Lucas Westerbeek
Lucas Westerbeek Columns vandaag
Leestijd: 8 minuten

Vijf jaar later stond Dennis (22) ineens weer voor mijn deur: dezelfde grijns, dezelfde energie

Vijf jaar nadat hij mijn klas verliet, zag ik Dennis ineens langs de school fietsen. Dezelfde grote grijns. Dezelfde tomeloze energie. Alleen was hij inmiddels 22 jaar oud. Toen hij afstapte en me een hand gaf, moest ik meteen denken aan de jongen die vroeger geen minuut stil kon zitten. En aan alles wat er in die jaren gebeurd was.

’s Middags, ik ben aan het werk achter m’n laptop, zie ik opeens een jongen met een bekend gezicht langs het raam fietsen. Donkere bril, bandana om z’n hoofd en een enorme grijns op z’n gezicht. Achter hem een kleinere jongen op een mountainbike, een paar jaar jonger. Ik steek m’n hand op en maak een uitnodigend gebaar van ‘kom binnen’.

Ik loop meteen naar de ingang van de school. Voor de deur staan ze te wachten. “Dennis, wat leuk dat je langskomt!” “Meester!” Hij geeft me een stevige hand. “We wilden even gaan voetballen, daar.” Hij wijst naar de voetbalvelden aan de overkant van de school. Hij knikt naar de jongen naast zich. “M’n broertje.” “Ik heb je weleens eerder ontmoet hoor”, zeg ik tegen het jongetje dat achter Dennis gaat staan. “Jaren geleden.”

De jongen die nooit stil kon zitten

Zo’n vijf jaar geleden zat Dennis bij me in de klas. Ik had nog nooit zo’n onrustige, beweeglijke jongen in de klas gehad. Hij kon geen minuut stil zitten. Als hij net op z’n stoel zat, stond hij alweer op om door de klas te lopen. Als ik hem dan toestemming gaf om de gang op te gaan en een rondje te lopen door de school, zag ik hem even later over het schoolplein rennen. Hij had een tomeloze energie. Hij sprong en liep over muurtjes, slingerde aan het klimrek of sprong gewoon al rennend een paar meter verder.

Tijdens het kennismakingsgesprek -aan het begin van het schooljaar- had hij me verteld dat hij aan free running deed. Ik kende het niet en vroeg wat het was. “Gewoon meester, heel hard door de stad rennen en over muurtjes springen en over de brugleuning lopen en van trappen springen.” Een paar weken later kwam hij met een gebroken pols op school. Hij was iets te enthousiast van een gebouwtje af gesprongen.

Iedere dag op zoek naar rust

Aan het begin van de pauze om kwart voor elf, kwam hij altijd naar me toe. Of hij naar de directeur mocht. In de kast in de directiekamer lag een doosje Ritalin van hem. Hij slikte dan altijd een pil, om z’n impulsiviteit te dempen en z’n concentratie te verhogen. Dan kon hij na de pauze misschien met aandacht aan het werk. Van mij hoefde die pillen niet. Ik kon me niet voorstellen dat je een kind medicatie liet slikken om de energie te beteugelen.

Ik vond het prettiger om hem over het schoolplein te zien rennen. Maar, ik had er zelf ook helemaal geen ervaring mee. Ik kende vroeger op school niemand met ADHD. En ik was zelf een kind zonder die impulsieve energie. In de klas staarde ik uit het raam, als de docenten aan het woord waren. Als ik thuis kwam van school, zat m’n moeder op me te wachten met thee. Dan ging ik op de bank liggen om een boek te lezen en als ik ’s avond in bed m’n boek dichtsloeg, viel ik meteen in een diepe slaap. Nog steeds val ik in slaap als ik ’s avonds m’n boek uit heb.

Praten vond hij moeilijk, anime niet

Berichtjes die ik Dennis stuurde, beantwoordde hij alleen met ‘ja’ of ‘ok’ of helemaal niet. Een gesprek met hem voeren, vond hij ook moeilijk. En praten over hoe hij zich voelde, wilde hij al helemaal niet. Meestal vroeg hij of een van zijn twee vrienden in de klas bij een gesprek aanwezig mocht zijn. En dan antwoordde hij eigenlijk nog nauwelijks. Soms vertelden die vrienden dan hoe het met Dennis was, terwijl Dennis er naast zat en niets zei. Tijdens een van de gesprekken over wat hij na school wilde gaan doen, hij zat immers in het examenjaar, vroeg hij continu of ons gesprek al afgelopen was, en of hij al weg mocht. Niet één of twee keer, maar wel minstens tien keer.

Hij zei dat hij hetzelfde als z’n vader wilde doen. “En wat doet je vader dan?” vroeg ik hem. “Horeca.” “En waar doet hij dat?” “Keuken, en is het nu afgelopen en mag ik nu weg?” Meer kwam ik eigenlijk niet te weten. Hoewel, tijdens z’n examengesprek kwamen de examinator en ik erachter dat Dennis allerlei Japanse woorden kende. Het bleek dat hij een enorme fan was van anime en hij vertelde ons over Nanatsu no Taizai, The Seven Deadly Sins. “Meester, de beste shit ever van anime komt uit Japan.” Ik had hem nog nooit zoveel horen praten.

