Geen roze wolk na traumatische bevalling: Phylicia moest haar eigen geboorte-ervaring nog verwerken
Phylicia Tjepkema is moeder van Senna (6 weken). Wat een mooie start van het ouderschap had moeten worden, veranderde tijdens haar bevalling in een medische noodsituatie. Haar zoon kreeg na de geboorte te maken met zuurstoftekort en moest direct naar de NICU. Inmiddels gaat het goed met Senna, maar de bevalling en de periode daarna hebben diepe indruk gemaakt op Phylicia, zo laat ze weten in een gesprek met J/M Ouders.
“Het is het mooiste wat me is overkomen, maar ook het meest rauwe”, vertelt ze. “En ik weet niet of ik dat alleen zo ervaar omdat de start zo heftig was, of omdat iedere moeder dit zo voelt. Het is gewoon niet niks als je leven ineens helemaal op zijn kop staat.”
Onverwachte thuisbevalling
Phylicia was ruim 41 weken zwanger toen haar bevalling begon. Eigenlijk zou ze worden ingeleid, maar haar lichaam besloot anders. Midden in de nacht begonnen de weeën. “Ik dacht eerst: dit is gewoon wat je moet voelen. Dit is mijn eerste bevalling, dus ik weet niet wat normaal is. Maar ik voelde wel meteen: dit zijn geen oefenweeën meer.”
De verloskundige adviseerde haar om te douchen en nog wat rust te proberen. Dat lukte niet. De weeën werden steeds heftiger en haar vriend zag dat ze in een andere fase terechtkwam. “Hij zei op een gegeven moment: volgens mij zit je echt in de actieve fase. We hadden een bevalcursus gedaan, dus hij herkende het. Ik keek mezelf aan in de spiegel en dacht: jeetje, ik lijk wel een wildebeest.”
Toen de verloskundige kwam, bleek Phylicia al drie centimeter ontsluiting te hebben. Niet veel later veranderde alles. “Binnen twee uur ging ik van drie naar tien centimeter. Ik snapte ineens waarom ik zo graag naar het ziekenhuis wilde. Ik wilde een ruggenprik en ik wilde weg. Maar het kon niet meer. We moesten thuis bevallen.” Dat was niet haar plan. Phylicia wilde juist in het ziekenhuis bevallen, omdat ze zich daar veiliger voelde.
Van bevalling naar spoedsituatie
Tijdens het persen leek alles eerst goed te gaan. Totdat de sfeer in de kamer veranderde. “De verloskundige luisterde steeds naar het hartje van de baby. Opeens veranderde haar energie. Ze zei tegen mij: wat je ook doet, je mag niet meer persen.” De hartslag van de baby bleek te laag. Er werd een ambulance gebeld. “Het hoofdje was al zichtbaar. Omdat ik op een hoog woon, moest ik met persdrang de trap af. Ik moest mijn bevalling tegenhouden tot we in het ziekenhuis waren.”
In de ambulance zat Phylicia nog steeds met haar bevalkam in haar hand. Een detail dat ze nooit meer vergeet. “Ik zie mezelf nog liggen. Ik had een veel te mooie jurk aan die mijn doula snel uit de kast had gepakt. Ik lag daar met mijn bevalkam en dacht: wat gebeurt hier allemaal?”
In het ziekenhuis stonden meerdere artsen klaar. Na een korte poging om alsnog natuurlijk te bevallen, werd Senna met een vacuümpomp gehaald. “Hij lag heel even op mijn borst. Echt één seconde. Hij zag er grijs uit en bewoog niet. Daarna werd hij meteen weggehaald, omdat hij hulp nodig had. Pas later drong tot me door hoe kritiek dat moment eigenlijk was.”
De eerste dagen op de NICU
Senna bleek zuurstoftekort rond de geboorte te hebben gehad. Hij werd opgenomen op de NICU en 72 uur gekoeld om eventuele schade te beperken. “Het eerste moment dat ik mijn baby echt zag, lag hij daar in een glazen couveuse. Met draadjes, infusen en een kapje op zijn hoofd. Ik kon hem alleen bij zijn handje of voetje aanraken.”
