Hoogleraar Ido Weijers volgde ruim 100 jonge veelplegers: dit mogen ouders volgens hem nooit doen
Eenmaal in de criminaliteit beland, is het voor jongeren vaak moeilijk om daar weer uit te komen. Zelfs als ze zelf willen stoppen. Hoogleraar Jeugdrechtspleging Ido Weijers legt uit hoe dat zit.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F10%2Fjonge-veelplegers.jpg)
Wat stoppen zo moeilijk maakt
Stoppen met criminaliteit is voor jonge veelplegers vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Dit komt onder andere omdat hun arbeidsmarktperspectief eigenlijk erg ingewikkeld ligt. “Deze jongeren hebben vrijwel allemaal problemen met school”, zo weet pedagoog en hoogleraar Jeugdrechtspleging Ido Weijers. “Vaak hebben ze veel meer tijd op straat doorgebracht dan thuis en op school. Langzaam realiseren ze zich dat ze daardoor op de arbeidsmarkt eigenlijk kansloos zijn.”
Dat leven op straat zorgt er bovendien voor dat jongeren erg op zichzelf zijn aangewezen. Als ze mee willen draaien in de ‘gewone maatschappij’ dan moeten ze luisteren naar een baas, een leerkracht of een ambtenaar. “En dat is nou heel moeilijk. Ze zijn gewend om op zichzelf te staan: being your own man.”
Bovendien kan het voor jongeren in het criminele circuit ook voelen als een vicieuze cirkel. “Jongeren realiseren zich vaak op een gegeven moment wel dat er geen luxe op ze wacht in de criminaliteit. Ze stelen af en toe een e-bike of plegen winkeldiefstallen en weten dat ze daarmee geen grote jongens worden. Het heeft dus ook een financiële kant, maar ze kunnen niet terugvallen op een opleiding die ze hebben afgerond. Ze begrijpen vaak goed dat ze zo niet eindeloos kunnen doorgaan, maar wat is het alternatief?”
Hoe ontstaat het criminele gedrag?
Om te bepalen hoe een jongere in het criminele circuit het beste te helpen is, is het vaak goed om te weten hoe het gedrag is ontstaan. Volgens Weijers zijn er grofweg twee situaties. “Aan de ene kant heb je jongeren die rond het begin van de pubertijd moeite krijgen met school. Het zijn vaak leerlingen die cognitief niet zo sterk in hun schoenen staan en thuis weinig ondersteuning krijgen. Bijvoorbeeld omdat ze ADHD hebben of in andere opzichten niet gemakkelijk op te voeden zijn. In veel gevallen zijn de ouders niet in staat om het kind thuis voldoende rust te geven en goed contact met school te onderhouden. Die jongens – want het zijn eigenlijk bijna altijd jongens – gaan dan rond hun twaalfde of dertiende de straat op, op zoek naar leuke, inspirerende contacten, omdat ze zich thuis en op school niet meer prettig voelen.”
Aan de andere kant heb je jongeren voor wie criminaliteit thuis heel normaal is. “Hun vader is bijvoorbeeld een bekende hooligan, ze hebben meegedaan aan vechtpartijen met hem en weten dat hun vader verboden dingen doet. Dan rust er thuis geen taboe op criminaliteit.”
Invloed van ouders
In situaties waarin jongeren opgroeien met het idee dat criminaliteit normaal is, kun je met ouders volgens de hoogleraar vaak weinig beginnen. “Een rechter, advocaat of maatschappelijk werker kan bij hen aankloppen, maar dat heeft weinig zin. Soms geven ouders hun zoon zelfs advies over hoe hij delicten slimmer kan plegen.”
Bij andere gezinnen ligt het daarentegen anders, maar bij de jongere moet vaak wel eerst het besef komen wat hij zijn ouders aandoet. “Ouders moeten steeds opnieuw naar het politiebureau en naar de rechtbank, of zelfs hun zoon opzoeken als hij vastzit. Bij sommige jongeren ontstaat dan op een gegeven moment toch empathie voor het leed dat ze hun ouders bezorgen. En pas als dat besef doordringt, kunnen professionals daar iets mee. Ik sprak eens een jongen die zei dat hij er veel eerder mee was gestopt als hij had geweten hoe erg het voor zijn moeder was. Zij moest hem opzoeken in de gevangenis en hij vond het heel erg dat zijn moeder hem daar moest zien en ze moest huilen.”
