94.000 kinderen aan ADHD-medicatie: wat ik als schooldirecteur jarenlang zag gebeuren
Tijdens een klassenobservatie zag Antoinette Smit drie leerlingen ADHD-medicatie krijgen van hun leerkracht. Vijftien jaar later gebruiken 94.000 kinderen deze middelen, terwijl de discussie over overdiagnostiek opnieuw oplaait.
Waar eindigt het systeem dat alles in de mal wil passen, en begint het kijken naar het kind achter het gedrag? In mijn eerste jaar als directeur zag ik het tijdens een klassenobservatie. In die klas kregen drie leerlingen ADHD-medicatie door de leerkracht aangereikt. Ik was en ben nog steeds geen voorstander van pillen, maar ik deed destijds niets.
Hoe ADHD-medicatie mijn partner “zichzelf liet verliezen”
In de tijd dat ik net begonnen was in het onderwijs, experimenteerde mijn partner op doktersvoorschrift met Ritalin en andere ADHD-medicatie. Hij zocht vooral naar rust in zijn hoofd. Na het invullen van een vragenlijst stelde de huisarts vast dat hij mogelijk ADHD had en schreef hem medicatie voor.
Elke keer dat hij stopte met de pillen, hield hij dat voor zich. Toch merkte ik het meteen. Hij werd weer onrustig, en niet alleen in zijn hoofd. Tijdens de periode dat hij de medicatie tot zich nam, was hij stiller en ook rustiger. Maar blij werd hij er niet van. Hij omschreef het alsof hij zichzelf verloor. Hij voelde zich net een zombie. Na diverse pogingen besloot hij het anders aan te pakken. Accepteren wie hij was en wat hij nodig had, bleek voor hem de uitkomst. Zijn verhaal bleef bij mij.
De kinderen die ADHD-medicatie krijgen, tonen nu misschien wel het gewenste gedrag en betere leeropbrengsten. Maar wat betekent het gebruik van deze medicatie voor het kind zelf? Wat ervaart een kind? Ik heb geen idee of dat besproken wordt door de arts met het kind en zijn ouders. Ik vraag me af in hoeverre een kind op die leeftijd kan voelen en verwoorden wat de pillen werkelijk met hem doen. Zij zien en horen ook dat de resultaten op school verbeteren, dat de leerkracht tevreden is. Ze willen het goed doen en zijn loyaal aan hun ouders en hun leerkrachten. Dat maakt het naar mijn idee behoorlijk ingewikkeld.
Waarom drie leerlingen tegelijk ADHD-medicatie kregen in de klas
Terug naar die ochtend in mijn eerste jaar als directeur. Ik keek mee met een les en opeens ging de telefoon van de leerkracht af, een trillend alarm. De klas was zo stil dat ik het duidelijk hoorde. Binnen een oogwenk stonden er drie leerlingen bij haar bureau.
Na afloop vertelde de leerkracht dat deze drie leerlingen ADHD-medicatie van haar kregen. Ze had bij alle drie sinds het gebruik aanzienlijke verbeteringen gezien, zowel in schoolresultaten als in hun gedrag. De kinderen waren rustiger en werkten geconcentreerder. Wat me toen vooral verbaasde, was dat de leerkracht het volstrekt normaal vond.
Waarom scholen gedrag vaak sneller medicaliseren dan begrijpen
Wat mij destijds opviel, was hoe snel er in onze school naar het gedrag van de leerling werd gekeken als een probleem, in plaats van als een signaal. Gedrag is in mijn ogen vrijwel altijd een reactie op iets. In dit geval duidde het dat wat de school biedt niet aansluit bij wat een leerling werkelijk nodig heeft.
Maar in plaats van te onderzoeken hoe we beter konden afstemmen, werden ouders en leerling doorverwezen naar een praktijk gespecialiseerd in ADHD. Ik vroeg mijn intern begeleider waarom ze dat deed. De kans dat zij iemand diagnosticeren is groot, het is immers waarvoor je komt. En ja, dat bevestigde mijn ib’er ook, het werd tot nu toe altijd vastgesteld. Ik moet toegeven, naast vragen stellen, deed ik er verder niets mee.
Een lezing van neuropsycholoog Jelle Jolles over de risico’s van overdiagnostiek gaf me in die periode nieuwe taal. Zijn boodschap dat een rijke leeromgeving het verschil maakt, sterkte me in mijn overtuiging dat we als school anders moesten kijken. Maar ik voelde me alleen staan.
Hoe wij het onderwijs aanpasten in plaats van het kind
Ik richtte me op schoolontwikkeling. Ik werkte aan het verstevigen van het vakmanschap van leerkrachten. Waar voorheen de methode alles bepaalde, verschoof het accent naar het didactisch handelen. Daarna volgden we met het hele team het traject Pedagogische Tact van het NIVOZ. De stem van de leerling ging er steeds meer toe doen.
Leerkrachten experimenteerden met hun onderwijs en stemden meer af op de leerlingen in plaats van klakkeloos te volgen wat de methode dicteerde. Het was prachtig om te zien hoe een aantal leerkrachten opnieuw bezieling kregen voor hun vak. Maar de doorverwijzingen gingen door. Daar kreeg ik geen grip op.
94.000 kinderen gebruiken ADHD-medicatie: de druk op huisartsen groeit
Het is inmiddels 15 jaar geleden maar nog steeds actueel. In 2025 gebruikten 94.000 kinderen ADHD-medicatie1. Dat zijn 43 op elke duizend kinderen. Het totale aantal gebruikers, inclusief volwassenen, steeg naar 360.000, een stijging van 38 procent sinds 2021. Negen van de tien huisartsen ervaren druk van ouders en scholen om een diagnose te stellen2.
Meer dan een derde gaf toe soms mee te gaan in die druk, ook als ze twijfelen. In 2016 werden er in de Tweede Kamer al vragen over gesteld3. Deze vragen leidden niet tot verandering. In 2024 werden de vragen opnieuw gesteld4. Het antwoord van de minister was duidelijk, scholen mogen geen medisch advies geven. Maar de praktijk is weerbarstig.
Wat er veranderde toen we niet het kind, maar de klas centraal zetten
Op een andere school, waar ik tot vier jaar geleden directeur was, maakte ik mee dat het echt anders kan. Daar zaten ook kinderen met ADHD-diagnose, ook daar werd aan leerlingen onder schooltijd medicatie uitgereikt. Maar wij speelden geen rol in het proces van het aanvragen of bevorderen van een diagnose of medicatieverstrekking.
Samen met een gedragsspecialist en de intern begeleider ondersteunden we de leerkrachten in de klas. Onze zorgvragen draaiden om wat wij konden doen om beter aan te sluiten, niet om wat het kind mankeerde. Afwijkend gedrag was voor ons geen probleem dat opgelost moest worden, maar een vraag om verder te kijken naar wat er nodig is.
Voor sommige kinderen biedt medicatie rust en ruimte om tot leren te komen. Dat wil ik met mijn verhaal niet terzijde schuiven. Maar daar gaan wij als school niet over. Waar wij wel over gaan is de vraag wat wij zelf kunnen doen.
Antoinette Smit is zorgethicus, onderzoeker en voormalig schoolleider, die zich richt op de spanningsruimte tussen beleid en praktijk in het onderwijs.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F04%2FAntoinette.jpg)