Leider, helper, meeloper


Waar zit jouw kind op de apenrots?

'Het begon in groep 4,’ vertelt Myron Prins, vader van Zora (10). ‘Wij ouders merkten dat die groep niet functioneerde. Onze dochter en haar klasgenoten waren onrustig en huilerig. Ze kwamen thuis met allerlei kwaaltjes zoals buikpijn. Wat bleek? Een aantal brutale, stoere jongens maakten het leven van de anderen zuur. Er werd geruzied en gepest. Niemand voelde zich veilig. Zora probeerde zich aan het pestproces te onttrekken maar wilde ook opkomen voor de slachtoffers. Het bracht haar in een lastig parket. Wij maakten ons grote zorgen.’

Heel wat ouders zullen die starre hiërarchie van een klas herkennen. Het doet denken aan de mores van een apenrots: bovenaan zitten een of meerdere leiders die bepalen wat er gebeurt, daaronder zitten hun assistenten, gevolgd door de meelopers en daar weer onder de rest. Hoe komt het toch dat bijna iedere groep kinderen zich op deze wijze vormt?

Streven naar macht

‘De meeste kinderen willen graag deel uitmaken van een groep,’ zegt dr. Liesbeth Aleva, docent en onderzoeker in de ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Utrecht. ‘Ze streven daarin bovendien naar de hoogste positie. Die plek garandeert namelijk populariteit, de hoofdrol in de schoolmusical, uitnodigingen voor feestjes of aandacht van de leerkracht. Het streven naar privileges betekent streven naar macht. Dat levert competitie op.’

Aleva en haar collega dr. Frits Goossens, ?ontwikkelingspsycholoog en orthopedagoog aan de VU, maken deel uit van een onderzoeksgroep die inzicht probeert te krijgen in dader- en slachtoffergedrag in groepsprocessen. Ze volgen sinds 2006 1200 kinderen vanaf groep 6 tot en met de tweede klas van de middelbare school. De posities in een groep die Aleva en Goossens onderscheiden en aanduiden met de termen dader, daderassistent, aanmoediger, buitenstaander, verdediger, slachtoffer en overigen, kunnen volgens hen goed vergeleken worden met de zeven posities op de apenrots (zie kader).

Goossens: ‘In de natuur zie je die competitie en hiërarchie voortdurend. Ieder dier kent zijn plaats in de groep en accepteert de leider. Dat is noodzakelijk voor het voortbestaan. Mensen hebben inmiddels allerlei wetten, regels, normen en waarden die de apenrots overbodig maken, zou je denken. Maar kennelijk loopt onze evolutionaire programmering achter op onze maatschappelijke ontwikkelingen. Apenrotsgedrag heeft zo beschouwd geen functie meer, maar het zit er gewoon nog in.’

Dat het meestal de jongetjes zijn die het grootste ‘alfa-aap’-gedrag vertonen, kan ook volgens de evolutionaire psychologie verklaard worden, aldus Aleva.

‘Mannen die risico’s durfden te nemen en competitie aangingen, hadden de grootste kans op voortplanting. Vrouwen moeten meer tijd investeren in de nakomelingen en zijn daarom selectief in het kiezen van een partner. Meiden houden er onderling ook apenrotstactieken op na, maar anders dan jongens. Subtieler. Zij maken bondjes en sluiten andere meisjes buiten, bijvoorbeeld door roddels te verspreiden.’

Zora’s vader vermoedt dat de klas van zijn dochter een disfunctionerende apenrots werd met het aantreden van een onervaren leerkracht die geen overwicht had. ‘De juf of meester moet toch de ultieme alfa-aap zijn van zo’n groep.’

Alfa-aap bepaalt de sfeer

Daar denkt niet iedereen zo over. ‘Het is een illusie dat je als ouder of leerkracht om de alfa-apen heen kunt opereren. Zij geven namelijk nooit zomaar hun privileges uit handen,’ zegt dr. Frits Goossens.

Leerkracht Rob Aspers kan erover meepraten. Hij staat voor groep 8 op de openbare Sjtadssjool in Sittard. ‘Een tijdje terug had ik een groep waarin het al jaren scheef zat. De kern van het probleem lag bij vier verbaal even sterke jongens die voortdurend bang waren hun status te verliezen. Het gekke was dat het stuk voor stuk goeie en bijzondere kinderen waren. Op de één of andere manier zaten ze echter vast in een verkeerde groepsdynamiek.

De sfeer was explosief. Vroeg iemand om een schaar, dan werd dat beantwoord met een agressief “Pak ‘m zelf” of “Houd je bek!” Of iemand stootte per ongeluk een ander aan, die stoof dan op en de boel escaleerde in no time. De rest bemoeide zich ermee, de klas was geregeld in twee kampen verdeeld. Iedereen voelde zich bedreigd. Er werd overleefd in plaats van geleefd.

Twee van de jongens met de grootste monden verkeerden veel op straat, waar ze geleerd hadden zich staande te houden met machogedrag. In de klas konden ze die knop niet omdraaien. Misschien was dat de oorzaak.’

