Twijfel over doubleren? ‘Bij beelddenkers lost een extra jaar vaak niets op’
Claudia Cantineau is specialist leerproblemen en begeleidt beelddenkers. In deze column beschrijft zij waarom volgens haar doubleren niet altijd het gewenste effect geeft. Let wel: het bewijs voor het concept beelddenken is mager. Beschouw Claudia’s column daarom als een opinie, die niet gefactcheckt is door deskundigen of wetenschappelijk onderbouwd is. In het onderwijs wordt de term veel gebruikt om te verklaren waarom sommige kinderen beter leren via schema’s, mindmaps of visuele hulpmiddelen.
“Misschien is doubleren beter.” Voor veel ouders komt dat schooladvies hard aan. Maar bij kinderen die anders leren, zoals beelddenkers, lost een extra jaar vaak weinig op en kan het probleem juist blijven bestaan.
En dan komt het advies: doubleren
Het klinkt logisch. Een extra jaar, meer tijd, meer oefening, meer rust. Maar is dat ook echt de oplossing? In mijn praktijk zie ik dit gesprek vaak terugkomen. Ouders die twijfelen, scholen die het voorzichtig adviseren, en kinderen die ondertussen vooral één ding voelen: ik loop achter.
Soms kan doubleren helpend zijn. Maar bij kinderen die anders leren, zoals beelddenkers, is het belangrijk om verder te kijken dan alleen tijd erbij. Want als de manier van leren niet verandert, verandert het resultaat vaak ook niet.
“Hij kan het wel, maar het komt er niet uit”
Dat is misschien wel één van de meest gehoorde zinnen in mijn praktijk. En dat klopt ook vaak. Deze kinderen zijn slim, creatief en zien verbanden die anderen soms missen. Maar op school komen ze niet goed tot hun recht.
Niet omdat ze niet willen leren. Maar omdat de manier waarop informatie wordt aangeboden niet aansluit bij hoe hun brein werkt.
Bij veel beelddenkers zie je dat automatiseren lastig is. Tafels stampen, spellingsregels onthouden of woordjes leren kost veel energie. Ze denken in beelden en totaalplaatjes, terwijl het onderwijs juist sterk leunt op taal, stap-voor-stap uitleg en herhaling. Daardoor ontstaat er een mismatch. Het kind lijkt achter te lopen, terwijl het eigenlijk een andere ingang nodig heeft.
Waarom scholen vaak snel aan doubleren denken
Ik begrijp heel goed waarom doubleren vaak als oplossing wordt gezien. Maar wat ik vaak zie, is dat een kind na het doubleren opnieuw precies dezelfde manier van les ervaart. De uitleg verandert niet, de aanpak blijft hetzelfde, en de oefenvormen ook.
Het kind blijft hard werken, blijft oefenen, maar het gevoel van “het lukt me niet” blijft bestaan. Kinderen gaan zichzelf vergelijken met klasgenootjes. Langzaam ontstaat er een ander verhaal in hun hoofd: “Waarom lukt het mij niet?” “Ben ik dom?”
Dat doet iets met hun zelfvertrouwen. Thuis zie je dat terug in strijd rond huiswerk, vermoeidheid of buikpijn rondom schooldagen. Niet omdat ze niet willen leren, maar omdat het steeds moeilijker voelt.
Beelddenkers leren anders dan het schoolsysteem vraagt
De vraag die dan belangrijk wordt, is niet alleen: heeft mijn kind meer tijd nodig? Maar ook: sluit de manier van leren wel aan bij mijn kind?
Bij beelddenkers werkt leren vaak beter wanneer het visueel en praktisch wordt gemaakt. Denk aan werken met kleuren en schema’s, beweging toevoegen aan het leren, spring de tafels, klei letters, reken met blokken. Het helpt ook om eerst het grote geheel te laten zien en pas daarna in te zoomen op de details.
Wanneer kinderen op die manier leren, zie je vaak iets veranderen. Het wordt overzichtelijker, begrijpelijker en minder zwaar. En ze ervaren weer dat ze kunnen leren. Dat is vaak het begin van meer vertrouwen.
Achter leerproblemen zit vaak iets anders
Doubleren is niet per definitie goed of fout. Soms is het echt passend. Maar wanneer een kind vooral vastloopt op hoe informatie binnenkomt, is de belangrijkste vraag niet: “moet mijn kind doubleren?” maar: “waar loopt mijn kind op vast?”
Achter een kind dat vastloopt zit vaak meer dan leerstof die niet blijft hangen. Soms is het onzekerheid, soms frustratie, soms een kind dat allang denkt dat het het niet kan. Want een kind dat anders leert, is niet minder slim. Het heeft alleen een andere ingang nodig om tot leren te komen.”
NB Redactie: Zie onderstaande video waarom het concept beelddenkers niet wetenschappelijk onderbouwd is: