Kinderpsychiater Ivo Aben: als je tiener niet wil praten, helpt dit vaak beter dan vragen stellen
Je vraagt hoe het gaat, maar je tiener haalt alleen zijn schouders op. Kinderpsychiater Ivo Aben herkent die stilte. Volgens hem begint een goed gesprek juist niet altijd met vragen stellen, maar met iets heel anders.
Een gesprek voeren met een kind kan soms lastig zijn. Een simpele ‘Hoe gaat het?’ wordt soms enkel beantwoord met het ophalen van de schouders. Hoe vaak je het ook probeert, het gesprek loopt dood. Aben probeert dan ook op een andere manier het gesprek met jongeren aan te gaan.
De ontmoeting eerst
Een kinderpsychiater kan veel betekenen voor een jongere met ernstige psychische problemen, maar voordat dat kan lukken, moet die wel eerst contact krijgen met zo’n jongere. Daarom Aben vaak niet meteen met het in kaart brengen van klachten. “Tegenwoordig gaat het mij eerst en vooral over de ontmoeting”, stelt hij.
Dat betekent dat hij een gesprek ingaat zonder eigen agenda. “Ik stel me open voor de ander. Niet alleen door te luisteren, maar juist ook door te kijken. Hoe beweegt iemand zich, wat vertelt zijn of haar mimiek? Ik luister naar waar iemands interesses liggen.” Het resulteert er meestal in dat een jongere zich welkom voelt, gezien en gehoord, en merkt dat iemand echt geïnteresseerd is. “Dat helpt gelijk om de jongere in eigen regie te zetten.”
Open houding
Die open houding neemt Aben overal mee naartoe. In zijn spreekkamer, maar ook daarbuiten. Zo is hij verbonden aan Steunpunt Avalon, een plek waar jongeren samenkomen en werken aan hun herstel van psychische en maatschappelijke problemen. Bij het steunpunt kiezen ze bewust voor een andere setting, een andere houding en een andere aanpak dan in de reguliere jeugdzorg. Iets wat Aben erg aanspreekt en waar hij graag in meegaat. “Het begint ermee om deze jongeren te verwelkomen op een aangename plek en het liefst iets leuks, actiefs of gezonds te doen.” Dat gebeurt op lokale steunpunten en tijdens zogenoemde herstelweken.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F10%2FIvo-Aben2.jpg)
Geen spreekkamersetting
Tijdens een herstelweek zoeken jongeren samen naar een veilige plek waar ruimte is voor moeilijke en gevoelige gesprekken. Tegelijkertijd dagen ze zichzelf uit met uiteenlopende activiteiten, van een pittige hike en een spannend hoogteparcours tot creatieve opdrachten. Jongeren kunnen hier aan de slag gaan met hun problemen en dat gebeurt dan niet alleen in serieuze gesprekssettingen, maar juist ook onderweg en tijdens de activiteiten. “Je stuit vanzelf op de dingen waar iemand mee zit”, legt Aben uit. Als voorbeeld noemt hij een hike. “Op rustige stukken praat je wat met elkaar en geniet je van buiten zijn in de natuur, terwijl je op ruigere trajecten vooral samen bezig bent om zonder ongelukken verder te komen of samen tegen de vermoeidheid vecht. Een gesprek verloopt dan spontaan en natuurlijk, waarbij de jongere zelf kan doseren wanneer hij wat vertelt.”
Als begeleider zoekt hij bij elke jongere een eigen ingang. Bij iemand die zich nog afzondert door vooral op zijn telefoon te zitten, kan dat heel laagdrempelig: “Je probeert aan te sluiten: ‘Wat voor spannends gebeurt er op jouw telefoon?’ Ik ben dan niet zozeer de psychiater, maar gewoon Ivo.” Zijn vakkennis is dan nauwelijks belangrijk, die komt pas in beeld zodra het gesprek over psychische problemen gaat. “Soms komt mijn ervaring als deskundige naar boven, maar soms ook als ervaringsdeskundige, want we maken allemaal dingen mee in het leven.”
Waarom werkt het?
