Lisette Gerbrands
Lisette Gerbrands Persoonlijke verhalen vandaag, 
Leestijd: 6 minuten

Ties (21) zat 4 keer in één week op het politiebureau: gezinsouder Gerrit bleef hem toch ophalen

Vier keer in één week moest Gerrit hem ophalen van het politiebureau. Ties de Ruiter (21) was ervan overtuigd dat ook hij hem op een dag zou opgeven. Maar Gerrit bleef. Die ene betrouwbare volwassene maakte een wereld van verschil. Nu werkt Ties zelf met jongeren en weet hij hoe belangrijk het is om verder te kijken dan gedrag. “Je hebt soms maar één persoon nodig die in je blijft geloven, ook als je zelf het tegendeel bewijst.”

Ties had het al zo vaak meegemaakt dat iemand de handdoek in de ring gooide. “Het ging in die tijd alle kanten op. Ik liep weg, zocht grenzen op en werkte nergens aan mee. Van buiten zag dat eruit als een jongen die niet wilde. Van binnen was ik vooral iemand die niemand vertrouwde.”

Van zijn tweede tot zijn vierde woonde Ties in pleeggezinnen. Vanaf zijn negende groeide hij op in de jeugdzorg. Hij leerde al vroeg dat relaties met volwassenen niet vanzelfsprekend blijvend waren. Als het moeilijk werd, was hij degene die moest verhuizen. Nieuwe plek, nieuwe regels en nieuwe gezichten.

‘Je hoeft het niet perfect te doen’: gezinsouder Gerrit bleef in Ties geloven, ook toen hij zichzelf had opgegeven
Eigen beeld

Alles zelf oplossen

“Op een gegeven moment stop je met hechten. Je denkt: waarom zou ik iemand vertrouwen die over een paar maanden toch weer weg is? Ik leerde dat ik alles zelf moest oplossen. Hulp vragen voelde als een risico. Als je niemand toelaat, kan ook niemand je laten vallen.”

Wat aan de buitenkant opstandig gedrag leek, was voor Ties ook een manier om zichzelf te beschermen. Hij hield mensen op afstand, voordat zij de kans kregen om hem teleur te stellen. En toen was er Gerrit. Toen Ties voor de vierde keer in één week op het politiebureau zat, gebeurde er iets wat niet paste bij zijn verwachtingen. Gerrit bleef hem ophalen. Hij werd niet boos op Ties als persoon, maar deed ook niet alsof er niets was gebeurd. “Ik weet nog dat hij zoiets zei als: ‘Ik had je allang vergeven. Maar ik wil dat je er zelf even goed over nadenkt.’”

Een spiegel voorhouden

Juist die reactie maakte indruk. Gerrit liet merken dat Ties verantwoordelijkheid moest nemen voor zijn gedrag, zonder hem als mens af te wijzen. “Hij hield me een spiegel voor, in plaats van een preek. Ik denk dat dat alleen werkte omdat de relatie er al was. Als een vreemde dat tegen me had gezegd, had ik waarschijnlijk mijn schouders opgehaald. Bij Gerrit kwam het binnen, omdat ik wist dat hij er de volgende keer ook weer zou staan.”

Het verschil zat niet in een ingewikkelde aanpak of de perfecte woorden. Het zat in de zekerheid dat de relatie niet meteen voorbij was als Ties iets verkeerd deed. “Je bent meer dan je slechtste moment”, zegt hij. “Als je vaak genoeg hoort dat je lastig bent, ga je dat zelf geloven. En dan gedraag je je er ook naar. Iemand die blijft, doorbreekt dat. Je denkt: misschien ben ik het toch waard.”

Drie mensen

Ook toen Ties later in de gesloten jeugdzorg zat, liet Gerrit hem niet los. In die periode kwamen er maar drie mensen bij hem op bezoek: zijn vader met zijn zusje en Gerrit. “Drie mensen. Dat klinkt weinig, maar het was genoeg om te blijven geloven dat er buiten die muren nog iemand op me wachtte. Mijn vader en moeder zijn altijd mijn vaste basis geweest. Met ups en downs, maar ze waren er.”