Volgens Weijers is dat een belangrijke ontdekking. “Ik adviseer rechters bijvoorbeeld om daar aandacht aan te besteden. Als je tijdens een zitting ziet dat een ouder het heel moeilijk heeft, kun je een jongere laten zien wat zijn gedrag voor die ouder betekent. Dat empathisch vermogen kunnen professionals helpen ontwikkelen.” De hoogleraar benadrukt dan ook het belang van een goede band met de ouders. “Ouders moeten afstand nemen van het criminele gedrag van hun kind, maar de band nooit verbreken. Ze moeten hen niet loslaten.”
Hoe kunnen ouders helpen?
Voor een jonge veelpleger is het niet makkelijk om te stoppen. Als die dat doet, verliest die namelijk ook zijn criminele netwerk. “Hij moet een nieuw sociaal netwerk opbouwen en daarbij zijn ouders en familie cruciaal.” Weijers drukt ouders dan ook op het hart om hun kind te laten zien dat ze volledig achter hem staan als hij besluit te stoppen, ook als dat met ups en downs gaat en hij bijvoorbeeld terugvalt.
En net zoals een jongere zijn strijd niet alleen hoeft aan te gaan, hoeven ouders dat ook niet. Zo is het mogelijk om professionele hulp in te schakelen, zodat ze leren hoe ze hun eigen rol stevig neer kunnen zetten. “Ouders moeten bijvoorbeeld duidelijk blijven over wat ze wel en niet accepteren, maar ze moeten tegelijkertijd niet te ver gaan door bijvoorbeeld te zeggen dat het kind het huis niet meer inkomt als ze de fout weer ingaan. Ouders moeten voorkomen dat het contact met hun kind verbroken wordt.”
Ook is het belangrijk dat ouders geen dingen aan hun kind gaan opleggen. Volgens Weijers is het proces vergelijkbaar met een verslaving, waarbij de beslissing om te stoppen uit de jongere zelf moet komen. “Je komt er niet door te zeggen: stop ermee. Als ouders dat voortdurend doen, kan een kind zich juist afzetten en het huis uit vluchten.”
Niet alleen ouders
Ouders zijn niet de enigen die een jongere kunnen helpen om weer op het rechte pad te komen. Ook een broer of zus kan een rol spelen, net als een docent, jongerenwerker of hulpverlener. Het belangrijkste is dat diegene een vertrouwensrelatie met de jongere kan opbouwen. “Iemand die de jongere vertrouwt en hem helpt ontdekken waar hij goed in is”, aldus Weijers.
Wel moet die persoon duidelijk maken dat hij of zij criminaliteit afkeurt, en dat opnieuw “zonder hem los te laten”. Daarbij hoort ook oprechte aandacht. “Het is belangrijk dat je echt naar hem luistert, naar zijn verhaal.”
Daarnaast is stoppen met criminaliteit ook een sociale breuk. Jongeren moeten opeens afscheid nemen van de jongens met wie ze op straat omgingen. “Als ze daarmee willen stoppen, moeten ze ook de weg terugvinden naar vrienden en familie die níet tot dat criminele circuit behoren. Stoppen is erg lastig als je vriendenkring en leefomgeving hetzelfde blijven.” De hoogleraar ziet het dan ook wel gebeuren dat die jongeren vragen of ze ergens anders kunnen wonen, weg van hun buurt en de jongens die steeds voor de deur staan.
Een deur die openblijft
Uit de criminaliteit stappen is voor jongeren dus allesbehalve eenvoudig. Ze verliezen hun netwerk, hebben vaak geen opleiding om op terug te vallen en moeten leren luisteren naar mensen die ze liever mijden. Toch is het volgens Weijers mogelijk. “Zolang er mensen zijn die hen blijven zien: ouders, familie, een broer of zus, of een professional die met hen een vertrouwensband opbouwt.” En wie die taak ook op zich neemt, de boodschap blijft volgens Weijers hetzelfde: “Blijf er voor ze en voorkom dat het contact verbroken wordt.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2024%2F11%2FSabine-van-der-Spoel.jpg)