Francis Bak-van Leeuwen
Francis Bak-van Leeuwen Hoogbegaafd vandaag, 
Leestijd: 8 minuten

Traumatherapeut: na een grote verandering kan je kind anders over zichzelf gaan denken

Na een scheiding, verhuizing of ziekte kan een kind ineens anders naar zichzelf gaan kijken. Trauma- en gedragstherapeut Francis Bak-van Leeuwen laat in deze column zien hoe ‘dit lukt me nu niet’ ongemerkt kan veranderen in ‘dit is wie ik ben’. En juist daar kunnen ouders iets betekenen.

Sam gooit zijn schooltas in de gang en schopt zijn schoenen uit. ‘Milan krijgt nu pluswerk.’ Zijn moeder snijdt paprika voor het avondeten en kijkt op. ‘O ja?’ ‘Ja. Hij mag met moeilijkere sommen beginnen als hij klaar is.’ Sam loopt naar de trap. ‘En jij?’ vraagt ze. ‘Ik moest mijn gewone werk nog afmaken.’ Hij zegt het zonder veel emotie, toch blijft zijn moeder naar hem kijken. ‘Vind je dat vervelend?’ ‘Nee.’ Sam loopt verder naar boven. Halverwege de trap draait hij zich om. ‘Hij is gewoon slimmer dan ik.’

Zijn moeder blijft met het mes boven de snijplank staan. Zes maanden geleden zou haar zoon dat nooit over zichzelf hebben gezegd. Toen rekende hij graag. Hij was het kind dat in de supermarkt uit zijn hoofd berekende hoeveel geld ze terug zouden krijgen. Hij maakte sommen voor de lol en kon verschrikkelijk balen wanneer zijn moeder de kassabon weggooide voordat hij hem had gecontroleerd, maar zes maanden geleden woonden zijn vader en moeder ook nog in hetzelfde huis.

Nu slaapt Sam de ene helft van de week bij zijn moeder en de andere helft bij zijn vader. Zijn gymtas ligt regelmatig in het verkeerde huis. Soms weet hij ’s ochtends niet meer wie hem die middag ophaalt. Hij hoort gesprekken waarvan zijn ouders denken dat hij ze niet hoort en ligt ’s avonds langer wakker dan vroeger. Op school is ondertussen niets veranderd aan de tafels, de sommen of de toetsen. Alleen Sam begint er niet meer met hetzelfde hoofd aan. Milan misschien wel. Sam ziet dat verschil niet. Hij ziet alleen dat Milan al klaar is en hij nog niet.

Kinderen zien de uitslag, niet alles wat eraan voorafging.

Kinderen kijken naar elkaar om te ontdekken waar ze zelf staan. Ze zien wie als eerste wordt gekozen bij gym, wie zonder moeite een spreekbeurt geeft, wie de hoogste cijfers haalt en wie altijd iemand heeft om naast te zitten. Meestal is daar weinig mis mee. Na een grote verandering kan die meetlat alleen behoorlijk gaan vertekenen.

Een meisje begint bijvoorbeeld op een nieuwe school en ziet twee klasgenoten iedere ochtend samen het plein oplopen. Ze zitten naast elkaar, kennen elkaars grapjes en verdwijnen in de pauze samen naar buiten. Het meisje ziet twee kinderen die makkelijk vrienden maken. Ze ziet niet de honderden schooldagen die zij al samen hebben gehad.

Een jongen keert na een lange ziekte terug naar zijn voetbalteam en ziet dat zijn beste vriend hem voorbij sprint. Hij ziet wie als eerste bij de bal is. Hij voelt alleen zijn eigen benen. Hij voelt niet hoeveel maanden zijn vriend heeft kunnen trainen terwijl zijn eigen lichaam bezig was met herstellen. Kinderen vergelijken vaak wat er vandaag naast elkaar staat. Ze vergelijken veel minder gemakkelijk alles wat daaraan voorafging; daar kan iets pijnlijks gebeuren. Een kind kan een verschil gaan verklaren vanuit zichzelf.

