Lisette Gerbrands
Lisette Gerbrands Persoonlijke verhalen vandaag, 
Leestijd: 6 minuten

Dorothée (moeder van Miles, 8) helpt een dakloze vrouw: ‘Waarom die man dan niet?’, vraagt haar zoon

Een boodschap doen voor een vrouw die op straat leeft. Voor Dorothée Loorbach (leeftijd) was het een klein gebaar, maar voor haar achtjarige zoon Miles het begin van een boel vragen. Waarom heeft deze vrouw geen huis? Waarom mag zij zelf kiezen wat ze koopt? En waarom help je de ene persoon wel en de andere niet? Het werd een onverwacht gesprek over armoede, vooroordelen en menselijkheid. “Ik hoop dat hij leert dat je je intuïtie kunt vertrouwen, maar vooral dat je mensen blijft zien.“

“’Waarom doe je dit?’ vroeg mijn zoon Miles meteen toen hij zag dat ik een vrouw die op straat leefde meenam naar de supermarkt om boodschappen voor haar te doen. Een simpele vraag, maar er zat een wereld achter. Waarom help je iemand? Wie bepaalt wat iemand nodig heeft? En waarom doe je dat bij de ene persoon wel en bij de andere niet? Ik vind het belangrijk dat we het overal over kunnen hebben. Dat Miles alles mag vragen en dat ik hem meeneem in mijn beweegredenen, zonder hem mijn waarheid of meningen op te leggen. Als hij niets had gevraagd, had ik er misschien niet eens iets over gezegd. Hooguit: ‘Deze mevrouw loopt even mee om iets te eten uit te zoeken’. Maar hij vroeg het wél. En dus gingen we praten.

‘Waarom help je haar wel en die man niet?’ Dorothée over dakloosheid, empathie en de vragen van haar zoon
Eigen beeld

Wat denk jij dat iemand nodig heeft?

Tijdens het boodschappen doen trok Miles allerlei conclusies. Als de vrouw zonnebloemolie kocht, moest ze vast ook een keuken hebben. En misschien dus ook een huis. Het was interessant om te merken welk beeld hij van armoede en dakloosheid had. Eigenlijk hetzelfde beeld dat ik zelf vroeger had, voordat ik gesprekken voerde met mensen die dakloos waren geweest en me voor mijn eerste boek verdiepte in verborgen armoede.

Kinderen hoeven niet meteen alle antwoorden te krijgen. Ik probeer vooral aan te sluiten bij hun belevingswereld en nieuwsgierigheid. Dat doe ik ook in mijn werk als docent Maatschappijleer. Ik stel vragen als: ‘Wat denk jij?’, ‘Wat zou jij doen als je in die situatie zat?’ of ‘Wat zou een oplossing kunnen zijn?’ Zo geef je kinderen niet alleen informatie, maar nodig je ze uit om zelf na te denken. Ik wil hun nieuwsgierigheid stimuleren, niet hun conclusies voor ze invullen.

Helpen is niet hetzelfde als bepalen

Een van de vragen die Miles stelde, was waarom ik deze vrouw wel hielp en een man die eerder om geld had gevraagd niet. Ik vond dat een heel goede vraag en heb zo eerlijk en onbevooroordeeld mogelijk geantwoord. Ik heb geen algemeen antwoord op wanneer je iemand wel of niet helpt, ik wil Miles graag meegeven dat je je intuïtie kunt leren vertrouwen. En dat je bij sommige mensen en situaties voorzichtiger moet zijn dan bij andere.

Er is nog iets wat ik hem hoop mee te geven: als je besluit iemand te helpen, betekent dat niet dat je vervolgens ook bepaalt wat diegene met jouw hulp moet doen. Dat inzicht kreeg ik zelf jaren geleden. Toen ik 23 was, woonde ik in Londen. Onder bijna elke geldautomaat lagen jonge dakloze mensen die om geld vroegen. Aan de overkant van de geldautomaat waar ik vaak pinde, zat een Burger King. Ik bood daarom regelmatig aan om een maaltijd voor iemand te kopen. De meesten weigerden. Jaren later interviewde ik een man die vijftien jaar dakloos was geweest. Hij vertelde dat hij trots was dat hij pas na vijf jaar op straat drugs was gaan gebruiken. Veel dakloze mensen gebruiken middelen omdat die hun lichaam warm houden in de kou. Op dat moment besefte ik: het is aan mij of ik iets geef of niet. Wat de ander daarmee doet om te overleven, is niet aan mij.

