Rouwexpert Jasmijn Kuijten: ‘Juist na de eerste maanden wordt het voor ouders extra zwaar’
Wanneer je partner overlijdt, staat je wereld stil. Maar als ouder gaat het leven van je kinderen gewoon door. De school begint, er moet eten op tafel en ondertussen probeer je zelf overeind te blijven. Gezins- en verliesbegeleider Jasmijn Kuijten vertelt aan J/M Ouders wat een rouwende ouder nodig heeft, waarom juist de maanden ná het overlijden zo zwaar kunnen zijn en hoe je als omgeving echt kunt helpen.
“Voor een ouder die plotseling zijn of haar partner verliest, wordt alles wat vanzelfsprekend was ineens zwaar en onwerkelijk. In die eerste periode heeft iemand vooral mensen nodig die dichtbij blijven. Niet om het verdriet op te lossen, maar om ernaast te staan. De ene dag wil je misschien praten, foto’s bekijken en herinneringen ophalen. De volgende dag wil je alleen maar slapen of afleiding. Dat kan zelfs binnen een uur veranderen. Rouw laat zich niet plannen.
Gezonde manier
Ik gebruik in mijn praktijk vaak de woorden binnenwereld en buitenwereld. In de binnenwereld is er ruimte voor het verlies: huilen, praten, muziek luisteren, herinneringen ophalen. De buitenwereld is het leven dat doorgaat, met je partner in je hart: werken, boodschappen doen, met vrienden afspreken, sporten, voor je kinderen zorgen. Hierbij hoort ook weer het voorzichtig kijken naar de toekomst.
Rouw vraagt om steeds heen en weer bewegen tussen die twee werelden. Kinderen doen dat vaak heel natuurlijk. Ze kunnen intens verdrietig zijn en vijf minuten later volledig opgaan in een spel. Dat is geen gebrek aan verdriet, maar juist een gezonde manier om ermee om te gaan. Het is juist belangrijk dat ouders heen en weer bewegen tussen beide werelden. Deze beweging is een gezonde manier van rouwen en zorgt dat het ‘zware’ vol te houden blijft. Van de omgeving vraagt dit flexibiliteit en meebewegen.
Wees concreet
Vragen of je ergens mee kunt helpen is goed bedoeld, maar legt de verantwoordelijkheid bij iemand die op dat moment nauwelijks ruimte heeft om te bedenken wat hij of zij nodig heeft. Vraag liever concreet: ‘Zal ik de kinderen morgen naar school brengen?’ Of: ‘Ik kook woensdag, wat eten jullie graag?’ Een concrete zin zoals ‘Wanneer moest je vandaag aan hem denken?’ helpt het gesprek op gang komen. Het is belangrijk dat de rouwende ouder de regie houdt.
Hulp moet niet voelen als overnemen. Kijk tijdens een bezoek ook gewoon om je heen. Misschien ligt de was er nog, moet er een afspraak worden gemaakt of is er vooral behoefte aan iemand die even blijft zitten. Steun hoeft bovendien niet altijd praktisch te zijn. Het is vaak fijn dat iemand simpelweg aanwezig is en dat je met respect omgaat met wensen van de rouwende ouder. Soms wil iemand écht alleen zijn en dan hoeft een familielid zich niet afgewezen te voelen. Ook als het antwoord niet verandert. Maar verwacht ook niet dat iemand in de eerste periode zelf om hulp vraagt. Blijf initiatief nemen, ook als het contact niet altijd wederkerig voelt.
Geen slechte ouder
Rouwen en opvoeden tegelijk is ontzettend zwaar. Zowel ouder als kind verliezen hun gevoel van veiligheid. Kinderen hebben duidelijkheid en nabijheid nodig, terwijl de ouder zelf uitgeput en verdrietig kan zijn. Daarom hoeft het in deze periode niet perfect. Een goed-genoeg-ouder is vaak al voldoende; iemand die (meestal) beschikbaar is en die nabijheid biedt. Samen eten, een wandeling maken, een spelletje doen of even op de bank zitten: het zijn kleine momenten die kinderen laten voelen dat ze er nog steeds toe doe.