Hoe ‘dit lukt me niet’ kan veranderen in ‘dit is wie ik ben’

In gesprekken met kinderen hoor ik die verschuiving vaak terug. Een kind begint met een ervaring. ‘Ik heb nog geen goede vriend in mijn nieuwe klas.’ Een tijdje later klinkt het anders. ‘Ik kan moeilijk vrienden maken.’ Nog later kan daar een conclusie onder komen te liggen die veel groter is dan de oorspronkelijke ervaring. ‘Andere kinderen vinden mij gewoon niet zo leuk.’

Hetzelfde kan gebeuren met leren. ‘Ik snap deze som niet’ wordt ‘ik ben slecht in rekenen’ en kan uiteindelijk veranderen in ‘ik ben dom’. Een kind dat een tijdje niet durft mee te doen, kan zichzelf ‘verlegen’ gaan noemen. Een kind dat na een verlies sneller huilt, kan gaan denken dat het ‘zwak’ is. Ergens onderweg verdwijnt wat er gebeurd is uit het verhaal. Het kind blijft zelf over als verklaring. Dat is het moment waarop ik goed luister. Je hoeft niet iedere negatieve gedachte onmiddellijk te corrigeren. Kinderen mogen gefrustreerd zijn. Ze mogen balen van een onvoldoende en verdriet hebben, omdat aansluiting niet vanzelf gaat. Er bestaat een belangrijk verschil tussen ‘dit lukt mij nu niet’ en ‘dit is wie ik ben’.

Waarom ‘jij bent hartstikke slim’ soms niet helpt

Sams moeder reageert die avond zoals veel ouders waarschijnlijk zouden reageren. ‘Jij bent helemaal niet minder slim dan Milan.’ Sam haalt zijn schouders op. ‘Hij heeft wel hogere cijfers.’ ‘Maar jij had vroeger ook altijd hoge cijfers.’ ‘Ja. Vroeger.’ Daar staat ze dan. Ze probeert haar zoon te herinneren aan iets wat hij zelf op dit moment niet meer ervaart. Dat is het ingewikkelde aan geruststellen. Een compliment kan waar zijn en toch niet binnenkomen.

Een kind dat al weken alleen op het schoolplein staat, heeft weinig aan de mededeling dat het heel sociaal is. Een kind dat drie onvoldoendes achter elkaar heeft gehaald, gelooft niet ineens weer inzichzelf,f omdat zijn vader zegt dat het slim is. De ervaring van het kind wint het op zo’n moment vaak van onze woorden. Samsn moeder hoeft hem niet te overtuigen dat hij even slim is als Milan. Ze kan hem helpen zien wat hij in zijn vergelijking vergeet.

‘Je hebt gelijk dat school je nu meer moeite kost,’ kan ze zeggen. ‘Er is de afgelopen maanden ook ontzettend veel veranderd. Dat kan iets zeggen over hoeveel ruimte je hoofd nu heeft en niet over hoe slim je bent.’ Daarmee verdwijnt zijn zes niet en Milan verliest zijn negen niet, maar Sam krijgt wel een andere mogelijke verklaring voor het verschil tussen hen.

Na een scheiding of andere verandering: wanneer is je kind weer ‘de oude’?

Na een grote verandering willen ouders graag weten of hun kind zich herstelt. We kijken of de cijfers weer omhooggaan. We willen weten of er al vriendjes zijn. We vragen of een kind weer alleen durft te slapen en zijn sport weer heeft opgepakt. We hopen dat de driftbuien minder worden en dat het eten weer beter gaat. Achter al die vragen zit liefde. Gaat het weer een beetje met je?

Toch kan een kind ongemerkt gaan voelen dat herstel vooral zichtbaar wordt in prestaties. Dan wordt een nieuwe vriendin bewijs dat het sociaal weer goed gaat. Een voldoende bewijst dat school weer lukt. Een nacht alleen slapen betekent dat de angst voorbij is, maar een kind is geen optelsom van zichtbare resultaten. Juist tijdens een periode waarin veel verandert, heeft het ook ervaringen nodig waarin het merkt dat er nog van alles in hem zit wat geen cijfer krijgt.