Nu een alfa-aap, straks een leider?

Zijn alfa-apen altijd pesters? En worden dat de leiders van de toekomst? Machogedrag mag dan het eerste zijn waar je aan denkt bij een alfa-aap – je ziet de gorillaleider al met ontblote tanden roffelend op zijn borstkas rondparaderen – uit het onderzoek van Aleva en Goossens blijkt dat er ook aardige, geliefde alfa-apen op de top van de rots kunnen staan. Juist deze kinderen schoppen het later tot geslaagde managers, omdat ze er hoogontwikkelde sociale vaardigheden op na houden, gecombineerd met enkele agressieve trekjes zoals dominant of manipulatief gedrag. Goossens: ‘Die mix van sociaal en dominant gedrag zie je terug bij succesvolle managers. Het zijn aardige, slimme onderhandelaars – als jij dit voor mij doet, doe ik dat voor jou, is hun credo (en uiteraard halen ze daar zelf het meeste voordeel uit). Kinderen die uitsluitend aardig optreden naar anderen, zullen het nooit tot alfa-aap schoppen. Agressieve alfa-apen, die anderen chanteren, bedreigen, bestelen of pijn doen, komen hoog op de apenrots, doordat ze angst en vrees kweken. We nemen aan dat deze alfa-apen later nogal eens in het criminele circuit belanden.’

Sociale vaardigheidstraining

Meester Rob Aspers kreeg geen grip op zijn klas. En ook Zora’s vader zag met lede ogen aan hoe de apenrots meeverhuisde van groep 4 naar groep 5.

Het proces bleek uiteindelijk toch omkeerbaar. Beiden schakelden een trainingsinstituut in. Myron Prins: ‘Op aanraden van de ouders kreeg de klas een sociale vaardigheidstraining, genaamd Ziezo. Vier maanden lang kwam er eens per week iemand met de kinderen werken. Sindsdien is de klas ontzettend positief veranderd. Ik merk dat mijn dochter zich veel prettiger voelt, dat ze nu zichzelf kan zijn.’

Rob Aspers kreeg bezoek van psychodramaturge Hanneke Cleuters. De sociale vaardigheidstrainingen die zij geeft, KidsTraining genaamd, zijn gebaseerd op de ‘Stad van Axenmethode’. Deze methode gaat ervanuit dat kinderen een of meerdere posities innemen, gebaseerd op tien archetypische dierenrollen, zoals die van de volgzame kameel of de leidinggevende leeuw. Door middel van rollenspel laat Cleuters de kinderen oefenen met elkaars positie. Een pester speelt een slachtoffer en andersom. Rob Aspers: ‘De kinderen ontdekten zo welke gevoelens hun gedrag bij anderen veroorzaakte. Daar hadden ze nooit bij stilgestaan.’ Bovendien leerde Hanneke Cleuters hen dat je kunt kiezen voor een andere rol. Een slachtofferaap kan bijvoorbeeld een verdedigaap worden. ‘Na een paar maanden ontstond er saamhorigheid in de klas,’ vertelt Rob Aspers. ‘Ze ondernamen na schooltijd samen dingen; gingen zwemmen of naar de bios. En uiteindelijk organiseerden ze zelfs bij een van de kinderen thuis een eindfeest.’

Nieuwe posities in de puberteit

Maar ook zonder tussenkomst van een training zijn apenrotsposities veranderlijk.

Dr. Frits Goossens: ‘Uit de eerste resultaten van ons onderzoek blijkt dat wanneer kinderen van school wisselen, hun posities meestal ook veranderen. Op de basisschool zitten ze vaak jaren bij elkaar in de groep en verandert er weinig. In het voortgezet onderwijs kunnen voormalige alfa-apen echter plotseling onderaan de rots belanden, omdat er in de nieuwe klas slimmere alfa-apen zitten met betere strategieën. Ze moeten opnieuw de competitie aan. Wat voordeel gaf in de oude groep, hoeft dat nog niet te bieden in hun nieuwe omgeving. Ook kunnen de voorwaarden voor populariteit verschillen. Op de ene school is rijkdom van je ouders doorslaggevend, op de andere is humor, intelligentie, uitblinken in sport of een mooi uiterlijk belangrijker.’

Sowieso verandert het apenrotsproces op de middelbare school. Liesbeth Aleva: ‘Dan ontstaan er tijdelijk extra heftige apenrotsprocessen, als gevolg van de lichamelijke rijping in de puberteit. Meiden ontwikkelen vrouwelijke vormen, jongens schieten de hoogte in en worden sterker. De wederzijdse aantrekkingskracht groeit en dat leidt tot nieuwe doelen op de rots: in het gevlei komen bij de andere sekse, met nieuwe competitie tot gevolg. Pesten wordt bijvoorbeeld ineens weer heftiger. Vanaf een jaar of 15 zakt dat weer af. Dan wordt er meestal niet meer zo gepest in de klas. Schoolwerk wordt belangrijker, kinderen worden volwassener. De hiërarchie ligt dan weer min of meer vast.’

