Orthopedagoog Kina was fel tegen een fatbike voor haar dochter (14): ‘Nu krijgt ze er tóch een’
De 14-jarige dochter van orthopedagoog Kina Smit droomt van een fatbike. Volgens haar een ‘ordinair ding’ waar vooral ‘aso’s en ’tokkies’ op zitten. Niet het imago waar ze haar dochter graag aan koppelt. Maar al haar vrienden hebben er een en ze wil niet buiten de groep vallen. En dus stelde ze zichzelf de vraag: wanneer houd je als ouder vast aan je standpunt en wanneer beweeg je mee? Zo ontstond er een plan.
‘Ik heb gewoon geen transport’
“Het begon eigenlijk heel simpel. Ze kwam naar me toe en zei: ‘Ik heb gewoon geen transport’. Haar Cortina-stadsfiets was geen optie meer. Haar wereld wordt groter en haar vriendengroep wordt belangrijker. Ze wilde in de vakantie naar een feestweek in een dorp net buiten Haarlem, naar de kermis en met vrienden op pad. Bijna iedereen met wie ze omgaat, heeft een fatbike. Als ze ’s avonds met vrienden iets doet, wordt ze opgehaald door vriendinnen en gaat ze achterop.
Ze weigert inmiddels om haar gewone fiets te gebruiken. Daar gaat ze alleen mee naar school en terug. ‘Ik heb die fatbike gewoon nodig. Nu moeten mensen mij steeds halen en brengen’, zei ze. En ik riep sinds groep 7 dat er nooit een fatbike komt. Daar begonnen we niet aan in ons huis. Daar zat ook een soort imago aan vast. Een fatbike vond ik een ordinair ding. Mijn vooroordeel was: dat zijn aso’s die daarop zitten. Tokkies. Mijn kind ging daar niet op.
Ontwikkelen van een eigen identiteit
Maar mijn dochter identificeert zich nu volledig met die groep. Ze heeft nepnagels, nepwimpers, blond haar en praat met straattaalwoorden. Ze wil erbij horen. En wie ben ik dan als moeder om dat echt te verbieden? Ik vind het helemaal niet erg dat ze haar eigen identiteit ontwikkelt. Als ze nepnagels wil en ze betaalt het zelf: doe die nepnagels. Dat is haar identiteit. Ik liep vroeger ook met blauwe mascara en mijn moeder gaf mij daar de ruimte voor. Maar aan die fiets zitten gevaren.
Fatbikes gaan hard en je kunt ze makkelijk opvoeren. Er gebeuren ongelukken mee en het letsel kan ernstig zijn. Maar ik ben er ook anders naar gaan kijken. Het is een beetje de brommer die ik vroeger wilde, alleen dan een jaar eerder. Vroeger moest je zestien zijn voor een brommer. Dit fenomeen is er nu eenmaal in de samenleving en ik kan wel zeggen: dat mag jij niet. Maar haar referentiekader is die groep. Daar mag heel veel wel. Waarom zij niet?
Niet zomaar: ‘Je bent jarig, dus je krijgt een fatbike’
Wij hebben invloed op hoe ze die fatbike krijgt en hoe ze ermee omgaat. We willen een fiets die niet opgevoerd kan worden en we willen dat ze er verantwoordelijk mee omgaat. Daarom hebben we een heel plan gemaakt. Het belangrijkste daarin is dat ze er zelf voor gaat werken. Ze moet ongeveer driekwart van de fiets zelf verdienen. Niet zomaar: ‘Je bent jarig, dus je krijgt een fatbike.’ Ze moet er echt voor werken. Ze past op en vult vakken bij de supermarkt. Op een gegeven moment zei ze: ‘Ik heb 180 euro.’ Wij dachten: oh shit, want ze moet ongeveer 700 euro bij elkaar sparen.
Waarschijnlijk kan ze hem in het nieuwe jaar kopen. Ik vind het goed dat ze daardoor ook beseft hoe duur zo’n fiets is en hoeveel ze daarvoor moet werken. Het wordt zo een leerervaring: als ik iets wil, moet ik daar mijn best voor doen. We zijn zelfs achter de computer gaan zitten en hebben een contract gemaakt. Mijn man gaat daarbij nog veel in op de risico’s en het letsel. Dan gaat ze bijna huilen en zegt ze: ‘Jullie begrijpen me gewoon niet.’ Ze is dan ook een echte onderhandelpuber.
De fiets hoeft ze trouwens niet terug te betalen. Ze gaat hem verdienen. Pas als ze het bedrag bij elkaar heeft, gaan we over tot kopen. Dat was voor haar best lastig. Maar ’s avonds kwam ze naar ons toe en zei: ‘Ik ben zo blij en ik ben ook heel dankbaar. Want ik weet dat jullie dit vreselijk vinden. Dat jullie dit helemaal niet wilden en dat jullie het nu toch voor mij zo doen.’ Dat was wel bijzonder.
Wanneer beweeg je mee?
Het is moeilijk. Vooral als iemand blijft drammen en je uiteindelijk als ouder toegeeft. Dat wil je eigenlijk niet. Je wilt niet dat je kind leert: als ik maar lang genoeg zeur, krijg ik mijn zin. Maar ik wil haar ook haar leven laten leiden. Als die fatbike op dit moment haar wereld is, wie ben ik dan om dat volledig weg te nemen? Het grote aanbod is een uitdaging voor ouders. Er is zoveel meer dan toen wij jong waren: smartphones, fatbikes en allerlei andere technologie. Dingen die je nooit zomaar voor je kind zou kopen, zijn ineens overal aanwezig. Wij moeten daarin bewuste keuzes maken.
Voor mij betekent dat niet dat ik ineens vind dat iedere veertienjarige een fatbike moet hebben. Een fatbike op haar vijftiende kan ik me mee verzoenen. Een kind van tien met een fatbike vind ik een ander verhaal. Er zitten gradaties in. Mijn dochter krijgt hem dus niet zomaar. We hebben concrete voorwaarden gesteld. Zo proberen we er een leerproces van te maken. Voor haar, maar ook voor onszelf. Ik wil als moeder integer met mijn kind omgaan. Dit is voor ons de oplossing geworden.”
- Orthopedagoog Kina was fel tegen een fatbike voor haar dochter (14): ‘Nu krijgt ze er tóch een’
- Orthopedagoog pleit voor minder controle in het ouderschap: ‘We volgen onze kinderen voortdurend, maar zien we ze nog wel écht?’
- Opvoedexpert Kina Smit: ‘Social media laat ouders geloven dat opvoeden perfect moet zijn’
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F06%2FLotte-van-Zijl-1.jpeg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F08%2FFatbike-1.jpg)