De scheiding van haar zoon maakte de eerste uren en dagen extra zwaar voor Phylicia. Terwijl Senna naar een ander ziekenhuis werd gebracht voor de zorg die hij nodig had, moest zij zelf achterblijven. Door complicaties na de bevalling, veroorzaakt door de placenta, moest Phylicia worden geopereerd. “Dat was zo’n moeilijk moment. Je bent net moeder geworden en het enige wat je wilt, is bij je kindje zijn. Maar mijn baby lag in een ander ziekenhuis en ik moest zelf geopereerd worden. We werden letterlijk van elkaar gescheiden. Toen ik uit narcose kwam dacht ik: waar is mijn baby? Waar is mijn vriend? Alles gebeurde zo snel.”
Na de operatie werd ze naar het Sophia Kinderziekenhuis gebracht, waar haar zoon lag. De eerste 72 uur waren ontzettend spannend. Artsen konden nog niet zeggen hoe hij eruit zou komen. “Ik weet niet hoe ik die dagen ben doorgekomen. Ik leefde op adrenaline. Ik heb volgens mij dagen mijn tanden niet gepoetst en mijn haar niet gekamd.”
Na de MRI kwam het verlossende nieuws: er waren geen afwijkingen te zien. “Je verwacht na zo’n verhaal bijna dat er iets mis moet zijn. Ik dacht: moeten we verhuizen naar een aangepast huis? Krijgen we een kindje met schade? Maar de arts zei: jullie hebben gewoon een gezond kind.”
Geen roze wolk
Hoewel Senna inmiddels goed groeit, moest Phylicia ook haar eigen ervaring verwerken. De eerste weken thuis waren anders dan ze zich had voorgesteld. “Als je een newborn mee naar huis neemt, is er eigenlijk geen ruimte voor jouw trauma. Je moet gewoon doorgaan. Je doet het met heel veel liefde, maar er zit nog wel iets vast.”
De kraamtijd waar ze vooraf van had gedroomd, kwam er niet. “Veel mensen hebben het over die eerste periode met een baby, over visite, beschuit met muisjes en samen genieten. Dat hebben wij helemaal niet gehad want we zijn tweeënhalve week van huis geweest.” Ook merkt ze dat ze zich nog niet helemaal zichzelf voelt. “Ik zit nog steeds in een soort overlevingsstand. Ik ben angstiger geworden en ik merk dat ik nog niet volop kan genieten zoals ik had verwacht.”
Bezoek ontvangen voelt daarom nog niet goed. “Ik heb nog steeds geen behoefte aan kraamvisite. De mensen die hier komen, komen omdat ze mij helpen. Ze helpen met Senna of in huis, zodat het allemaal wat makkelijker wordt. Maar mensen die op de bank komen zitten voor gezellig bezoek? Daar heb ik gewoon nog geen ruimte voor.”
Ook lichamelijke herinneringen kunnen haar terugbrengen naar die dag. “Als ik een ambulance hoor rijden, verstijf ik. Dan zit ik weer even terug in die situatie.” Om de bevalling te verwerken start Phylicia binnenkort met EMDR. “Ik ben gelukkig iemand die heel goed kan praten en heel open is. Dat helpt mij wel. Ik hoop dat ik met EMDR de scherpe randjes eraf kan halen.”
Voor de toekomst hoopt Phylicia vooral dat het lichter wordt. “Ik hoop dat als iemand mij vraagt hoe het gaat, ik echt kan zeggen: het gaat heel erg goed. Ik ben moe, maar het gaat heel erg goed.”
Onbetaalbaar
Ondanks alles kijkt Phylicia met vertrouwen naar de komende tijd. “Het gaat gelukkig heel goed met Senna en daar ben ik iedere dag dankbaar voor. Nu is het mijn beurt om te herstellen.” De liefde voor haar zoon heeft nooit ter discussie gestaan. “Het staat helemaal los van de liefde voor hem. Voor hem doe je het allemaal. En als hij lacht, smelt je meteen. Ik ben stapelgek op hem.”
Als ze terugkijkt op alles wat ze heeft meegemaakt, weet ze één ding zeker. “Als ik nu zou moeten kiezen of ik dit hele riedeltje opnieuw zou doen voor hem, dan zeg ik ja. Ondanks hoe heftig het was, zou ik het zo weer doen.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F06%2FSchermafbeelding-2026-06-15-170301.png)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F07%2FPhylicia-e1786386412122.jpeg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F07%2FPhylicia1.jpeg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F07%2FPhylicia2.jpeg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F07%2FPhylicia3.jpeg)