Wat hem vooral raakte, was dat Gerrit niet meer verplicht was om langs te komen. Ties woonde niet meer bij hem en Gerrit was niet meer verantwoordelijk voor zijn dagelijkse zorg. Hij kwam omdat hij dat zelf wilde. Die ervaring heeft Ties aan het denken gezet over de manier waarop de jeugdzorg is georganiseerd. Jongeren worden regelmatig overgeplaatst. En bij iedere verhuizing kunnen ze niet alleen hun vertrouwde omgeving, maar ook het contact met mensen die hen kennen verliezen. “Juist als het moeilijk ging en ik iemand het hardst nodig had, verloor ik in één keer iedereen die me een beetje kende.

Niet perfect

Daar zit volgens mij een van de grootste problemen in de jeugdzorg.” Een vast gezicht hoeft volgens hem niet per se een hulpverlener te zijn. Het kan ook een oud-begeleider, een juf of een buurman zijn. Iemand die de jongere kent en contact blijft houden, ook wanneer de omstandigheden veranderen. Inmiddels staat Ties zelf aan de andere kant. Hij werkt met jongeren en is collega geworden van Gerrit. Zijn eigen ervaringen kleuren de manier waarop hij naar kinderen kijkt. “In mijn dossier stond vooral wat ik deed: weglopen, grenzen opzoeken, brutaal zijn. Wat er niet in stond, was waarom.”

Daarom probeert hij nu verder te kijken dan wat een kind laat zien. Een jongere die schreeuwt, kan bang zijn. Een jongere die wegloopt, kan willen weten of iemand hem komt zoeken. Dat betekent niet dat ieder gedrag goedgekeurd moet worden, maar wel dat het iets kan vertellen over wat een kind heeft meegemaakt of nodig heeft. “Grenzen zijn nodig, juist voor deze jongeren. Maar een grens zonder relatie voelt als straf. Een grens mét relatie voelt als zorg.”

Vertrouwen vasthouden

Voor ouders, pleegouders en gezinshuisouders die soms niet meer weten hoe ze verder moeten, heeft Ties een boodschap die eenvoudig klinkt, maar in de praktijk veel kan vragen. “Je hoeft het niet perfect te doen. Gerrit deed het ook niet perfect. Hij bleef gewoon. En je ziet het effect soms pas jaren later. Ik ben daar zelf het bewijs van.” Dat blijven vraagt soms veel. Zeker wanneer een kind keer op keer grenzen opzoekt, afwijst of het vertrouwen op de proef stelt. Ties benadrukt daarom dat opvoeders het niet alleen hoeven te doen. “Vraag hulp als het je te veel wordt. Een opvoeder die zelf leeg is, kan een kind ook niet dragen. Zorgen voor jezelf is geen opgeven. Het is juist wat je nodig hebt om te kunnen blijven.”

Misschien is dat wel de belangrijkste les die Ties uit zijn jeugd heeft meegenomen: een kind hoeft niet eerst te bewijzen dat het vertrouwen waard is om iemand naast zich te verdienen. Soms moet een volwassene dat vertrouwen juist vasthouden op de momenten dat een kind er zelf niet meer in kan geloven. Want soms verandert niet één groot gebaar een kinderleven, maar de zekerheid dat er morgen weer iemand op je wacht.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Lisette Gerbrands
Geschreven door Lisette Gerbrands

Als moeder van twee zoons van 7 en 3 jaar ziet Lisette (1985) dagelijks hoe groot de afstand kan zijn tussen theorie en praktijk. Die ervaring neemt ze mee in haar werk, waarin journalistieke nieuwsgierigheid en herkenbare verhalen samenkomen. Met haar achtergrond in Communicatie schrijft ze vanuit Den Bosch verhalen die laten zien dat er niet één juiste aanpak bestaat. Ze biedt ouders herkenning, nuance en perspectief in een fase van het leven waarin vragen vaak belangrijker zijn dan antwoorden.

Reacties