Dat herinnerde ik me ook in de supermarkt met deze vrouw. Ik merkte dat ik aanvankelijk zelf al ideeën had over wat ze nodig zou hebben. Maar waarom zou ik dat voor haar bepalen? Door haar zelf te laten kiezen, hoopte ik haar misschien een klein beetje autonomie te geven of te laten behouden. Juist als je in een situatie zit waarin je veel controle over je eigen leven bent kwijtgeraakt, kan zelf iets mogen kiezen belangrijk zijn.

Mensen zien begint met oogcontact

Ik vertelde Miles ook dat misschien wel het ergste aan op straat leven is dat niemand je ziet. Ik denk dat kinderen leren om mensen die arm of dakloos zijn met respect te behandelen vooral begint bij het voorbeeld dat je zelf geeft. Maak oogcontact, groet iemand terug en ehandel iemand niet alsof die onzichtbaar is. Mijn beide kinderen stelden al rond hun derde vragen over mensen die bedelen, straatkranten verkopen of op straat slapen. Ik ben daar altijd op ingegaan en nam hun vragen serieus en doe dat nog steeds. Soms zeg ik: ‘Zullen we thuis even opzoeken waarom dat zo is?’ Dan gaan we samen onderzoeken, googelen en hardop nadenken. Je hoeft als ouder niet overal een pasklaar antwoord op te hebben. Je mag ook samen iets uitzoeken.

Ook gewoon willen voetballen

Op de fiets naar huis kwam er bij Miles van alles los. Hij toonde veel empathie, bijvoorbeeld toen we het hadden over het feit dat vrouwen op straat veel meer gevaar lopen dan mannen. Ook was hij onder de indruk dat de vrouw iets had uitgekozen waar ze lang of met meerdere mensen van kon eten. Ze sprak geen Nederlands. Ik vertelde dat ze waarschijnlijk had moeten vluchten uit haar eigen land. We praatten over waarom het leven in een asielzoekerscentrum niet makkelijk is. Ik vertelde ook over de kinderen op de ISK-school waar ik een tijdje kunstdocent was geweest. Over dat soort onderwerpen hadden we eerder gesproken en Miles was daar altijd geïnteresseerd en compassievol in.

Maar laten we niet vergeten dat hij ook gewoon acht is. Hij had zich al een hele tijd verheugd op voetballen met zijn vriendjes en moest ineens nog mee naar een supermarkt. Dat duurde ook nog eens langer dan verwacht. Op dat moment dacht hij waarschijnlijk vooral: wie is deze vrouw en waarom duurt dit allemaal zo lang? Achteraf vond hij het helemaal niet erg. Misschien is dat ook wel wat ik andere ouders wil meegeven. Je hoeft van ieder moment geen grote levensles te maken.

Niet wegkijken

Empathie ontstaat niet doordat je kinderen voortdurend vertelt hoe ze zich moeten gedragen. Het begint veel kleiner: door vragen serieus te nemen, samen te kijken naar de wereld en het goede voorbeeld te geven. En door ruimte te laten voor allebei. Voor een kind dat geraakt wordt door het verhaal van een ander én voor datzelfde kind dat gewoon heel graag wil voetballen. Want uiteindelijk hoop ik vooral dat Miles later niet automatisch wegkijkt als hij iemand op straat ziet. Dat hij nieuwsgierig blijft, vragen durft te stellen en begrijpt dat achter ieder mens een verhaal zit.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Lisette Gerbrands
Geschreven door Lisette Gerbrands

Als moeder van twee zoons van 7 en 3 jaar ziet Lisette (1985) dagelijks hoe groot de afstand kan zijn tussen theorie en praktijk. Die ervaring neemt ze mee in haar werk, waarin journalistieke nieuwsgierigheid en herkenbare verhalen samenkomen. Met haar achtergrond in Communicatie schrijft ze vanuit Den Bosch verhalen die laten zien dat er niet één juiste aanpak bestaat. Ze biedt ouders herkenning, nuance en perspectief in een fase van het leven waarin vragen vaak belangrijker zijn dan antwoorden.

Reacties