Claudia Vingerhoets
Claudia Vingerhoets Gezondheid vandaag
Leestijd: 5 minuten

Psycholoog Claudia Vingerhoets: deze signalen van trauma bij kinderen met 22q11 worden vaak gemist

Boosheid, slecht slapen of plotselinge angst voor de dokter: bij kinderen met 22q11 kunnen zulke veranderingen wijzen op trauma na een medische ervaring. Psycholoog en universitair docent aan Maastricht University Claudia Vingerhoets legt in haar column uit waarom niet altijd als traumaklachten worden herkend.

Kinderen met het 22q11 syndroom kunnen al vroeg in hun leven ingrijpende medische dingen meemaken. Hun aandoening kan leiden tot ziekenhuisopnames, onderzoeken, operaties of andere behandelingen. Voor een jong kind kan dat heel spannend zijn: vreemde mensen, witte jassen, apparaten, pijn, lichamelijk onderzoek en een omgeving die het kind niet begrijpt. Sommige kinderen krijgen hierdoor later te maken met traumaklachten.

Wat is medisch trauma bij een kind met 22q11?

Bij het woord trauma denken we vaak aan een heel ernstige gebeurtenis, zoals een ongeluk of het meemaken van een levensbedreigende situatie. Maar een traumatische ervaring gaat niet alleen over wat er precies is gebeurd. Het gaat ook over hoe iemand de gebeurtenis heeft ervaren en wat die ervaring daarna nog met iemand doet. Het kan ervoor zorgen dat iemand zich langere tijd onveilig voelt. Het lichaam en de hersenen blijven als het ware alert op gevaar, ook wanneer het gevaar al voorbij is.

Deze signalen kunnen wijzen op trauma bij een kind

Als ouder zie je veranderingen die anderen minder snel opmerken. Misschien merk je dat je kind na een medische ingreep of opname anders reageert. Het wordt bijvoorbeeld veel alerter, slaapt slechter of wil ineens niet meer naar de dokter. Andere signalen kunnen zijn:

  • Snel schrikken;
  • Angst voor artsen, ziekenhuizen of bepaalde behandelingen;
  • Het vermijden van situaties die aan een nare ervaring doen denken;
  • Nachtmerries of problemen met slapen;
  • Terugval in functioneren of vaardigheden;
  • Somberheid of zich terugtrekken;
  • Boosheid of agitatie;
  • Meer moeite hebben met prikkels;
  • Lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn of buikpijn.

Geen van deze signalen betekent automatisch dat er sprake is van trauma. Maar wanneer veranderingen ontstaan na een ingrijpende (medische) gebeurtenis, is het goed om de mogelijkheid mee te nemen.

Uit onderzoek bij volwassenen met 22q11.2-deletiesyndroom weten we inmiddels dat traumatische gebeurtenissen bij deze mensen vaker voorkomen dan eerder werd gedacht. In een Nederlands onderzoek onder 112 volwassenen had 20,5 procent een traumatische gebeurtenis meegemaakt. Onze ervaring in de kliniek wijst er echter opdat ert nog een onderschatting is. Waarschijnlijk worden traumaklachten bij kinderen met 22q11 regelmatig gemist.

Waarom traumaklachten bij kinderen met 22q11 gemist kunnen worden

Signalen bij kinderen kunnen bijvoorbeeld anders geïnterpreteerd worden. Een kind dat boos en prikkelbaar reageert, kan bijvoorbeeld worden gezien als ‘een kind met moeilijk gedrag’. Een kind dat zich terugtrekt, kan als onzeker worden beschouwd. En lichamelijke klachten kunnen worden gekoppeld aan een bestaande lichamelijke aandoening.

Daar komt bij dat kinderen met 22q11 vaak moeite hebben met het begrijpen en verwerken van informatie. Zij kunnen sociaal-emotioneel jonger functioneren dan hun kalenderleeftijd, waardoor zij hun eigen gevoelens niet goed begrijpen en niet kunnen uitleggen. Voor hen kan het moeilijker zijn om te begrijpen waarom een behandeling nodig is en wat er precies gaat gebeuren.

Kan EMDR helpen bij trauma na medische behandelingen?

Gelukkig wel. Een van de behandelingen die wordt gebruikt bijtraumagerelateerdee klachten is EMDR. Deze afkorting staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Bij EMDR wordt iemand gevraagd om terug te denken aan een nare gebeurtenis, terwijl de therapeut tegelijkertijd bijvoorbeeld oogbewegingen, geluiden of andere afwisselende prikkels gebruikt. Het doel is niet om de gebeurtenis uit te wissen. De herinnering blijft bestaan, maar de emotionele lading kan verminderen. Een herinnering die eerst veel angst, verdriet of spanning opriep, kan daardoor steeds minder heftig worden.
 
Niet iedereen kan op dezelfde manier over een gebeurtenis vertellen of er een duidelijk beeld van oproepen. Daarom is het bij mensen met 22q11 altijd belangrijk dat de behandeling begrijpelijk en passend gemaakt wordt voor het niveau en de mogelijkheden van de persoon.

Preverbaal trauma: wat als de medische ingreep vóór de eerste herinneringen plaatsvond?

Bij kinderen met 22q11 gaat het regelmatig om medisch trauma dat al op zeer jonge leeftijd heeft plaatsgevonden. Nog voordat een kind kan praten. Dat noemen we preverbaal trauma. Ondanks dat iemand zich degebeurtenis zichs misschien niet bewust herinnert, kan er toch sprake zijn van traumaklachten. Samen met een ouder of andere vertrouwde persoon wordt dan een verhaal gemaakt over wat er is gebeurd. Op deze manier kunnen de traumaklachten dan toch behandeld worden.

Wat kunnen ouders van een kind met 22q11 doen bij traumaklachten?

Het belangrijkste is misschien wel: neem veranderingen in je kind serieus. Je hoeft niet zelf vast te stellen of er sprake is van trauma. Maar als je merkt dat je kind na een ingrijpende medische ervaring anders reageert, kun je dit wel bespreken met een arts, psycholoog, orthopedagoog of andere behandelaar. Vertel daarbij niet alleen welke klachten je ziet, maar ook wanneer ze zijn begonnen en wat eraan voorafging.
 
Wil je meer informatie of herken je signalen bij jouw kind? Op platforms zoals Steun Stichting 22q11 vind je betrouwbare informatie en kun je ervaringen van andere ouders lezen.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Claudia Vingerhoets
Geschreven door Claudia Vingerhoets

Claudia Vingerhoets is assistant professor bij de Universiteit Maastricht en Gedragswetenschapper bij 's Heeren Loo en zij doet onderzoek naar mensen met het 22q11-deletiesyndroom.

Reacties