine-van-der-Spoel.jpg)