Er zijn verschillende redenen waarom deze manier van werken aanslaat. “Het begint ermee dat een jongere zich welkom en veilig voelt. Bij het steunpunt voelen de jongeren zich geen nummertje bij een grote jeugdzorginstelling, maar hebben ze het gevoel belangrijk genoeg te zijn om hun echte zelf te zijn, ruimte in te nemen dus om aandacht te vragen en te krijgen.” Al voegt hij daar wel graag wat nuance aan toe, want: “Natuurlijk kun je je in een spreekkamer ook heel welkom voelen.”
Het is voor jongeren fijn om te merken dat iemand oprecht in hen geïnteresseerd is, niet als professional, maar als medemens. Een medemens die durft te laten zien dat hij ook niet alles kan. Dat merkte Aben bijvoorbeeld op een trampoline tijdens een herstelweek. Er was een meisje salto’s aan het maken op de trampoline in de tuin en toen Aben ook wat mee begon te springen, daagde ze hem uit. “Maar ik vond dat eng. Ik probeerde het verschillende keren, maar het lukte niet.” Tijdens een volgende herstelweek werd hij opnieuw uitgedaagd, dit keer door een ander meisje uit dezelfde psychiatrische crisisafdeling die al over de kinderpsychiater had gehoord. En zo stond Aben dus plots toch een salto te maken op de trampoline. “Maar het is niet zo dat ik altijd op allerlei speelse manieren met hen bezig ben, ik heb daar niet echt een speciale methode voor. Het is gewoon inherent aan hoe Steunpunt Avalon activiteiten vormgeeft.”
Elkaar niet aan hoeven kijken
Het helpt een jongere daarnaast ook om niet recht tegenover een hulpverlener te zitten, zoals in de spreekkamer. “Je hoeft elkaar niet per se aan te kijken in een standaard vraag-antwoordgesprek. Er kunnen stiltes vallen, er kunnen tussendoor andere dingen gebeuren. Dat werkt heel fijn. Er ontstaat een soort lucht, ruimte en ontspanning.”
De focus van Aben ligt op wat een jongere wél kan. “De aandacht die we geven, gaat liever uit naar waar de kracht van de jongere zit dan naar de klachten en symptomen van psychiatrische problemen.” Als voorbeeld noemt hij een jongere die is uitgevallen op school vanwege angst- of dwangklachten. “School is voor die persoon nu misschien nog niet gelukt, maar het is veel waard om nieuwsgierig te zijn naar de interesses, talenten en kwaliteiten die de jongere graag wil ontwikkelen.” Dat is volgens de psychiater veel waardevoller dan focussen op wat een jongere niet kan.
Grenzen respecteren
Jongeren die het moeilijk hebben, zitten niet altijd te wachten op praten. Aben probeert dan niet te hard te duwen. “Veiligheid is altijd het eerste en het laatste waar ik me druk om maak. Als iemand ergens niet over wil praten, dan respecteren we dat.” Het kan dan even duren voor een jongere begint met praten. “Maar als het gevoel van veiligheid en respect goed geland is, dan ontstaat er ruimte om een gesprek te hebben, op het tempo van de ander en vanuit gelijkwaardigheid.”
Achter het zwijgen zit volgens de kinderpsychiater vaak ook het tegenovergestelde. “Als een onderwerp zo groot, bedreigend of pijnlijk is dat een jongere er niet over wil praten, dan is er ook het verlangen om juist wel gehoord te worden en het niet meer alleen te hoeven dragen.” Daarom probeert hij jongeren niet over te halen om te praten. “Soms is het genoeg om te zeggen: ‘Joh, wat moet het vreselijk voor je zijn dat dit zó belastend voor je is dat je er niks over kunt zeggen. Ik hoop voor je dat dat ooit anders wordt.’” Zo blijft de deur open.
Het samen doen
“Misschien begint die persoon er morgen, over een week of over een maand alsnog over. Omdat hij of zij denkt: ik heb gemerkt dat hij mijn grenzen respecteert, ik voel me veilig genoeg om het nog eens te proberen. Misschien niet om dan ineens het hele verhaal te vertellen, maar eerder om voorzichtig een vingertop in het water te steken om te voelen hoe koud het is.”
Het komt uiteindelijk neer op één gedachte. “We zijn allemaal maar mens, we proberen er wat van te maken in dit leven, maar we weten vaak eigenlijk allemaal niet zo goed hoe dat moet. Dus laten we naast elkaar zitten en niet tegenover elkaar.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2024%2F11%2FSabine-van-der-Spoel.jpg)