Toen stond hij ineens weer voor me

En nu stond hij weer voor me. Een kop groter inmiddels. Lang en slungelig. Z’n broertje stond ernaast. Ze leken op elkaar. Dennis wilde z’n broertje een rondleiding geven door de school. “Dan weet je alvast waar je naartoe gaat.” Ik lachte. “Kom je hier ook op school?” vroeg ik hem. “Het broertje haalde z’n schouders op, maar zei niets. “Hij heeft ook ADHD hoor”, zei Dennis en stompte z’n broertje tegen z’n schouder. “Slik jij nog steeds Ritalin?” vroeg ik hem. “Nee, alleen slaapmedicatie”, antwoordde hij. “Ik kan nog steeds nooit slapen.”

Wat ik toen nog niet helemaal zag

Toen Dennis bij me in de klas zat, was hij net uit huis geplaatst. Hij woonde onder begeleiding op een groep met andere jongeren. Z’n moeder kon zijn opvoeding niet meer aan, ze wist niet hoe ze het allemaal in haar eentje moest regelen. Ze was gescheiden van de vader van Dennis, ze had een kleuter in huis, ze moest werken en ze had Dennis, die met een gigantische hoeveelheid energie door het huis ging. Ongeremd, ongecontroleerd en onbeheersbaar.

Ze wilde ook niet meer aanwezig zijn bij rapportgesprekken. Meestal kwam er een begeleider van zijn woongroep mee. “Woon je nog steeds in dat huis waar je toen woonde?” vroeg ik hem. Hij schudde z’n hoofd. “Ik woon nog wel op een groep”, zei hij. “Maar nu gewoon in de buurt bij m’n moeder en m’n broertje.” Z’n vader woont weer bij z’n eigen moeder, Dennis’ oma, vertelde hij. “En wat voor werk doe je nu?” vroeg ik hem. Hij antwoordde dat hij nog steeds geen werk had. Maar dat de jobcoach voor hem bezig was. Toen hij bij mij in de klas zat, was hij de eerste leerling die ik tijdens een stage regelmatig door de supermarkt zag rennen. De supermarktmanager moest er wel om lachen, maar wist niet hoe hij hem in de winkel moest inzetten en begeleiden.

Waarom de stage nooit doorging

Toen we op zoek gingen naar een andere, geschikte stageplek, hadden we samen bedacht dat een stage in de horeca misschien wel iets voor hem zou zijn. Net als z’n vader in de keuken. Snijden, koken, broodjes maken. We vonden een stageplek in een professionele keuken van een grote school. Op de middag van het kennismakingsgesprek, stond ik buiten voor die school op hem te wachten.

Bezweet kwam hij aan rennen, midden over de weg, klom op een muurtje voor de school, sprong er af, struikelde, en keek me lachend aan. Hij stak z’n hand naar me op en rende naar me toe. Ik vroeg geschrokken of hij niet gewond was, maar hij lachte. “Nee hoor”, antwoordde hij. “Ik val zo vaak.” De stage ging niet door. Hij zag het helemaal niet zitten met die vreemde mensen op een onbekende school, die drukte met honderden leerlingen en wilde er niet naartoe.

Nog steeds vol energie

En nu was hij 22, en hij rende nog steeds door de school. Inmiddels was hij een kop groter dan ik en racete voor me uit, richting de horecakeuken, met z’n broertje gillend achter zich aan. In de keuken rende hij langs de kookeilanden, de fornuizen en de werkplekken. Hij sloeg met z’n platte hand op iedere werkplek. Z’n broertje snelde achter hem aan en sloeg ook op ieder aanrecht. “Net als bij papa in de keuken, Dennis”, zei z’n broertje. “Leuk meester,” zei Dennis. “Om weer op school te zijn.”

“Ah nee”, roept z’n broertje opeens. Op z’n rug vormde zich een grote natte plek die zich snel uitbreidde. Hij deed z’n rugzak af, haalde er een voetbal uit en een druipende fles water. Dennis pakte de fles van hem over, vulde hem opnieuw bij een kraan en draaide de dop stevig vast. “Gooi je tas maar leeg in een wasbak”, zei hij tegen z’n broertje. “Die droogt straks wel weer in de zon, als jullie aan het voetballen zijn”, zei ik tegen het broertje. Hij slingert de kletsnatte tas weer op z’n rug.

Soms verandert er minder dan je denkt

“We gaan hoor meester.” Dennis gaf me een hand. “We komen nog wel een keer bij je op bezoek.” “Als je bij ons op school wilt komen, ben je welkom hoor”, zei ik tegen het broertje. Even later zie ik ze samen weg fietsen naar de voetbalvelden tegenover de school. Met een enorme vaart racen ze beiden de parkeerplaats voor de school af, schieten de weg over, net voor een auto langs en verdwijnen achter de slagboom van het sportpark.

Musthaves van deze zomer volgens de redactie:

Verbonden expert
Lucas Westerbeek
Lucas Westerbeek
Docent, mentor en stagebegeleider op een praktijkschool
Lucas Westerbeek stond jarenlang voor de klas als docent Nederlands in de ‘betere buurten’ van de grote stad. Een groot verschil met waar hij: als mentor en stagebegeleider op een praktijkschool. Lucas is al meer dan 30 jaar samen met documentairemaakster Silvia Bromet en heeft twee zoons van 26 en 22. »

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Lucas Westerbeek
Geschreven door Lucas Westerbeek

Lucas Westerbeek stond jarenlang voor de klas als docent Nederlands op scholen in de 'betere buurten' van de grote stad. Een wereld van verschil met zijn huidige werk als mentor en stagebegeleider op een praktijkschool, voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Het zijn vooral de verhalen van zijn leerlingen die hem de afgelopen jaren zijn gaan bezighouden. Ontroerend, rauw en soms hartverscheurend: Lucas schrijft ze op, omdat ze gehoord moeten worden.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met onze mooiste verhalen.