Grenzen kunnen tijdelijk verschuiven. Misschien is er meer schermtijd of wordt er minder streng gereageerd op snoep of opruimen. Dat is niet per definitie slecht ouderschap. Soms heeft een ouder simpelweg niet de energie om alles vol te houden. Belangrijker is dat er voldoende warmte, duidelijkheid en herstelmomenten zijn. Als iets niet goed ging, kun je er later op terugkomen. Juist dat herstellen is waardevol voor kinderen. Voor de omgeving die regelmatig of op vaste momenten bijspringen, kan het fijn zijn om opvoedregels van het gezin te respecteren. Als deze langere tijd worden overschreden, is het voor de rouwende ouder lastig om weer terug te draaien.
En dan wordt het stil
De eerste maanden is er vaak veel aandacht. Mensen komen langs, sturen berichten en helpen met praktische zaken. Daarna gaat de wereld weer verder. Juist dan kan het voor een ouder extra zwaar worden. Verjaardagen, feestdagen en de sterfdag kunnen moeilijke momenten zijn. Maar ook een gewone dag, bijvoorbeeld na het horen van een liedje op de radio of het zien van het lievelingseten in de supermarkt, kan na het verlies ook ineens hard binnenkomen.
De naam van de overleden partner blijft belangrijk. Je hoeft niet bang te zijn om die naam te noemen of een herinnering op te halen. Soms is een simpel berichtje genoeg: ‘Ik moest vandaag aan hem denken.’ Of: ‘Ik weet dat volgende week haar verjaardag is. Hoe is dat voor jou?’ Dat soort kleine gebaren zeggen: ik ben je partner niet vergeten en ik ben jou ook niet vergeten.
Groot gemis
Wanneer je partner overlijdt, verlies je niet alleen degene van wie je houdt. Je verliest ook je klankbord. Degene aan wie je vraagt: wat zullen we met de kinderen doen? Of: vind jij dit ook een moeilijke situatie? Ineens ligt de verantwoordelijkheid voor het gezin bij één persoon. Dat maakt het rouwen en het zorgen extra zwaar, dat gemis maakt het gevoel van alleen staan sterker. De ouder mist iemand om mee te overleggen, om twijfels mee te delen en samen beslissingen te nemen over de opvoeding.
De omgeving kan daar iets in betekenen. Niet door te zeggen wat de ouder moet doen, maar door mee te denken. ‘Zullen we samen kijken hoe je die vakantie kunt organiseren?’ Of: ‘Zal ik zaterdagmiddag bij de kinderen zijn zodat jij even weg kunt?’ Het gaat uiteindelijk niet om het wegnemen van het verdriet. Dat kan niemand. Het gaat erom dat iemand het verdriet niet helemaal alleen hoeft te dragen.
Ook goedbedoelde woorden kunnen pijnlijk zijn. ‘Na een jaar wordt het beter’, ‘Je moet het een plekje geven’ of ‘Je moet sterk zijn voor de kinderen’ leggen een soort tijdlijn of verwachting op rouw. Rouw heeft geen einddatum. Je verweeft het verlies in je leven. De liefde blijft, en daarmee zal ook het gemis blijven. Je hoeft het verdriet dus niet weg te krijgen. Je leert ermee leven. En juist wanneer mensen niet proberen het verdriet te repareren, ontstaat er vaak weer ruimte voor andere emoties, voor humor, opluchting, plezier en nieuwe plannen.
Omgaan met verlies
Je hoeft kinderen niet tegen ieder verlies te beschermen. Juist kleine ervaringen kunnen helpen om later met grotere verliezen om te gaan. Een kapotte ballon hoeft niet altijd meteen vervangen te worden. Een verloren spelletje mag even balen zijn. En wanneer een huisdier doodgaat, hoeft het gesprek niet meteen te worden vermeden door meteen een nieuw huisdier te kiezen.
Je kunt samen kijken naar een dood vogeltje in de natuur en vragen: wat zie je? Wat is het verschil tussen leven en dood? Zullen we het begraven? Kinderen stellen vaak heel praktische vragen. Door daar rustig bij stil te staan, leren ze dat verdriet en verlies onderdeel zijn van het leven. Je geeft ze daarmee iets belangrijks mee: dat moeilijke gevoelens er mogen zijn, wie/wat hen helpt als ze zich rot voelen en dat er na een periode van (intens) verdriet ook weer ruimte kan komen voor iets anders.“
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F08%2FIMG_9020-rotated-e1787737392479.jpg)