Blijf nieuwsgierig. Als Sam zijn jongere zus troost wanneer ze verdrietig is over de scheiding. Als hij voor het eerst alleen van zijn vader naar zijn moeder fietst. Als hij het eindelijk aan zijn beste vriend vertelt dat hij het thuis soms ingewikkeld vindt. Geen van die dingen verschijnt op zijn rapport. Ze vertellen wel iets over hem.

Help je kind de omstandigheden terug te zetten in het verhaal

Ouders hoeven niet alle omstandigheden te verklaren door de thuissituatie. Een onvoldoende kan ook gewoon betekenen dat een kind beter moet leren. Een vriendschap kan mislukken. Een ander kind kan ergens daadwerkelijk beter in zijn. Je hoeft de werkelijkheid niet mooier te maken. Je kunt haar wel completer maken.

Wanneer je dochter zegt dat iedereen al vriendinnen heeft, kun je erkennen dat zij inderdaad nog niemand heeft bij wie ze zich echt thuis voelt. Daarna kun je toevoegen dat zij pas een paar weken onderdeel is van een groep waarin anderen elkaar al jaren kennen. Wanneer je zoon na ziekte zegt dat hij de slechtste van het team is geworden, hoef je niet te zeggen dat dat onzin is. Je kunt erkennen dat hij nu minder snel is én benoemen hoeveel tijd zijn lichaam nodig heeft gehad om überhaupt weer op dat veld te staan.

Zo leert een kind iets belangrijks. Een verschil hoeft niet altijd een oordeel te zijn en een moeilijke periode hoeft niet te veranderen in een karaktereigenschap.

Wat Sams moeder een paar weken later anders doet

Een paar weken later komt Sam uit school. Zijn moeder zit aan de keukentafel wanneer hij zijn tas neerzet. ‘Milan had een negen voor rekenen.’ Een paar weken geleden had ze waarschijnlijk meteen gevraagd wat Sam had. Nu niet. ‘Was hij blij?’ ‘Ja, natuurlijk.’ Sam pakt een appel van het aanrecht. Zijn moeder kijkt naar hem. ‘En waar was jij vandaag blij mee?’ ‘Weet ik niet.’ Ze laat de stilte vallen. Sam neemt een hap. ‘O ja. We moesten in tweetallen een presentatie voorbereiden.’ ‘En?’ ‘Finn wilde met mij.’ Zijn moeder glimlacht. ‘Dat vond je fijn?’ Sam knikt. ‘Hij zei dat ik goed kan uitleggen.’ Daarna loopt hij naar boven.

Zijn moeder blijft nog even aan tafel zitten. Sam heeft niet ineens meer zelfvertrouwen. Zijn cijfers zijn ook niet op magische wijze terug op het oude niveau. Morgen vergelijkt hij zichzelf misschien opnieuw met Milan, maar vandaag gebeurde er iets kleins. Sam vertelde eerst iets over Milan, daarna vertelde hij iets over zichzelf. Zijn moeder verzekerde hem niet dat hij slim, leuk of goed genoeg was. Hij had zelf iets meegemaakt waardoor hij zich weer even herinnerde dat er meer over hem te vertellen valt dan wat er op een toets staat.

Dat is wat kinderen tijdens een grote verandering van ons nodig hebben. We hoeven de meetlat niet uit hun handen te trekken. We hoeven ook niet te doen alsof verschillen niet bestaan. We kunnen ze wel helpen voorkomen dat ze naar het leven van een ander kijken en daaruit besluiten wie zij zelf zijn.

Verbonden expert
Francis Bak
Francis Bak
Trauma- en gedragstherapeut
Francis is trauma- en gedragstherapeut, expert in de impact van grote verandering op kinderen, ontwikkelaar van De Heldenreis Methode en auteur van boeken over kinderen en grote veranderingen. »

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reacties