Vader brengt zijn zoon (18) in badjas naar het station, maar dan ziet hij wat er is
Voor het station stapt een man uit zijn auto. Hij heeft een badjas aan. Verder heeft niemand bij het station een badjas aan. De man heeft haast. Met grote stappen loopt hij naar de achterkant van de wagen en haalt er een rugzak uit.
Nu gaat ook de deur aan de passagierzijde open. Er stapt een jongen van een jaar of achttien uit. Zijn zoon. Hij loopt naar zijn vader en pakt de rugzak aan.
Nog niet zo lang daarvoor had diezelfde vader, met de rugzak al om zijn schouders, zijn zoon vanuit de tuin toegeroepen: “Als we nu gaan, redden we het nog!” Terwijl hij al richting de auto liep, voegde hij er met enige wanhoop aan toe: “Kom op nou!”
De trein is er nog niet en de jongen loopt rustig richting het perron. Zijn vader stapt in de auto, roept nog iets door het open raam en rijdt weg.
Op het perron zet de jongen de rugzak naast zich op de grond. Hij verdiept zich in zijn telefoon. Ondertussen is zijn vader alweer bijna thuis. Als hij straks aan de koffie zit, zal hij een poging wagen deze dag opnieuw te beginnen. Zijn vrouw zal hem vragen of iemand hem heeft gezien in zijn badjas.
Op het station rijdt de trein inmiddels binnen. Mensen stappen in en na een kort moment vertrekt de trein weer. De rust keert terug, je hoort alleen de vogels. Het perron is leeg, op één rugzak na.