Lesje sociale vaardigheden

De oud-alfa-apen uit de probleemgroep van leerkracht Rob Aspers zitten inmiddels allemaal op de middelbare school. ‘Ze komen me af en toe nog opzoeken. En hoewel ze op verschillende scholen zitten, hebben de meesten nog steeds contact met elkaar. Daar ben ik ongelooflijk trots op.’

Myron Prins: ‘Als ik nu wel eens met de kinderen praat over groep 4, kunnen ze daar nog heel goed over vertellen. Ze zijn niet trots op hun gedrag, maar zo was het nu eenmaal. Nu zien ze in wat er gebeurde en hebben ze hun gedrag aangepast. Eigenlijk zou iedere klas standaard zo’n training moeten krijgen, of er nu iets mis is of niet.’ l

De 7 posities op de apenrots

  1. De alfa-aap
    Alfa-apen zitten aan de top. Ze hebben goed inzicht in groepsprocessen en zetten die naar hun hand. Ze zijn dominant én sociaal intelligent. Ze werken doelgericht, hebben overal een mening over, kunnen delegeren, organiseren en goed verslag doen van zaken. Een theorie is dat geliefde alfa-apen uit sociaal emotioneel veilige gezinnen komen, met ouders die niet vaak ‘nee’ zeiden, waardoor deze kinderen – van nature vaak durfals – zich ongeremd hebben kunnen ontplooien en een reëel zelfbeeld en zelfvertrouwen ontwikkelden.
  2. De handlanger van de baas-aap
    Handlangers van de alfa-aap zitten iets onder de baas op de rots. Ze zijn net niet competent genoeg om de positie van alfa-aap te bemachtigen of hebben daar geen behoefte aan; ze hebben namelijk meestal wel bijna dezelfde privileges als de leider, maar hoeven niet de volle verantwoordelijkheid van het leiderschap te dragen. Ze onderhouden goede lijntjes met de baas, maar hebben ook volop contact met de andere apen – iets wat voor de alfa-aap niet altijd vanzelfsprekend is.
  3. De meeloop-aap
    Meeloop-apen doen de alfa-aap en zijn handlangers na. Als die pesten, pesten zij mee. Als de top aardig is, zijn zij het ook. Ze nemen nooit zelf het initiatief. Een theorie is dat het hen ontbreekt aan een goed zelfbeeld en bewustzijn van hun gedrag. Het zijn vaak onzekere kinderen die, wellicht door te veel ‘nee’s’ thuis, onderbroken zijn in hun spontaniteit en hebben afgeleerd te vertrouwen op hun gevoelens.
  4. De outsider-aap
    Outsider-apen staan buiten de groep. Ze missen de leuke, maar ook de nare groepsgebeurtenissen. Ze zijn niet betrokken bij pestprocessen maar voelen ook geen binding met de groep. Dit zijn vaak andersdenkende kinderen, die het gedrag van anderen niet begrijpen. Ze zijn bijvoorbeeld hoogbegaafd of hoogsensitief. Zij zijn net iets verder in hun ontwikkeling dan de rest. Ze begrijpen de groepscodes niet en kunnen die dus niet hanteren.
  5. De verdedig-aap
    Dit zijn aardige kinderen, geliefd en gewaardeerd door hun klasgenoten en vaker meisjes dan jongens. Bij pestgedrag lopen ze meestal weg en komen na afloop terug om het slachtoffer te troosten. Deze kinderen zorgen van nature voor anderen en zijn tactisch genoeg om zelf uit de wind te blijven.
  6. De slachtoffer-aap
    Er zijn 3 soorten slachtofferapen. Passieve slachtoffers zijn vaak prettige, zachtaardige, verlegen, teruggetrokken kinderen. Niemand heeft een hekel aan ze, maar het zijn makkelijke slachtoffers omdat ze niets terug doen. Reactieve agressieve slachtoffers reageren heftig (schreeuwen, slaan, huilen). Dat maakt ze interessant om nog meer te pesten. Daderslachtoffers pesten omdat ze zelf gepest worden.
  7. De rest van de apen
    Gemiddeld is de helft van een klas een ‘rest-aap’. Vaak geldt: hoe slechter de verhoudingen in een klas, hoe minder kinderen tot die rest behoren. Simpelweg omdat er meer groepsdynamiek heerst waarin velen betrokken worden. Rest-apen zitten sociaal emotioneel goed in hun vel. Ze weten welk gedrag goed is voor anderen en handelen daar naar. Ze pikken dingen snel op, hebben een eigen mening en kunnen anderen goed inschatten.

Meer weten?

  • De site van Hanneke Cleuters is www.pdia.nl
  • Meer info over de ‘Stad van Axen’-methode: www.kinderboekenweek.biz
  • In de boekenrubriek (pag. 67) vind je boeken over pesten, groepsprocessen en buitensluiting.

Met dank aan psychodramaturge Hanneke Cleuters

Reageer op artikel:
Leider, helper, meeloper
Sluiten